In de straten van Erbil woont wantrouwen

Hulpverlener Elishaa Samir van Dorcas huilt als hij jonge yezidische kinderen hoort zeggen dat de mensen van ISIS allemaal vermoord moeten worden. De kinderen wonen met hun ouders in een afgedankt restaurant in het centrum van Erbil. |beeld Sjoerd Mouissie Buitenland
Hulpverlener Elishaa Samir van Dorcas huilt als hij jonge yezidische kinderen hoort zeggen dat de mensen van ISIS allemaal vermoord moeten worden. De kinderen wonen met hun ouders in een afgedankt restaurant in het centrum van Erbil. |beeld Sjoerd Mouissie

De trotse Iraakse christenen zijn geknakt. Ze vertrouwen niemand meer, en zijn klaar met Irak. Hier zijn we nooit meer veilig. Het is ISIS gelukt.

Is het in Nederland koud? Geeft niets. Jouw land is mooi, zegt Salam. De 20-jarige jongen staat naast zijn broer, ouders, oom en tante. Hier wonen we, wijst zijn vader op een paar vierkante meter veelkleurige matrassen in de hoek van een kerk in Erbil, Noord-Irak. Rustig wonen is het er niet in hetzelfde gebouw moeten meer dan vijftig christelijke gezinnen het met elkaar zien te rooien.

De aantallen vluchtelingen zijn immens. In de regio rond Erbil zijn het er nu 700.000, stelt de Unhcr, de hulporganisatie van de Verenigde Naties. Hoeveel christenen er in de stad zelf wonen, weet niemand precies. Hulpverleners schatten hun aantal op 60.000.

Ze komen uit allerlei dorpjes uit de vlakte van Ninevé, maar vooral uit de grotere christelijke steden Mosul en Qaraqosh. Christenen en yezidis bivakkeren in kerken, scholen, verlaten bouwvallen en tenten. Buiten is het vijftig graden, de wind is een warme föhn. Binnen is de situatie erbarmelijk. Er is een tekort aan alles voedsel, water en medische zorg.

moslims wegsturen

Salams gezin vluchtte uit Mosul toen ISIS er aankwam. Ze zouden ons hebben vermoord als we gebleven waren. Iedereen is gevlucht. En wat hem betreft, is de reis nog niet voorbij. We moeten weg uit Irak. Elk land is beter dan dit. Op de vraag of hij niet terug wil naar zijn oude huis, maakt Salam een wegwerpgebaar. Denk je dat het ooit nog gebeurt? Nee, Irak is onze plaats niet meer. Van de zelfverzekerdheid die de Iraakse christenen ooit sierde, is weinig meer te merken. Het bracht vijf kerkleiders uit het Midden-Oosten ertoe per privé-jet naar de stad te komen, om de christenen op te roepen in Irak te blijven. Dit is jullie land, waar jullie moeten terugkeren. In de straten van Erbil blijkt dit echter een moeilijk te verkopen boodschap. Schrijf maar in je krant dat de overheid ons naar Europa moet halen, zegt een jonge vader in de menigte die wacht op voedsel. Zijn dochtertje hangt aan zijn benen. Jullie moeten de moslims wegsturen, want die zijn in hun hart allemaal ISIS. Sorry, maar dit denk ik echt.

Het wantrouwen onder de vluchtelingen is groot. Van de eigen overheid verwachten ze weinig goeds. De naam Obama kan op hoon rekenen de opkomst van ISIS is mede mogelijk gemaakt door het optreden van de Amerikanen, zo klinkt het. Maar het is vooral de angst voor hun voormalige buren moslims die hen parten speelt.

behandeltafel

In het geïmproviseerd medisch centrum toont dokter Martin fotos van gladgeschoren mannen in nette pakken. Kijk, dit waren mijn directe collegas. Ik kon goed met hen opschieten. Hij wijst naar de foto op zijn mobiele telefoon. Nu dragen ze lange baarden en traditionele gewaden. Zij werken nu opeens voor ISIS. Zie je wel dat je niemand kunt vertrouwen?

Martin vluchtte op 10 juli uit Mosul, een stad waar hij niet naartoe terug wil. Wie treffen we daar aan? Normaal verscheen 5 procent van mijn islamitische patiënten in traditionele kledij. Nog voordat ISIS kwam, werd dat al een derde. Toen werden ze al radicaler. Wat zullen die mensen doen als we terugkomen?

Samen met hulporganisaties en kerken werkt Martin zich een slag in de rondte om alle vluchtelingen te voorzien van hulp. Aan alles is gebrek: geld, tijd, menskracht en medicijnen. Op de stoelen in de tent wachten patiënten geduldig tot een arts tijd heeft. Ze hoeven niet lang te wachten, de consulten duren maar een paar minuten. We moeten snel zijn, zegt een van de dokters, terwijl hij op de buik van een vrouw klopt. Er komen hier vijf- tot zevenhonderd patiënten per dag, voor vier artsen. De dokters zijn vrijwilligers, en werken zon twaalf tot veertien uur per dag. Het team bestaat uit dertig specialisten, die vaak zelf ook vluchteling zijn.

Aan het eind van de avond ligt er nog een jongetje op een behandeltafel: Arthur, tien jaar oud. Hij is bleek en stil, en in zijn handen is een rozenkrans geklemd. Ik heb alles gedaan wat ik kon, fluistert een dokter op de gang, zichtbaar moe en geëmotioneerd. Hij heeft een hersentumor, die in zijn ruggengraat is gaan zitten. Dit is een kwestie van uren. Sorry, ik kan er niet meer over praten.

angstaanvallen

Bij de aanmeldbalie van de tent blijkt wat al het leed met de vluchtelingen doet. Een vrouw komt met pillen in de hand naar de tafel of ze er meer kan krijgen. Dokter Sarah Abdul schrijft onmiddellijk een recept uit, waarmee de vrouw naar de nabijgelegen apotheek vertrekt. Sarah glimlacht vermoeid. Dat waren medicijnen tegen angstaanvallen. Daar doen we niet meer moeilijk over, die krijgen ze gewoon. Het is gratis. Paniek en depressiviteit komen veel voor, zegt de specialiste in weefselonderzoek, die zelf vluchtte. Deze laatste aanval op hen, door ISIS, was gewoon te veel. Die beweging is zo barbaars, dat niemand er met zijn verstand bij kan. Deze mensen kunnen niet begrijpen wat hen overkwam. Zij hebben hier nog jaren last van, zelfs als ze vandaag nog veilig zouden kunnen terugkeren.

In Erbil zijn schrijnende verhalen en voorvallen overal. Eerder deze week moesten Elishaa en zijn mannen een groep vluchtelingen kalmeren na een overlijden. Een jongen bloedde, nadat hij zich ergens aan had bezeerd. Toen zijn moeder het bloed zag, viel ze flauw en overleed ze, door shock. Het was waarschijnlijk te veel, na alles wat ze al had meegemaakt. De vrouw was in de dertig.

De lange dagen vragen veel van de hulpverleners, al zullen ze niet klagen. Ach, ik ben zo gezegend dat ik niet aan mezelf denk, glimlacht een non in de ziekenboeg. We hebben de afgelopen tijd maar vier uur per nacht geslapen, zeggen medewerkers van het Nederlandse Dorcas. Langer kan niet, er is nog zoveel te doen. Wanneer gevluchte christenen en yezidis in Erbil aankomen, soms met de auto of vaak zelfs lopend, zijn de kleren aan hun lijf vaak alles wat ze nog hebben.

De rest hebben ze moeten inleveren bij de checkpoints van ISIS: bankpasjes, identiteitsbewijzen en geld zijn ze kwijt. Het drijft hen tot wanhoop. Mensen bestormden de kerken, de voedselvoorziening was een bende, vertelt Elishaa Samir, een hulpverlener van Dorcas. We hebben drie dagen gewerkt om er een systeem in te brengen. Er wonen zon 350 gezinnen rond de grootste kerk in de stad.

vertrouwen

Toch zijn er ook enkele vluchtelingen die Irak niet willen verlaten. In een schoollokaal, waar vier gezinnen wonen, weigert de 63-jarige Yousif Habash op te geven. Denkt u dat wij snel terug kunnen naar Mosul?, vraagt hij in zijn beste Engels. Hij knijpt zijn ogen toe om, ondanks een oogziekte, toch iets te kunnen zien. Wij zijn alles kwijt. Ons huis, geld, onze geschiedenis, maar vooral onze mensen.

Ook dokter Sarah wil weer naar huis. Het gaat me niet om het land. We hebben alles, artsen bijvoorbeeld. Als we de overheid maar weer kunnen vertrouwen. Het vertrouwen dat we eerder hadden, is ons duur komen te staan.

In de kerk met de vele christelijke families beschouwen twee mannen de wereld, met een kop thee. We weten het niet, antwoorden ze eerlijk op de vraag hoe het nu verder moet met Irak. Ze spreken meewarig over de persconferentie van Obama, woensdagavond, over militaire acties tegen ISIS. Amerika is no good, zeggen ze. Europa wel, want die landen zijn eerlijker. Het is door Amerika dat ISIS kon opkomen.

Een dag later is het gezin van Salam in mineur. De moeder heeft net telefonisch gehoord dat er weer iemand is vermoord door ISIS. Alleen omdat hij geen moslim was, zucht ze.

Tijdens een bezoek aan een grote groep yezidis, die in een vervallen restaurant woont, wordt het lijden tastbaar. Enkele kinderen, nog geen tien jaar oud, zeggen dat de mensen van ISIS allemaal vermoord moeten worden. Elishaa, die als tolk optreedt, breekt als hij dat hoort. De tranen stromen over zijn wangen, de eveneens huilende vader slaat een arm om hem heen. Die haat, al op die leeftijd, raakte me diep, zegt hij even later in de auto. Dit is dus de cirkel van geweld hier.

Bijlagen

Fotoserie, 3 foto's
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?