Cees Dekker: Leven scheppen in het lab

Columns
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Geërgerd zette Chris de radio uit. Naar de onzin van die Dekker wilde hij als gelovig christen niet langer luisteren – zo’n verhaal van een wetenschapper die een levende cel wil maken uit moleculen. Alleen God mag toch leven scheppen?!

Dit is geen fantasievol opleukertje van de start van deze column, maar een waargebeurde reactie op mijn onderzoek, waarin we nu de eerste babystapjes zetten om uit losse onderdelen een celachtig object te gaan bouwen. Simpel gezegd probeer ik inderdaad iets van leven te scheppen in het lab. Zo kijken we of we een soort zeepbelletjes kunnen maken die zich met wat eiwitten spontaan kunnen splitsen in twee dochterzeepbelletjes – precies zoals cellen zich opdelen naar dochtercellen. Het zou echt fascinerend zijn als het zou lukken een levende cel te maken. Want dat zou diep inzicht geven in het geheim van het leven, in wat zo’n levende cel nu precies onderscheidt van een levenloos mengseltje moleculen.

automotor

De beroemde natuurkundige Richard Feynman schreef eens: ‘What I cannot create, I do not understand.’ Helemaal waar! Want je begrijpt iets pas écht wanneer je het zelf bouwt. Neem een automotor. De meesten van ons toeren dankbaar rond in auto’s zonder te begrijpen hoe de motor werkt. Je kunt de motorkap openen en her en der wat sleutelen. Maar pas als je zelf, stap voor stap, een motor bouwt vanuit onderdelen, kom je alle onderliggende principes tegen en begrijp je de motor in detail.

Leven scheppen in het lab – wat vinden mensen buiten mijn ivoren toren daarvan? Dat verschilt nogal. Techniekfans vinden het prachtig. Die delen mijn fascinatie voor die vraag hoe leven kan ontstaan. Anderen zijn kritischer. Is dat niet gevaarlijk, leven creëren in het lab? Worden die synthetische cellen geen Frankensteinmonstertjes? Het antwoord is nee. Voor wie technisch doorziet waar het om gaat, is het helder: het risico is nihil. Als het al lukt om zeg binnen tien jaar cellen te maken, dan zijn dat enorm simplistische, heel minimale modelsystemen die mijlenver af staan van de immense complexiteit van de miljoenen bacteriën die nu al (!) in, op en om ons lichaam heen dwarrelen.

Bij christenen leeft nog een andere vraag: God is toch de schepper van het leven, moet de mens daar dan niet van afblijven? Zit die Dekker niet gewoon een beetje voor God te spelen? De vraag wordt mij – wetenschapper én christen – vaker gesteld. Drie dingen hierover.

ambitie

1 – Ja, God is de schepper van het leven. Hij schiep alles. Ook de levenloze materie. Op wetenschappelijk onderzoek daarvan heeft vrijwel niemand kritiek. Het is een tikje eigenaardig en inconsequent als we een probleem zien in het scheppen van een cel in het lab, maar niet in organische chemie die allerlei nuttige nieuwe stofjes creëert uit moleculen.

2 – Spelen wetenschappers voor God met hun ambitie levende cellen te maken? De uitdrukking ‘voor God spelen’ kan staan voor een arrogante houding. Zo las ik eens dat ‘nanotechnologen de wereld mooier, beter en sneller gaan maken door het broddelwerk van God te perfectioneren’. Zo’n aperte zelfoverschatting is stuitend en in feite de oerzonde van de mens – als God te willen zijn. Ware wetenschap leidt echter tot bescheidenheid en een diep ontzag voor de schepping en de Schepper. (Zelfs mijn atheïstische collega’s zullen het – afgezien van de laatste drie woorden – eens zijn met deze stelling.)

3 – Ik meen dat de mens in zekere zin zelfs de opdracht heeft ‘voor God te spelen’. In het begin van de Bijbel lezen we dat God de mens schiep als evenbeeld van zichzelf. God gaf die mens een cultuuropdracht, de aarde te beheren en onder zijn gezag te brengen. In deze grote opdracht worden wij opgedragen ‘voor God te spelen’ – zijn we geroepen als zijn vertegenwoordigers zorg te dragen voor deze aarde.

Wetenschap is voluit onderdeel van die cultuuropdracht. Als wetenschapper heb ik het voorrecht de schepping te mogen onderzoeken op het niveau van de bouwstenen van het leven, zelfs uit te puzzelen hoe leven ontstaat. Net als de psalmdichter mag ik God prijzen om de grootsheid van zijn schepping. En met de verkregen wetenschappelijke inzichten mag ik aan de slag om de naaste te dienen.

Chris en ik moeten nog maar eens om de tafel gaan zitten ...

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?