Voor 250 euro heb je een slaaf

Buitenland
beeld cnn
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Schokkend zijn de beelden die CNN in oktober heeft gemaakt van een slavenmarkt in Libië. Nu, na de eerste schrik en protesten, is het weer stil. ‘Maar absoluut hoopvol is dat de dagen voorbij zijn dat de kerk slavernij verdedigt.’

‘Grote, sterke kerels!’, schreeuwt een mannenstem in het Arabisch. ‘Voor werk op de boerderij!’, zo prijst hij een paar donkere mannen uit Niger aan voor een niet zichtbaar publiek. ‘400 dinar!’, biedt iemand. Maar de verkoper wil meer. ‘700, 800.’ Na wat loven en bieden slaat de veilingmeester af: 1200 dinar voor drie Afrikanen, omgerekend 750 euro. De koper neemt de mannen mee. Wat hij met zijn koopwaar gaat doen? ‘Doorverkopen’, mompelt hij.

De onthullende filmbeelden van de CNN-reportage van een slavenveiling in Tripoli schokten in oktober de wereld. In Parijs en Brussel gingen woedende demonstranten de straat op, uit protest tegen de mensonterende handel. Libië probeerde de internationale boosheid te sussen door een onderzoek te beloven naar de omstandigheden waaraan migranten blootstaan. Een lachertje, gezien de chaos en anarchie waarin het Noord-Afrikaanse land na de val van dictator Muammar Gadhafi in 2011 verkeert. In grote delen van Libië heeft de regering niets te vertellen.

bruutheid

De beelden hebben criminoloog Jan van Dijk, vicevoorzitter van deskundigenpanel tegen mensenhandel (Greta) van de Raad van Europa, zeer verrast. ‘Die rauwe vorm van openlijk mensen opkopen is voor mij helemaal nieuw. Zulke taferelen kennen we uit de 18e eeuw. Toegegeven, in Mauritanië (West-Afrika) komt dit soort slavernij nog voor en in India bestaat bondage, een vorm van dwangarbeid waarbij kinderen de schulden van ouders moeten overnemen. Het zijn grove vormen van uitbuiting, maar in een moderner jasje dan een slavenmarkt.’

Terry FitzPatrick van Free The Slaves is juist niet verrast. ‘Helaas niet. Ik was wel geschokt over de openlijke bruutheid. Maar het in slavernij voeren vindt op tal van andere manieren overal ter wereld plaats: onder bedreiging van geweren, ontvoerd uit hun huis of verkocht door hun ouders, gedwongen uitgehuwelijkt. Bendes steken complete dorpen in brand en voeren de bewoners af in vrachtwagens.’

Wereldwijd – in bordelen, op boerderijen en in de bouwindustrie – werken tientallen miljoenen mensen als slaaf, bevestigen Van Dijk en FitzPatrick. ‘In Nederland gaat het naar schatting om zes- tot zevenduizend mensen per jaar’, zegt Van Dijk. ‘Van hen is een vijfde tot een kwart minderjarig; niet alleen meisjes, maar ook jongens.’ De aantallen laten zien dat moderne slavernij een gigantisch probleem is, volgens de criminoloog veroorzaakt door ‘een op hol geslagen kapitalisme’. ‘Ondernemers die hoe dan ook winsten willen maken en marktaandeel willen veroveren door zeer goedkope arbeidskrachten in te schakelen.’

oud nieuws

Maar een nieuw fenomeen? ‘Slavenmarkten zijn een oud probleem’, benadrukt de Vlaamse journalist en politiek filosoof Thomas Decreus. ‘Al in de tijd van Gadhafi waren er kampen in Libië waar mensen als koopwaar verhandeld werden. Wat CNN filmde, is zeker al tien jaar gaande. En ik ga ervan uit dat de ellende blijft voortduren. Overal zie je misbruik van vluchtelingen, bijvoorbeeld in kampen in Sudan en in Turkije – in veel opzichten lijkt dat op pure handel.’

Hij wijst op eerdere onthullingen. ‘Beelden zorgen voor ophef, maar in 2015 kwam het Canadese tijdschrift Vice al met een reportage over de erbarmelijke omstandigheden in Libische detentiecentra. Uitgehongerde vluchtelingen werden als vee behandeld.’ Enkele dagen na de CNN-uitzending herinnerde Decreus op de nieuwssite DeWereldMorgen.be eraan dat Time in 2016 al had gemeld dat Libië in een ‘moderne slavenmarkt’ was veranderd. In september berichtte ook de BBC over ‘slavernij’ in Libische detentiecentra.

‘De meesten van ons hebben op school geleerd dat ruim honderd jaar geleden een einde aan de slavernij kwam. Maar dat is niet gebeurd’, reageert FitzPatrick. ‘Slavernij is onwettig verklaard, maar nooit echt uitgeroeid. Er zijn andere vormen van slavernij voor in de plaats gekomen door globalisering, een groeiende wereldbevolking en migratie. Die zorgen voor een “perfecte storm” voor mensenhandelaren, waardoor slavenhandel een wereldwijde comeback doormaakt. Er zijn nu 40 miljoen slaven – veel meer dan in de tijd van de trans-Atlantische slavenhandel enkele eeuwen geleden.’

bliksem

Slavenhandelaren doen meestal niet geheimzinnig over hun praktijken, want ze worden toch niet gepakt, stelt Henk Jan Kamsteeg, persvoorlichter bij International Justice Mission (IJM), een organisatie die zich wereldwijd keert tegen slavernij. ‘In India is de kans groter dat je door de bliksem getroffen wordt dan dat je beschuldigd wordt van slavernij. Vooral op het Indiase platteland loop je al gauw tegen mensenhandel aan; in een grote stad als Mumbai komt die minder in de openbaarheid.’

Al zijn er in India geen markten waar slaven verkocht worden, toch is er sprake van ‘een complete handel’, weet Kamsteeg. ‘Alleen is die veel geniepiger dan op de markt. Recruiters gaan naar een straatarme provincie en vertellen daar prachtige verhalen over een baan bij een steenfabriek in Chennai of Bangalore. Ze doen mooie beloftes over inkomen en onderdak. Voor mensen die niets te makken hebben, klinkt dat als een fantastisch aanbod. Pas als ze bij die steden in een steengroeve aankomen, ontdekken ze dat hun leven in een rauw slavenbestaan is veranderd.’

In de Dominicaanse Republiek, aan de Amerikaanse kant van de Atlantische Oceaan, vindt openlijk mensenhandel plaats. ‘In parkjes, op het strand of op straat worden jonge meisjes te koop aangeboden voor seksuele diensten’, aldus Kamsteeg. ‘In 2015 was een op de vier meisjes op dit Caraïbische vakantie-eiland (vijf miljoen toeristen per jaar) het slachtoffer van pooiers. Een pedofiel kan binnen een kwartier nadat hij in een hotel is aangekomen, een meisje ophalen. Veel meisjes worden hun leven lang in bordelen vastgehouden.’

slapen in een kas

In grote delen van Afrika en Azië blijft slavernij grotendeels buiten het blikveld. ‘In die landen heerst zo veel verschrikkelijke armoede en honger dat de overheden slavernij niet als grootste prioriteit zien’, meent Van Dijk. ‘In het Westen groeit sinds tien jaar de aandacht voor slavernij, met name in de seksindustrie. De laatste jaren komen ook schandelijke praktijken in de tuinbouw meer in de publiciteit, waarbij mensen met dwang of intimidatie naar Nederland zijn gehaald, een schijn van een loon krijgen uitbetaald en gedwongen worden in een kas te slapen.’ Ondanks de verbijstering over het bestaan van slavenmarkten, komen weinig mensen in actie. In november ging de online petitie #abolition (‘afschaffing’) van start, als een wereldwijd protest tegen de slavenhandel. ‘Met ongeloof heeft de hele wereld ontdekt wat hulporganisaties allang wisten’, zeggen de Afrikaanse initiatiefnemers. ‘Zwarte migranten worden verkocht op Libische slavenmarkten. Teruggebracht in slavernij, omdat zij zwart zijn. Als Afrikanen treft dit ons hard, het roept weer diepe pijn op, en trauma’s uit de geschiedenis.’ Na twee maanden hebben bijna 43.000 mensen hun steun betuigd – nog niet de helft van het beoogde aantal handtekeningen.

Europa houdt zich ‘verpletterend’ afzijdig, constateert Decreus, hoewel tienduizenden vluchtelingen zich verdringen en verdrinken om het Europese continent te bereiken. ‘Het zijn in Europa burgers die zich laten horen, maar hun politieke leiders houden zich stil uit cynische electorale berekening.’

Volgens de Vlaamse journalist dragen Europese landen verantwoordelijkheid voor het (voort)bestaan van Libische slavenmarkten, een gevolg van westers militair ingrijpen in Noord-Afrika en een ‘jarenlange cynische migratiepolitiek’. Europa, zegt Decreus, heeft de sleutel in handen om de slavenhandel te stoppen. ‘Het huidige grenzenbeleid heeft geen toekomst. Dat leidt alleen tot meer kampen, meer mensenhandel.’

Bewustwording is nodig, zegt Van Dijk. ‘We moeten ervoor zorgen dat migranten zich ervan bewust worden dat ze rechten hebben, dat ze naar de politie stappen als ze merken dat ze uitgebuit worden.’ Belangrijker nog is volgens hem dat consumenten zich bewuster gaan gedragen. ‘Koop geen koffie, levensmiddelen of kleding die met kinderarbeid is geproduceerd. Er zou een certificaat moeten komen op spullen die niet door slaven zijn gemaakt. Die groeiende aandacht voor een “schone” aanvoerlijn zie ik als een belangrijke nieuwe ontwikkeling.’

moreel gevecht

Daarnaast kunnen arbeidsinspectie en politie scherper letten op signalen van moderne slavernij. Volgens Van Dijk ontbreekt het daar in Nederland aan. ‘Met simpele vragen kun je al erachter komen wat er aan de hand is. Bijvoorbeeld door migranten te vragen of ze weg kunnen van hun werkplek, of ze hun paspoort nog hebben, of ze regelmatig betaald worden. Zulke eenvoudige controlelijstjes bestaan. Door reorganisaties bij de politie zijn veel specialismen en kennis verloren gegaan, vooral die op het gebied van mensenhandel. De aandacht is verslapt doordat terrorisme en mensensmokkel (illegaal, grensoverschrijdend transport van mensen, red.) meer prioriteit krijgen.’

FitzPatrick is optimistisch. ‘Want er was een tijd dat slavernij door de kerk als moreel aanvaardbaar werd verdedigd en door politici als economische noodzaak. Die dagen zijn gelukkig voorbij. Een eeuw geleden werd de slavernij verboden: het is fout, kwaadaardig en niet noodzakelijk.’ Maar dat was slechts een deel van de strijd, benadrukt hij. ‘De generatie van deze tijd moet het karwei afmaken door deze misdaad uit te roeien; niet alleen wettelijk, maar ook praktisch. Ik ben hoopvol, nu het morele gevecht is gewonnen. De praktische afschaffing kan snel volgen.’

Om die overwinning te behalen, zijn volgens hem drie dingen nodig: ‘In de eerste plaats kan de rechtsvervolging beter. Laat mensenhandelaren een zware prijs betalen: niet alleen door hen achter de tralies te zetten, maar ook door het opleggen van hoge schadevergoedingen voor hun slachtoffers. In de tweede plaats moet er meer economische druk komen op bedrijven: zij moeten transparant zijn over wie zij aannemen en verantwoording afleggen over de manier waarop zij hun producten maken. De Europese Unie, Scandinavië, de Verenigde Staten en Australië zijn al bezig op dat punt hun regelgeving te verscherpen. En in de derde plaats moeten we de oorsprong van migratie wegnemen. Zorg voor onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid en werk in kwetsbare regio’s en in rampgebieden. Dan pak je het probleem bij de wortel aan.’ ◆

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?