Snelle auto's en politieke gevangenen

De jaarlijkse Formula 1 Grand Prix in Bahrein is weer voorbij. Achter de snelle auto’s, champagne, glitter en glamour van afgelopen weekend, gaat een regime schuil dat dissidenten genadeloos de mond snoert.

Mensenrechtenactivist Hussein Jawad staat vandaag voor de rechter.

Manama

In de nacht van 16 februari wordt Hussain Jawad (27), voorzitter van de Europees-Bahreinse organisatie voor mensenrechten, van zijn bed gelicht door gemaskerde agenten in burgerkleding. Zijn vrouw Asma Darwish en hun 2-jarige zoontje Parweez moeten toekijken hoe hij wordt weggevoerd. ‘Gearresteerd omdat hij tegen de regering is en sjiiet is’, vertelt Darwish (24), hoofd informatie en mediarelaties bij dezelfde organisatie.

Jawad wordt ervan beschuldigd terroristische organisaties gefinancierd te hebben. Het geld dat hij heeft ingezameld, is volgens zijn vrouw bedoeld om arme families van politieke gevangenen te helpen. ‘Het regime wil hem ergens van beschuldigen - wat dan ook - om hem te straffen voor zijn werk als mensenrechtenverdediger.’

Net als in veel andere Arabische landen brak er in 2011 een opstand uit in Bahrein, een klein eiland in de Perzische Golf. Demonstranten eisten democratie, een einde aan de religieuze discriminatie en het vertrek van koning Hamad bin Isa al-Khalifa. Hoewel bij de protesten tientallen doden en honderden gewonden vielen, vinden er nog regelmatig demonstraties plaats. Maar het koningshuis geniet de steun van sterke bondgenoten. Saudi-Arabië en andere Golfstaten stonden klaar om de opstand in 2011 met hun legers neer te slaan.

De Verenigde Staten heeft zijn Vijfde Vloot op het strategisch gelegen eiland gestationeerd en de Britten, die tot 1971 over het land heersten, willen er een permanente marinebasis bouwen. Darwish heeft contact met de Amerikaanse en Britse ambassade in Bahrein, die altijd afgevaardigden naar de rechtszaken sturen. De economische belangen in de Golfregio zijn echter groot. ‘Ze tonen hun bezorgdheid, maar doen niets’, zegt ze. ‘Ondertussen gaan de arrestaties door. Mag ik dit hypocrisie noemen?’

Het soennitische koningshuis heerst over 1,3 miljoen inwoners. Acht op de tien Bahreini’s zijn moslim, in meerderheid (60 procent) van sjiitische snit. Volgens het regime krijgen de sjiieten steun van Iran. ‘Propaganda’, noemt Darwish het. ‘Mijn broer is getrouwd met een soennitische. Ik heb christelijke en atheïstische vrienden. Het maakt ons niet uit.’

arrestatiegolf

De overheid heeft in 2011 verschillende sjiitische moskeeën verwoest. Sjieten worden al jaren gediscrimineerd, bijvoorbeeld bij sollicitaties. ‘In onze woonplaats Sitra worden sjiieten dagelijks lastig gevallen door de autoriteiten’, vertelt Darwish. ‘Bijvoorbeeld bij de checkpoints.’ De meeste politieagenten zijn Pakistanen, Jordaniërs en Jemenieten; zij zijn na de opstand van 2011 naar Bahrein gehaald en hebben de Bahreinse nationaliteit gekregen om het aantal soennieten in het land te vergroten.

De situatie in Bahrein verslechtert volgens Darwish. De laatste tijd zijn veel dissidenten opgepakt; er zitten inmiddels circa vierduizend politieke gevangenen vast. Eind vorig jaar is Ali Salman, de politieke leider van de oppositiebeweging Al-Wefaq, gearresteerd omdat hij deelnam aan een demonstratie. In januari trok de staat van 72 mensen de Bahreinse nationaliteit in, onder wie vooral mensenrechtenactivisten, journalisten en opposanten.

Eerder in april werd activist Nabeel Rajab voor de zoveelste keer opgepakt. Op Twitter had hij melding gemaakt over martelingen in de gevangenis van Bahrein. Ook had hij bericht dat een aantal Bahreini’s die zich bij ISIS hebben aangesloten, voormalige overheidsfunctionarissen zijn. Voor die berichtgeving kan Rajab tien jaar celstraf krijgen.

Net als Rajab vindt Darwish het vreemd dat de Bahreinse overheid aanhangers van ISIS met rust laat, terwijl Bahrein net als Saudi-Arabië en de andere Golfstaten, lid is van de door de VS geleide coalitie tegen ISIS. ‘Vreedzame sjiieten worden lastiggevallen, maar de werkelijke terroristen kunnen hun gang gaan. Wij zijn niet de vijand, dat is ISIS.’

Haar man Hussein Jawad zegt dat hij zijn ‘bekentenis’ over staatsondermijnende activiteiten heeft ondertekend na dagenlange mishandeling. Hij werd met de dood bedreigd, mocht niet slapen, drinken en naar de wc gaan. Ook tegen zijn vrouw werden dreigementen geuit.

‘We hadden nooit gedacht dat hij gemarteld zou worden’, zegt Darwish, wijzend op Jawads bekendheid en zijn banden met Human Rights Watch, Amnesty en met verschillende europarlementariërs. ‘Het betekent dat het regime kan doen wat het wil, zonder dat er vragen gesteld worden.’

Jawad kan vandaag levenslang opgelegd krijgen. Darwish: ‘Ik probeer positief te blijven, maar begin me minder zeker te voelen.’ Via sociale media en internationale organisaties probeert ze druk uit te oefenen. ‘Hopelijk zien het regime in dat het tijd wordt om mensenrechtenverdedigers vrij te laten, omdat Bahrein anders alleen maar negatieve publiciteit krijgt.’ <

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief