Stom

Lot hangt haar jas aan de kapstok. Ik heb toch nog een andere?, vraagt ze aan mama. Mama denkt diep na. Je hebt alleen nog een oude. Die zat toch een beetje krap?

Dat maakt niet uit, zegt Lot. Die doe ik morgen aan. Is deze jas vies?, vraagt mama aan Lot. Nee, zegt Lot. Wat is er dan? Mama ziet aan Lot dat er wat aan de hand is. Die jas is stom. Vind jij dat of zegt iemand anders dat?, wil mama weten. Noa, zucht Lot. En nu doe jij de jas niet meer aan?, vraagt mama. Lot knikt. Dat is raar, zegt mama. Jij zocht de jas uit omdat je hem zo mooi vond. Maar toen had Noa nog niet gezegd dat hij stom was. Lot moet bijna huilen. De jas is niet stom. Noa vindt je jas niet zo mooi. Heeft Noa weleens iets aan wat jij niet mooi vin …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?