Lettergrepen 618: Hangkatjes

Pelikaan aan de voorgevel van de kerk van de Martelaren van Gorcum, Linnaeushof, Amsterdam |beeld Hans Werkman Columns
Pelikaan aan de voorgevel van de kerk van de Martelaren van Gorcum, Linnaeushof, Amsterdam |beeld Hans Werkman

Je wandelt over de Amsterdamse Middenweg en je kantelt de tijd zon eeuw terug. De wind fladdert langs je heen, een echte Middenwegwind, zou de moeder van Frits van Egters later zeggen in De Avonden van Reve.

Je hebt net aan het stadhuisje van Watergraafsmeer de witte zwaan gezien met de gele letters WGM op zijn blauwe schild. Achter je rammelt de Gooische Tram. Je springt er niet op, je wilt wandelen. Want daarginds zie je een man lopen onder de brede rand van zijn hoed, en die man ga je achterna, Amsterdam uit, de natuur in, naar de knotwilgen achter De Meer, de slootjes van Diemen, van Baambrugge. Die man weet de weg, hoewel hij zich als schrijver Nescio noemt, en dat betekent: ik weet het niet. Van zichzelf heet hij Grönloh, hij is directeur van een handelsbedrijf, en in het weekend trek …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?