Evangelisten en herders

Commentaar
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Charlie Clayton evangeliseert op Ibiza (ND 4 juli). Met zijn team biedt hij badgasten op het feesteiland aan voor hen te bidden. Jongeren die van de drank niet meer op hun benen staan, bieden ze vervoer naar hun appartement of tent. En dan nemen ze weer afscheid.

Dirk-Jan Boerman evangeliseert in Lloret de Mar (ND 11 augustus). Met zijn team spreekt hij vakantievierders aan; overdag op het strand, ’s avonds in het uitgaansgebied. Soms komt het tot een gesprek, waarin een jongere iets prijsgeeft over wat in zijn leven pijn doet, scheefloopt of wringt. En dan scheiden hun wegen weer.

De zomer is vanouds het hoogseizoen van evangelisatie: folderend en vertellend, biddend en helpend, sportend en recreërend – alles kan, als het maar tot contactmomenten leidt. Wisselende en zeer vluchtige meestal; nog sneller voorbij dan een tropische dag of onweersbui – maar ook in de kortste tijd kan er zoveel gebeuren in een mensenhart. Een serie bekeringsverhalen, deze zomer in de maandagkrant, bevat voorbeelden daarvan. Hoe leerden mensen God kennen? Door een taxichauffeur (ND 13 juli). Uit een traktaat dat ze in handen kregen (ND 10 augustus).

Een evangelist twijfelt niet. Tenminste niet hardop en in functie. Kritische gedachten – of een bepaalde methode of actie wel zinvol en rendabel is bijvoorbeeld – zijn voor het moment uit te schakelen. De evangelist is een zaaier; water geven, snoeien en oogsten is van later zorg, ‘de wasdom geven’ is al helemáál zijn verantwoordelijkheid niet.

Bram Beute is al jaren predikant; hij was godsdienstleraar, werkte voor een zendingsorganisatie, en heeft nu een boek geschreven over twijfel. Niet theoretiserend, maar vanuit eigen bevinding. Twijfel: niet alleen aan bepaalde leerstukken van de kerk, maar soms ook heel basaal, aan het bestaan van God (ND 14 augustus). ‘Blijf dan maar van de preekstoel af,’ adviseerde een geschokte lezer; ‘hoe kan een twijfelaar de gemeente stichten?’

De Bijbel was dun gebleven als God alle twijfelaars ontslagen of zelfs niet in dienst genomen had. Juist Mozes en Elia, giganten uit het Oude Testament, hadden het op zeker moment nodig dat God hen waarneembaar nabij kwam. ‘Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven’, zei Jezus nadat hij Tomas tastbaar had opgezocht – maar dat geluk valt niet iedere christen eensklaps en voor altijd ten deel.

Twijfel is niet de boodschap, maar de boodschapper mag gelukkig wel een twijfelaar zijn. Een predikant is herder en leraar, ook van gemeenteleden die soms na jaren kerkgang en onderwijs, Bijbelstudie en christelijk leven ontdekken dat ze het maar niet kúnnen geloven; dat ze niet kunnen beredeneren, en ook niet ervaren, dat God bestaat. Dan helpt een herder die óók die weg gegaan is, en toch verder ging. Kinderen van God moeten soms jaren van gevoel- en ervaringsloosheid, geestelijke droogte en verstandelijke vastlopers overleven. Davids psalmen staan er vol van, en ze zijn wél als herdersliederen opgenomen in Gods boek.

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief