Verbaaltje: Roef

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Het is haast een keldertje, voor je gevoel. ‘De schipper dook de roef in’, las je in al die jeugdboeken en streekromans. Bukken dus, trapje af, de roef in. Maar etymologisch moet je voor het woord roef juist omhoog kijken. Het gaat er namelijk om dat dit een overdekt deel van het schip is, een deel met een dak – in het Engels: roof. Maar het was het Nederlands (of het Nederduits) dat deze scheepsterm de wind in de zeilen gaf. Vanuit de Lage Landen ging het heel Noord-Europa door. Deens: ruf. Noors en Zweeds: ruff. Fins: ruhvi. Ests: ruhv. Maar ook Frans: rouf. Pools rufa en Russisch en Oekraïe …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?