Demonstratie tegen de armoede

Vanmorgen bezocht ik een oude broeder in een verpleeghuis. Bij de receptie word ik verwezen naar paviljoen Erica. Ik loop de eindeloze gangen door en vindt hem in een rolstoel, samen met anderen, bij een grote leestafel. Een jonge verzorgster leest met luide stem de krant voor. De oude mensen rond de tafel kijken haar aan met lege ogen of zijn gefixeerd op hun voeten. Een verheft plotseling zijn stem en spreekt met gezag: 'Iene miene mutten is de baas'. Ik rijd mijn broeder uit de kring en zoek een rustig hoekje op.
Hij kijkt me met grote ogen aan. Zijn haar is dunner geworden en de grijze slagen zijn verdwenen. 'Herken je me?', vraag ik. Hij knikt en merkt op dat de tijd snel gaat. Hij vindt het leven saai, maar is niet levensmoe. Hij heeft geen contact met anderen. Ik vraag of er geen ondernemers bij zijn. Er glijdt even een glimlach om zijn mond. We praten wat. Of liever: ik stel wat vragen en hij knikt of antwoordt met ja of nee. Hij vindt dat hij wel goed wordt verzorgd.Het is een prachtig tehuis. De wanden in deze gemeenschappelijke huiskamer zijn van warmrode baksteen met daarop fraaie verlichtings …
Dit is 17% van het artikel.
Paywall
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?