In München werpen de Duitsers de last van het verleden af

Dominee Dagmar Knecht: ‘Christenen horen zo te zijn’. Buitenland
Dominee Dagmar Knecht: ‘Christenen horen zo te zijn’. | beeld nd
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

De Duitse kerken omarmen de vluchtelingen. Je proeft onder Duitsers een sfeer van hoop in ‘vluchtelingenhoofdstad’ München. ‘We bewijzen de wereld dat we niet langer boosdoeners zijn, maar weldoeners.’

Eigenlijk wordt het te gek. Dagmar Knecht komt tijd te kort. Bijna dagelijks is de Beierse predikante een paar uur bezig met de zorg voor vluchtelingen in Moosach, een buitenwijk van München. Ze verwacht dat het alleen maar zwaarder wordt. ‘De eerste groep vluchtelingen bestond vooral uit hogeropgeleide Syriërs die een ongelooflijke interesse hadden om Duits te leren’, vertelt ze in haar werkkamer, die uitkijkt op de kleine evangelisch-lutherse Magdalenakerk. ‘De laatste weken neemt met name het aantal Afghanen toe en laaggeschoolde vrouwen en kinderen uit Syrië. Zij spreken geen Engels. Dat maakt integratie een stuk moeilijker. Veel vluchtelingen hebben geen idee hoe de Duitse samenleving in elkaar steekt.’

In de buurt van het kerkje in Moosach zijn dit najaar vier opvangkampen ingericht die elk tussen de honderd tot driehonderd migranten opvangen. Al snel vroeg de Münchense gemeenteraad aan kerken in de wijk bij te springen. De Magdalenakerk haakte er meteen op in. ‘We nodigden vluchtelingen uit om na een kerkdienst te blijven koffiedrinken’, vertelt Knecht. ‘Al snel volgde het opzetten van een internetcafé in de kerk. Op vaste tijdstippen kunnen vluchtelingen hier komen om contact te hebben met hun familie in Syrië of Afghanistan. Voor hen is dat enorm belangrijk en bij ons in de kerk zorgde het voor een golf van enthousiasme.’

verdwenen

De vijftigjarige predikante is inmiddels een vertrouwd gezicht bij de vluchtelingen. ‘Als ik naar het kamp ga om alleen een affiche op te hangen met activiteiten in de kerk, ben ik zo een paar uur bezig. Iemand vraagt of ik wil meegaan om te helpen kleren te kopen, een ander zegt dat hij een boete heeft gekregen omdat hij geen kaartje had om te reizen met de U-Bahn (metro). Een derde wil weten waar haar kind naar school kan.’

De spontane hulp viel op: Knecht gaf interviews in kranten en raakte in contact met mensen van andere kerken. ‘Veel buurtbewoners, onder wie moslims en niet-gelovigen, voelden zich aangesproken. De bereidheid om te helpen, ook financieel, is enorm.’ De Münchense predikant kreeg deze maand twee assistenten erbij, onder wie een Iraanse vrouw. Ze is er erg blij mee. ‘Ik had haast geen tijd meer om een zondagse preek te maken.’

Het centraal station van München was in augustus wereldnieuws, toen een vloedgolf aan vluchtelingen uit het Midden-Oosten de perrons overspoelde. ‘We hebben ze met applaus binnengehaald’, zegt Johannes Minkus, persvoorlichter van de Evangelische Kerk in Beieren, ‘maar de hausse is voorlopig voorbij. Tot november kwamen er dagelijks duizenden aan op het Hauptbahnhof, nu bijna niemand meer. De afgelopen week kwamen zo’n vier- tot zesduizend asielzoekers het land in.’ Dat het er zo veel minder zijn, komt door het invallen van de winter. Daarnaast heeft Oostenrijk met de Beierse regering afgesproken de vluchtelingen rechtstreeks naar tentenkampen in Passau en Straubing te brengen.

In het tentenkamp worden de vluchtelingen geregistreerd. ‘Ze krijgen er te eten en een plek om te slapen. Na een paar dagen worden ze met een bus naar een plek elders in Duitsland gebracht.’ Volgens Minkus wachten veel vluchtelingen die busreis niet af. ‘In het kamp hebben ze volledige bewegingsvrijheid, het is geen gevangenis. Ze kunnen gaan en staan waar ze willen. Velen gaan te voet verder, bij duizenden. We weten niet waar ze blijven; vermoedelijk naar familieleden in Scandinavië of Groot-Brittannië. Anderen proberen op eigen gelegenheid onderdak te vinden, bij landgenoten elders in Duitsland of gewoon op goed geluk.’

De snelle doorstroom in de provisorische opvangkampen is volgens Pfarrerin Knecht soms ontmoedigend. ‘Je leert een paar vluchtelingen wat beter kennen en dan ineens zijn ze weg. Regelmatig zorgt de bureaucratie voor ergernis. Pas was hier een Iraakse moeder met drie kleine kinderen. De vrouw had astma en moest dringend naar een andere locatie. Na mondeling overleg hebben we haar verhuisd, maar naderhand kwam er gezeur van omdat ze geen document kon overleggen waarin officieel toestemming was gegeven en moest ze weer een ambtelijke mallemolen in.’

werkgroep

De Beierse kerken hebben circa 135.000 vluchtelingen ondergebracht. Nog honderdduizenden wachten op goedkeuring van de Duitse autoriteiten om te mogen blijven. ‘De wachttijd duurt vaak meer dan een jaar, waardoor ze lange tijd in het ongewisse blijven’, zegt Minkus. ‘Alles is vreemd voor ze: ander eten, andere omgangsvormen. Wat het nog moeilijker maakt: de meesten spreken geen woord Duits. Hoe vinden ze een dokter? Waar kan hun kind naar school?’

Deze maand hebben de Beierse autoriteiten hun bijdragen voor taalcursussen Duits fors verhoogd. Deelstaatminister van Sociale Zaken Emilia Müller maakte op 17 december bekend dat de huidige subsidie van 3,75 miljoen euro volgend jaar naar bijna 17 miljoen euro wordt opgeschroefd. Ook het aantal leslocaties wordt komend jaar uitgebreid, van veertig naar meer dan driehonderd. Voor het administreren van de hulp van onbezoldigde vrijwilligers is 500 euro per cursus uitgetrokken.

Omdat de Duitse overheid de enorme instroom van vluchtelingen nauwelijks aankan, is de steun van rooms-katholieke en protestantse kerken in Duitsland meer dan welkom. De staat stelt geld beschikbaar voor de inzet van kerkelijke welzijnswerkers van de Evangelische Innere Mission (protestants) en Caritas (katholiek). Daarnaast zijn er talloze vrijwilligers uit lokale kerken. ‘Het zijn honderden barmhartige Samaritanen’, prijst Minkus hen. ‘Zij zorgen voor vervoer om bij het ziekenhuis te komen, helpen met lessen in de Duitse taal of gaan mee naar het gemeentehuis om formulieren in te vullen.’ In augustus heeft de Evangelische Kirche de taskforce ‘Wir schaffen Herberge’ (‘Wij regelen herbergen’) opgezet om vluchtelingen slagvaardiger te kunnen helpen. De werkgroep kan snel en zonder bureaucratie plaatselijke kerken met advies en financiële voorschotten bijspringen bij de opvang van vluchtelingen. Er zijn forse bedragen mee gemoeid, beaamt Minkus. ‘Voor 25 voorstellen is een miljoen euro toegezegd, waarvan ruim de helft bestemd is voor de coördinatie van de vrijwilligers.’

Daarnaast bezitten de Evangelische Landeskirche van Beieren en de Rooms-Katholieke Kerk woningen, die zij in eigen beheer kunnen gebruiken voor vluchtelingenopvang. Minkus: ‘Half november waren zo’n drieduizend mensen ondergebracht in 1479 kerkelijke huizen. Dat is een druppel op een gloeiende plaat, maar er wordt hard aan gewerkt om dat aantal uit te breiden.’ In Erlangen is onlangs een protestants bejaardentehuis verbouwd, waardoor voor maximaal zestig vluchtelingen onderdak beschikbaar is. ‘We willen niet dat deze mensen net zo opgepropt moeten leven als in de Bayernkaserne in München. Daar zitten vluchtelingen met vier tot acht personen op een kamer, met weinig privacy’, legt de EKD-persvoorlichter uit.

donker verleden

Waar komt de Duitse opwelling van naastenliefde vandaan? ‘Christenen horen zo te zijn’, meent dominee Knecht. Volgens haar heeft de stroom vluchtelingen de sfeer binnen de Beierse kerken verbeterd. ‘Ik zie meer openheid en saamhorigheid tussen kerkmensen. In onze gemeente in Moosach spreken we altijd onze gasten aan – voor een Duitse kerk is dat best bijzonder. Het openzetten van je kerkgebouw voor vreemdelingen is spannend. Blijft het schoon? Wordt er niet gestolen? Wat doe je als een traumatische jongeman doordraait? Dat vergt vertrouwen. En toch doen we het. Dat geeft me een gevoel van trots.’

Kerken doen geen water bij de wijn, zegt ze verder: ‘We halen geen kruisen van de muur. We zeggen dat we Jezus volgen. We vieren Kerst. Toch komen moslims graag naar de kerk, al was het alleen maar om de koek bij de koffie. In de kerk ligt een koran waaruit ze mogen lezen, en we leggen uit waar een moskee in de buurt is te vinden. De taalbarrière maakt het lastig een gesprek te voeren over het geloof; vaak is dat ook niet het juiste thema om met vluchtelingen te bespreken. Liever dan muren optrekken willen we humanitaire hulp geven en laten zien dat we respect voor elkaars levensovertuiging hebben. Dat is al zo veel anders dan veel vluchtelingen gewend zijn.’

Volgens Minkus is het Duitse mededogen vooral te verklaren uit de mix van schuldgevoel en economische voorspoed van de Bondsrepubliek. ‘Als Duitsers willen we de wereld tonen, dat we niet langer boosdoeners zijn, maar weldoeners. Duitsland heeft een donker verleden, maar ons land wil laten zien dat de tijd van de nazi’s echt voorbij is. Met haar rede op de partijdag van de CDU in Karlsruhe heeft bondskanselier Angela Merkel dat geweldig verwoord. Met onze economische en humanitaire spankracht moet het ons lukken.’

Minkus is ervan overtuigd dat Merkels oproep aan de Duitsers om dichter bij de Bijbel te leven niet voor de bühne was. ‘Als je eigen geloof sterk is, hoef je inderdaad geen angst voor de islam te hebben. We verstoppen het christelijk geloof niet, hoewel we zeker discussie hebben over het wel of niet zending bedrijven onder vluchtelingen. De een ziet bekering als een kans, de ander wijst op het risico dat we de nood van vluchtelingen exploiteren. Merkels bevlogenheid heeft een positieve toon in de kerken gezet; we horen nauwelijks protest en het geld komt er. In Duitsland hebben kerken een invloedrijke rol in de samenleving, waardoor het gemakkelijker is om als kerk en overheid samen te werken.’

In de ogen van Dagmar Knecht zijn vluchtelingen geen last. ‘Als je hun verhalen hoort, kijk je soms in een afgrond. Tegelijk gaat het normale leven door: boodschappen doen, de auto wassen of de douche repareren. Zolang we een vluchteling maar laten merken, dat hij geen nummer voor ons is, maar een mens. Laatst zat hier een gepensioneerde Duitse man uit de buurt, hij speelde memory met een zwart kind. Ze vonden het allebei wunderbar.’ ●

te druk voor rondleiding

Op het station van München zijn nauwelijks nog vluchtelingen te bekennen. Soms staan ze onopgemerkt tussen de honderden zich voorbij haastende reizigers, zoals een groep jonge, Arabisch sprekende mannen die bij een koffieterras rondhangen, een sigaretje roken en turen naar het schermpje van hun mobiele telefoon. Geruime tijd gaf de Bayernkaserne in München de eerste opvang aan vluchtelingen. Journalisten komen de kazerne niet binnen, tenzij er een begeleider beschikbaar is. Andrea Betz, welzijnswerker bij Innere Mission München, heeft echter geen tijd voor een rondleiding. Via een medewerker biedt ze aan een telefonisch interview te geven. ‘Morgen, en alleen als het kort kan.’

Bijlagen

Fotoserie, 2 foto's
PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief