Er is iemand uit de potvis gestapt

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Bij het ontleden en opruimen van dode potvissen op Texel is een bioloog onwel geworden. Collega’s vonden hem achter een van de walvissen. Hij zat ruggelings tegen het karkas en staarde naar zee. Bij het aansnijden van de speklagen, beweerde hij, schoot ineens naast hem een groot mes naar buiten. Het sneed aan twee kanten. Uit de voor zijn ogen ontstane opening zou een met bloed, gal en maagsappen besmeurde dertiger zijn gestapt. De man zakte op één knie, tekende een cirkel om zich heen in het zand en begon te rappen. Dit is de tekst, beweert de bioloog:

‘Wie niet wil voelen wat een ander voelt die moet maar horen / dat op een dag de wereld weer begint van voren. / In het midden van uw Nederlandse bezigheden / spoel ik aan uit uw recent verleden. / Uw land is een Razende Bol jullie hoofden zijn te vol, om mij te verwachten / want jullie zitten ’s morgens zwijgend in de trein / stil en alleen jezelf te verachten en jullie / pubers branden uit, twintigers krijgen al midlifecrises / of nemen de vlucht om te vechten voor ISIS, / ze vragen of er werk is, een leven behalve als zzp’er. / Ik wil bij jullie wonen maar ik kan er niet meer bij / dus ben ik terug als zwervende Arameeër, en spoel ik aan, van opzij / en nu leef ik in de wind, het water en het wisselend getij. / Zoek eerst mijn koninkrijk, Atlantis nooit verzonken, / daar wordt de wijn uit oude vaten nieuw gedronken. / Zoek dat en krijg de rest erbij. / Kruisig je statusangst en stop met malen / en kniel niet voor de kassa’s van de neoliberalen / met de dode oogopslag van edelmetalen / maar gooi ze om en geef het geld aan de kinderombudsman! / Breek de ban! Ontsteek het vuur van oude idealen! / Ik kom een revolutie brengen en ik bid in alle talen / dat jij je bekeert. Let op de terugkeer van de / vogels, en na Maria Lichtmis lammertijd; / de vaste tekens van mijn komst, mijn rust en duur. / En bescherm, in de kom van je handen, de vlam van geloof. Koester het vuur.’

De Noordzee, stelt het persbericht ironisch, ‘heeft de tekst helaas uitgewist’. Er gaan wel geruchten. Een strandjutter zegt dat hij een bootvluchteling uit het Midden-Oosten in zijn schuurtje vond. ‘Hij moest eerst douchen, dat was nodig. Daarna kon hij een borrel gebruiken. En anders ik wel.’ De jutter zegt dat hij sindsdien genezen is van de jicht. Merkwaardig was dat de voeten van de vreemdeling juist heerlijk roken. De bioloog moest met ziekteverlof. ‘Om ‘ns even heerlijk uit te waaien.’

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief