Column Bart Gooijer: Quasi-autisme

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Daar zitten ze, voor het eerst naast elkaar op mijn sofa, en het hoge woord komt eruit: ‘Ik denk dat mijn man autistisch is.’ Hij begrijpt haar niet, reageert amper of slechts oplossingsgericht op haar gevoelens, is zo teruggetrokken en op zichzelf. Als de beste man er niet aan wil dat hij autistische kenmerken heeft, wordt er een familielid of vriendin aangevoerd die het wél herkent. Bij voorkeur eentje die ook nog eens werkt in de zorg, dat heeft natuurlijk gezag. Bovendien heeft een van de kinderen recent de diagnose gekregen, en ‘de appel valt toch niet ver van de …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?