Lied en traditie

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Als tiener in de fase van mijn-ouders-begrijpen-mij-niet kwam ik graag bij mijn grootouders, God hebbe hun ziel. Niet dat die mij nu wél zo goed begrepen, maar ze waren zo prettig onverschillig over de dingen waar m’n ouders zich juist aan stoorden.

Mijn oma zei niet dat ik naar de kapper moest, ze aaide me gewoon over m’n ongeknipte en ongekamde bol. ‘Wat een mooi nieuw shirt heb je aan’, zei ze over het zwarte metalshirt met doodskoppen en bloederige logo’s, waarvan m’n ou …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?