Terlouw en onze dromen

Columns
beeld nd
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

‘Ik heb een prachtig leven gehad. Ik wil dat jullie dat ook hebben’, zei Jan Terlouw. Hij tekende het woensdag aan bij zijn overdenking voor televisie. De 85-jarige ex-politicus en jeugdboekenschrijver maakte volgens De Wereld Draait Door aanspraak op ‘zendtijd voor politieke grand old men’, met stijlcodes die afgeschreven zijn en daarmee weer vernieuwend.

Het was goed om met Terlouw terug te blikken naar wat geweest is en wat we ermee hebben gedaan. En je hoopt dat zijn pleidooi om de uitbuiting van de aarde te stoppen omdat het moet én kan, ons aanzet tot daden.

Een oude man die terugblikt, dat wordt snel nostalgie die jonge mensen eerder in de kou zet dan verwarmt. Zoals dat touwtje uit de brievenbus. Het was een sterk symbool voor het vertrouwen onder buurtgenoten, maar het ging over een tijd dat er overdag vaak iemand thuisbleef, de vrouw des huizes veelal, en dat de samenleving minder multicultureel was. Ook dat moet je niet romantiseren, maar het maakte verschil. En juist op die twee thema’s – beide ouders een baan; de multiculturele samenleving is goed voor ons – hebben eerwaarde politici als Terlouw jarenlang nadrukkelijk ingezet.

Maar goed, daarmee is Terlouws pleidooi niet afgeschreven. Het zou te makkelijk zijn. Bovendien wordt de ideale wereld die hij schetste, nog dagelijks voor ons uitgemeten in de reclame, wat een breed gevoeld verlangen verraadt. Neem het filmpje met als motto: ‘Geluk is vaak dicht in de buurt.’ Het toont hoe een klusser eten van een buurvrouw krijgt, hoe de jonge vrouw van de overkant bij een bejaarde komt dammen, hoe een buurman mild grimlacht tegen de (schuldbewuste) buurjongen die hem met een trombone uit de slaap heeft gehouden.

Zo’n mooie, gezellige wereld, met als uitsmijter ... het logo van de Postcodeloterij! Alsof de buurt zo gezellig (bij elkaar) blijft wanneer een aantal bewoners een winnend postcodelot hebben gescoord. De Postcodeloterij is een geldmachine die juist (gevreesde) jaloezie onder buurtgenoten als aanjager gebruikt – dat al je buren plots rijk kunnen worden en jij niet, wil je graag voorkomen, dus koop je een lot.

Ik heb een ethicus in de familie die mij maant te bedenken dat het glas halfvol is. In Nederland wordt tenminste iets goeds gedaan met loterijgeld. En inderdaad: de hele cultuursector is ervan afhankelijk geworden. Je kunt geen museum binnenstappen of je ziet een logo van een loterij. In De Fundatie in Zwolle moet je zelfs langs iemand die je loten wil verkopen.

Ik heb het eens opgeworpen in een interview met een scheidend directeur van een ander gerenommeerd museum. Vroeger waren er maatschappelijke krachten die godslastering uit de kunst wilden weren; daarvan moest de kunst afgelopen eeuw hoognodig worden bevrijd. Is het denkbaar dat musea, die afhankelijk zijn geworden van loterijgeld, nu (on)bewust kunst gaan weren die de machinaties van de almachtige loterij lastert? Simpeler: zit er een keerzijde aan al het loterijgeld, en mag die ter sprake komen in de hedendaagse kunst? Het trof mij dat deze directeur, die meende dat een gelovige niet van moderne kunst kon houden, déze vraagstelling volledig buiten de werkelijkheid vond staan. Het gesprek viel stil.

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?