Geen aanslag in Nederland is deels een kwestie van geluk hebben

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Heb jij nog wel vertrouwen in de mens en de wereld om ons heen, wordt mij geregeld gevraagd. Het antwoord blijft ‘ja’, al is er alle aanleiding geweest om daar anders over te gaan denken, in de zes jaar dat ik nu aan het hoofd sta van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Ik word namelijk telkens weer geconfronteerd met de ‘zelfkant’ van de wereld.

De zes jaren zijn eerst en vooral gedomineerd door de gevolgen van de aantrekkingskracht die ISIS heeft op jonge mensen in Nederland en Europa. Vele jongvolwassenen die naar Syrië en Irak bleven gaan om daar het beloofde land te stichten. Ook al werd snel duidelijk dat de omstandigheden niet zo paradijselijk zijn als voorgespiegeld. Ook al moet het kalifaat tegen beter weten in met hand en tand verdedigd worden, door mannen, door vrouwen en zelfs door kinderen. Ook al zijn de gruweldaden met geen pen te beschrijven die uit naam van ISIS-kopstuk al-Baghdadi zijn gepleegd in de regio en ver daarbuiten – in Tunis, Parijs, Brussel, Berlijn, Manchester, Orlando en op vele andere plaatsen.

afdwingen

Waar baseer ik mijn vertrouwen dan op? Nederland is tot nog toe gevrijwaard gebleven van aanslagen. Dat is deels een kwestie van geluk hebben. Maar het is ontegenzeggelijk ook te danken aan mijn mensen, die zich elke dag opnieuw weer inzetten om een aanslag te voorkomen, en als het nodig is ook ’s nachts, zoals bij volg- en observatie-acties. Geluk moet je ook afdwingen.

Dat is een hele uitdaging. Want we weten niet wie er een aanslag gaat plegen, we weten niet wanneer, we weten niet met welke middelen, we weten niet waar of op wie. We moeten een onbekende dreiging zichtbaar maken, met als belangrijkste hulpmiddel de bijzondere bevoegdheden die we als geheime dienst mogen inzetten. We mogen bijvoorbeeld afluisteren, hacken of post openmaken.

Daarom ben ik blij dat de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017) dit jaar is aangenomen door de beide Kamers van de Staten-Generaal. In deze tijd van razendsnelle technologische ontwikkeling stelt de nieuwe wet ons in staat effectief bij te dragen aan de bescherming van de democratische rechtsorde.

De nieuwe wet heeft zijn grootste bekendheid door de nieuwe bevoegdheid die is opgenomen: het onderzoeken van grote hoeveelheden data op de kabel. Dat is ook hard nodig, omdat je alleen op die manier tijdig aanwijzingen kunt oppikken in de brij aan data die dagelijks door de virtuele wereld gaan op webfora, VOIP-verbindingen en in de donkere krochten van internet.

afluisteren

In die nieuwe wet zijn ook eerdere uitspraken van rechters en gerechtshoven vastgelegd. Zo is vanaf nu in de wet verankerd dat we de communicatie van een advocaat met zijn cliënt alleen nog na toestemming van een rechter mogen afluisteren. En niet op de laatste plaats: het regime van toezicht vooraf en toezicht achteraf is nog steviger gemaakt. Vooraf geeft niet meer alleen de minister toestemming voor de inzet van een bijzondere bevoegdheid, maar ook een onafhankelijke toetsingscommissie moet daarmee akkoord gaan. Daarnaast is er nog de onafhankelijke commissie van toezicht, die toegang heeft tot ons gebouw, onze medewerkers en alle systemen. Het is toetsing en toezicht zoals dat hoort in een democratische rechtsstaat.

Ik ben ervan overtuigd dat Nederland vertrouwen heeft in zijn inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Bij de dienst stellen we alles in het werk om een aanslag te voorkomen en om ook andere risico’s voor onze democratische rechtsorde, zoals cyberaanvallen en politieke beïnvloeding, in kaart te brengen. We proberen steeds weer een goede balans te vinden tussen veiligheid, risico’s en privacy. We zien het als onze dure plicht het in ons gestelde vertrouwen niet te beschamen.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?