In Memoriambijlage: De rouwfotograaf

Columns
beeld Hans-Lukas Zuurman
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Het was even zoeken, maar ik ben op tijd bij een keurige middenwoning in een doorsnee wijk. De deur staat op een kier. Een familielid wil juist naar buiten lopen. ‘Goedemorgen, ik ben de fotograaf’, zeg ik. Ik condoleer haar met het verlies van Tim en mag naar binnen.

In de woonkamer heerst verdriet en verslagenheid. De meesten van de circa vijftien aanwezigen praten op gedempte toon en wachten staand af. ‘Hij ligt boven, de begrafenisondernemer is daar al’, krijg ik te horen, met het verzoek erheen te gaan, want de ouders willen ook foto’s van Tim in zijn slaapkamer. Met een collega is de uitvaartleider bezig Tim zorgvuldig over te leggen vanuit zijn bed in een rieten mand. De peuter ligt er met gesloten ogen en zijn blonde haar vredig bij.

Ik doe dit werk inmiddels enkele jaren, maar dit zijn momenten dat ik wel even slik. Ook al heb ik Tim nooit gekend. Ik ben zelf vader van vier kinderen. Wat een verdriet moet dit voor de ouders zijn, besef ik. Veel tijd om daar verder over na te denken is er niet, het vertrek naar de kerk voor een afscheidsdienst is aanstaande. Zijn moeder komt erbij staan met een verbeten lip en rood betraande ogen. We maken kort kennis en daarna leg ik vast hoe ze in haar vertrouwde omgeving liefdevol naar haar overleden zoon kijkt. Breekbaar, intiem. Het zijn foto’s waarvan ik weet dat ze in heel kleine kring zullen blijven. En daar horen ze ook thuis. Beneden zie ik hoe de enkele jaren oudere broer van Tim zichzelf kwijt is. Hij rent, huilt, lacht en ligt dwars te spartelen op de grond.

Dat ik als rouwfotograaf werk, doet bij mensen de wenkbrauwen nog weleens fronsen. ‘O, dat is niks voor mij’, of (grote ogen) ‘Echt waar?’. Een begrafenis bezoek je niet voor je plezier, dat klopt. Maar ik weet dat ik als rouwfotograaf van toegevoegde waarde kan zijn. Oom Henk die ‘wel even met zijn mobieltje wat foto’s maakt’ lukt het vaak toch onvoldoende. En nicht Amelie voelt zich te opgelaten om foto’s te maken terwijl oma begraven wordt. Mijn journalistieke achtergrond helpt in het vastleggen van de dag, want ik ben gewend te registreren. Ik zoek niet zozeer het mooiste plaatje, maar vooral naar ‘zoals het is’. En dat zie je terug in de details: een samengebalde vuist waarin de puntjes van een papieren zakdoek nog net zichtbaar zijn. Of een beeld van een peinzende nabestaande terwijl de overledene uit huis getild wordt. Het einde van het leven fascineert mij. Er is even geen Facebookblijheid, maar je ziet mensen zoals ze zijn. Mij past als fotograaf vooral bescheidenheid, maar soms raak je betrokken omdat iemand zijn verhaal kwijt moet. Er kan ook spanning zijn, omdat er familieruzies spelen. In de stilte van het moment spreken de elkaar ontwijkende gezichten dan boekdelen. Soms wordt ook heel bewust afscheid genomen. Ik herinner mij een weduwe die alle correspondentie met haar man uit hun begintijd gebundeld op zijn borst legde in de kist. Zo maakt iedereen zijn eigen keuzes over hoe het levenseinde eruit moet zien.

Een fotoreportage helpt vaak in de verwerking van verdriet, hoor ik geregeld. Voor direct betrokkenen gaat de dag vaak als in een roes voorbij. Op een later moment – hun moment – zitten ze met een album van de begrafenis op schoot en laten alles nog eens rustig passeren. Ook voor familie die niet (meer) kan overkomen vanuit het buitenland, is de reportage vaak een welkome aanvulling. En zo geldt dat ook voor Tims broer. Als hij straks ouder is, kan hij teruggrijpen op het beeldverslag zoals het was.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?