Goede naam

Dat deel van het Nederlandse bedrijfsleven dat - naar een woord uit het oude Spreukenboek (22, 1) - rijkdom verkieslijker acht dan een goede naam, heeft de afgelopen paar jaar kans gezien haar eigen reputatie, maar ook die van ons land als handeldrijvende natie grondig te verpesten. Een grote Amerikaanse investeerder gebruikte dinsdagavond zelfs de weinig vleiende typering 'bananenrepubliek'. Exorbitant hoge beloningen, dubieus beleggingsbeleid en het elkaar de bal toespelen binnen een gesloten circuit van zakenvriendjes hebben het vertrouwen bij belegger en publiek tot het nulpunt laten dalen. Als grote graaiers gaan de dames en heren inmiddels door het leven.
Dat is niet alleen maar ergerniswekkend, maar het schaadt ook de belangen van de Nederlandse burger. Het geschonden aangezicht van het bedrijfsleven heeft het vertrouwen op de financiële markten namelijk zo ondermijnd, dat de beurskoersen (niet alleen daardoor, maar wel méde daardoor) gekelderd zijn. Dat raakt niet alleen de portemonnee van kleine belegger, maar ook de vermogenspositie van de groten onder hen, met name de pensioenfondsen. Voor de ontstane tekorten draaien werknemers en gepensioneerden op. De voorstellen die de commissie-Tabaksblat nu met het oog op herstel van een fatsoenlijke …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?