Op bezoek bij de doodsbange christenen in Noord-Syrië. 'We kunnen nu alleen bidden'

Het dorp Maharkan ligt op drie tot vier kilometer van de Turkse grens (een betonnen muur in het veld links voor de heuvels). De inwoners zeggen nauwelijks naar buiten te durven, omdat het Turkse leger granaten op hen afvuurt. Buitenland
Het dorp Maharkan ligt op drie tot vier kilometer van de Turkse grens (een betonnen muur in het veld links voor de heuvels). De inwoners zeggen nauwelijks naar buiten te durven, omdat het Turkse leger granaten op hen afvuurt. | beeld Harald Doornbos
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Niet alleen de Koerden, ook de christenen die in Noord-Syrië nabij de Turkse grens wonen, zitten in doodsangst, hoort correspondent Harald Doornbos ter plaatse. ‘Niemand is vergeten hoe hier in 1914-1915 bijna alle Armeniërs werden gedood en verdreven door strijders van het Ottomaanse (Turkse) rijk.’

Maharkan

Bij de afslag naar het Assyrische (christelijke) gehucht Tell Djehan staat een man te schreeuwen. ‘Stoppen, stoppen’, roept hij, terwijl hij met zijn arm wijst in de richting van een stel bomen, op ongeveer zeshonderd meter afstand. ‘Er zijn net twee Turkse granaten ontploft tussen die bomen.’

Vanzelfsprekend luisteren we naar de man, die Yusuf blijkt te heten. Onze auto parkeren we achter een huis, uit het zicht van de Turkse tanks en artillerie. Tussen twee huizen in schuilen ongeveer twintig mensen voor het Turkse oorlogsgeweld. Mannen, vrouwen, kinderen. Ee …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?