Waterland

De streekbus schommelde de dorpen door. Nam scholieren op, gaf ze een dorp verderop weer af. Kinderen die vermoedelijk reformatorisch waren, want: waterstadjes, de roep van het water, in alle gewesten, gevreesd en gehoord, enzovoort. Althans, thuis wel. Hier in de bus lag de bewijslast bij mij; de boog kan niet altijd gespannen blijven.

De sloten stonden hoog, de weiden vervaagden als een aquarel. Februari en maart zijn de vlakgom uit het schooletui van de tijd. De weken voor de eerste lentedag waren net niet helemaal maart. Meer een februari-plus. In de nevel bogen knobbelzwanen hun sierhalzen, twee aan twee. Nog meer witte vogels. De grote zilverreiger twijfelt qua vorm tussen vraag- en uitroepteken. Zijn snavel is geel en hij is bezig met, nee, een opmars is te plomp. Een reiger marcheert niet. Het is meer een zichzelf te berde brengen. Aarzelend, prudent. Een witte reiger is iemand, die na uren vergaderen iets voo …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?