Ik had liever eerst gezien dat hij leuke kraaloogjes heeft, maar ik zag wat anders

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Vier weken oud is onze zoon nu, en terwijl ik dit schrijf, hangt hij half achterstevoren in een draagdoek op mijn buik, omdat hij zo graag naar het licht wil kijken. Judah Jacob.

Judah is de machtigste naam die ik voor hem kon bedenken. Naar De Leeuw. Ik heb veel nagedacht. Over wat hij van deze naam gaat uitdragen. Over hoe ik hem kan helpen beseffen wat het betekent om vernoemd te zijn naar de Koning der koningen. ‘Ik wil nú nadenken over onze visie op ouderschap’, zei ik koppig tegen Job, toen hij praktisch het een en ander wilde regelen. ‘Kinderwagens, luieremmers en wippers staan na z’n geboorte ook nog wel op Marktplaats.’

‘Wat is je visie dan?’ Vroeg mijn vriendin Linda, toen ze op een avond bij ons at.

‘Nou’, zei ik ... en daar hield het op. Ik hapte naar lucht als een vis, potdorie. Heb ik altijd een verhaal voor alles – maar als het gaat over de belangrijkste taak in mijn leven opeens niet. ‘Waarom vind je dat zo erg?’ vroeg Linda, toen ze zag dat ik boos werd op mezelf. ‘Uiteindelijk wordt hij zijn eigen individuutje, en daar zul jij mee moeten werken toch? Wacht het af.’

mag ik iets geks vragen?

Ze bleek meer gelijk te hebben dan ik op dat moment voorzag. Want toen Judah na zijn geboorte glibberig op mijn buik werd gelegd, deed zijn lieve gezichtje me ergens aan denken. Ik wachtte drie kwartier voordat ik het uitsprak. Daarna zag ik het nog steeds. ‘Mag ik iets geks vragen?’ zei ik. ‘Hij doet me denken aan kindjes met het syndroom van Down. Zien jullie dat ook?’

De verpleegkundige was het inderdaad ook opgevallen. Ik zag Job naar Judah kijken. En ik zag dat hij dacht: ja, verhip.

Terwijl de kinderarts onderweg was om Judah te bekijken, had ik het even lastig. Ik had liever eerst gezien dat hij leuke kraaloogjes heeft. Dat zijn neusje op die van Job lijkt. Dat hij zo’n mooi koppie met zwarte haartjes heeft. Maar het eerste wat ik zag was ‘syndroom van Down’. Een label. Ik voelde dat ik een keuze had. Ik kon het zwaar maken. Of ik kon met ruimte in mijn hart door de deur stappen die met deze vraag voor ons open werd gezet. Ik koos het tweede. Net als Job.

Judah heeft het syndroom van Down. En dat hadden wij niet verwacht. Zijn geboorte markeert de eerste keer dat ons leven niet volgens ons plan verloopt. En weet u? Het voelt vrij.

Bij ons gingen dingen zoals wij ze bedachten. Studie. Werk. De liefde. Vriendschap. Het bracht ons de illusie van maakbaarheid. Met ons verstand wisten we heel goed dat we geen controle hebben op ons leven. Maar bewijs daarvan? Nergens te vinden. Tot nu.

Met Judah in onze armen voelen we: onze kracht ligt niet langer in onze kracht – en waarschijnlijk lag hij daar al nooit. We zijn fragiel. Of Judah straks kan fietsen? Rennen? Gaan wij niet over. Of hij goed kan praten? Niet aan ons. Liefde, vrede en vreugde resten ons. Rusten in wie God is, in wat Hij over Judah heeft gezegd. We zijn fragiel, maar staan op stevige grond. Daar hebben we veel van gehuild.

de machtigste naam

‘Jezus’, zei ik tijdens de tweede nacht, en ik besloot heel eerlijk te zijn. ‘Judah was de machtigste naam die ik kon bedenken. Ik heb hem naar U vernoemd. En nu kiest U dit jongetje erbij.’ Ik was daarover in de war. Maar toen ik het zei, hoorde ik in mijn hart een diepe lach. Direct verdween de discrepantie tussen Judah en zijn naam. In het feit dat Jezus zijn naam verbindt aan dit jongetje, dat naar de maatstaven van onze maatschappij niet heel machtig of invloedrijk kan zijn, vond ik de zekerheid dat Judah niets van zijn doel gaat missen. Voelde ik een nieuw begrip van wat macht in Jezus’ ogen is. Zo verankerde zich de vreugde, die ik bij Judahs geboorte koos, in mij.

De volgende dag lazen Job en ik de tekst die we hadden gekozen voor zijn geboortekaartje: ‘We wisten al dat wat voor ons ligt beter is, veel beter, dan wat achter ons ligt. Maar Judah overtreft al onze verwachtingen.’ Profetisch. Ernaast de tekst die we kozen uit Openbaring 5:5. ‘Huil niet. Want de Leeuw van Judah, de wortel Davids, heeft overwonnen.’

We vonden het zo mooi dat we dat toch deden. Huilen.

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?