Het geld voor de Syriërs raakt op, het geduld ook

Syrische vluchtelingen hebben in Beiroet matrassen gekregen van hulporganisatie Dorcas en nemen die mee op het dak van de auto. |beeld Sjoerd Mouissie Buitenland
Syrische vluchtelingen hebben in Beiroet matrassen gekregen van hulporganisatie Dorcas en nemen die mee op het dak van de auto. |beeld Sjoerd Mouissie

Nu de oorlog in Syrië langer duurt dan verwacht, wordt de humanitaire crisis in buurlanden steeds groter. Vooral Libanon is een kruitvat.

Het raam van het kleine, bouwvallige, maar duurbetaalde appartement geeft een uitzicht over de daken van Irbid, een stad in het noorden van Jordanië. Binnen peinst Mohammed over augustus 2012, toen hij met zijn vrouw Moren en drie kinderen uit de Syrische stad Dara vluchtte. Zijn gezicht is somber. Ik was al twee keer gearresteerd door de regeringstroepen. We waren bang. Op een nacht staken ze de grens over, met alleen de kleren die ze aan hadden. Het jongste kind was nog een baby.

Jordanië en Libanon worden sinds twee jaar overspoeld door Syrische vluchtelingen en hun verhalen. De opvang zou tijdelijk zijn, dacht iedereen. Maar verspreid over die landen bivakkeren nu honderdduizenden mensen als Mohammed, Moren en hun kinderen, vaak in appartementjes waarvan vanaf de straat niet te zien is dat ze bestaan. En hoe langer het conflict duurt, hoe nijpender hun situatie wordt.

In Jordanië is er dan nog het enorme Zaatari-vluchtelingenkamp, dat over een tijdje de jongste echte stad van het land wordt. Het is de eerste stop voor vluchtelingen, en er wonen nu 85.000 mensen. Maar tachtig procent van hen gaat er ook weer weg, zoals Mohammed. Mijn kinderen werden er ziek.

gaten in hulpverlening

Het vertrek uit het kamp brengt problemen mee. De gezinnen krijgen wat geld en voedselbonnen van de Verenigde Naties (VN), maar dat is lang niet genoeg. Zo krijgt het gezin van Mohammed honderd dollar per maand, terwijl de huur het dubbele bedraagt. Hij had even een baantje om het verschil te betalen illegaal, want vluchtelingen mogen niet werken. Nu hij weer werkloos is, klust zijn zoon van twaalf bij om de rekening te betalen.

Soms krijgen ze de eerste twee maanden helemaal niets. Het duurt zes tot acht weken voordat de hulp van de VN op gang komt, zeggen hulpverleners die vanuit een kerk verderop in de stad werken aan een project van hulporganisatie ZOA. Zij komen om in het werk. In de tussentijd geven wij duizend gezinnen matrassen en eten. En als je meerekent dat een gemiddeld Syrisch gezin uit zes mensen bestaat, is dat veel werk.

Er zijn meer gaten in de hulpverlening rond Syrië. Zo weigeren talloze vluchtelingen zich te registreren bij de VN. Niemand weet hoeveel dat er zijn het vermoeden is dat het om honderdduizenden mensen gaat. Zij zijn bang dat hun gegevens bij de Syrische overheid terechtkomen, zegt een hulpverlener. Het regime zal dat opvatten als verraad. Mensen proberen zo onopvallend mogelijk te leven, zodat ze later terug kunnen.

Driehonderd kilometer verderop, in Libanon, staat een meisje bij een verkeerslicht in de stoffige straten van Beiroet. Ze verkoopt pakken met servetjes, die duidelijk uit een hulppakket komen. Hulpverleenster Nuna heeft geen interesse in de koopwaar. Kom je uit Syrië?, vraagt ze van achter het stuur. Het meisje knikt. Zijn jullie geregistreerd bij de VN? Wel doen hoor, want dan krijg je hulp! Dan is het groen.

De familie van het meisje heeft geen makkelijk vluchtland gekozen. Het verbaast ons dat dit nog goed gaat, zegt Anita Delhaas, landendirecteur van World Vision, in de auto naar de Beeka-vallei. Daar bevinden zich talloze informele tentenkampen, op een paar kilometer van de grens met Syrië. Hier komen de vluchtelingen aanstrompelen voor een beter leven.

Tenten krijgen ze niet, die moeten ze zelf bouwen op een lapje grond dat ze voor woekerprijzen moeten huren van een lokale boer. Wel krijgen ze een mobiel toilet en water van hulpverleners. Dat is tegelijk het enige wat we hier mogen doen, zegt Delhaas. Opvang mag niet te definitief zijn. De Libanese overheid wil de vluchtelingen eigenlijk weer over de grens met Syrië hebben. Daardoor kan de VN ook bijna niets doen. Dat blijkt in het kamp alle tenten zijn zo gebouwd, dat het terrein binnen een dag weer leeg kan zijn.

Syriërs helpen ligt gevoelig in Libanon. Wij doen het wel, maar dat wordt ons niet in dank afgenomen door andere kerken, zegt Rupert Das. Hij werkt in Beiroet samen met het Nederlandse Dorcas, om nieuwe vluchtelingen te voorzien van matrassen, dekens en hygiënepakketten. Veel Libanezen, ook christenen, koesteren nog wrok over de invasie van Libanon door Syrië, twintig jaar geleden. Zij zien liever dat vluchtelingen aan hun lot overgelaten worden.

spanning

Ook klaagt de Libanese bevolking dat al het internationale hulpgeld naar de Syriërs gaat, terwijl zij het ook erg moeilijk hebben door hun aanwezigheid. De druk op de sociale voorzieningen in het land is enorm. De spanning loopt hier elke week verder op, zegt Anita Delhaas. De Syriërs bivakkeren tussen duizenden Libanezen die zelf geen baan hebben. Volgens schattingen bestaat nu een kwart van de bevolking uit vluchtelingen.

Wanneer ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind, die deze week met hulporganisaties door beide landen reisde, vraagt of de vluchtelingen zouden kunnen werken voor hun onderhoud, schiet een medewerkster van World Vision uit haar slof. Wilt u de spanning hier nog verder opvoeren? Officiële vluchtelingenkampen zijn een betere optie, want wij willen graag dat het hier vrede blijft.

Officiële Kampen zijn er in Libanon nog lang niet. Tot die tijd proberen kleinere hulporganisaties de vluchtelingen te helpen, al maken de spanningen en geldgebrek het wel moeilijk. Voordewind pleitte er deze week in deze krant voor dat zij meer geld moeten krijgen, in plaats van de Verenigde Naties. Voor de Nederlandse hulporganisaties ZOA, Tear en Dorcas is de reis aanleiding om te kijken hoe ze verder kunnen samenwerken. Dat zou ook hulp in Syrië zelf kunnen zijn, waar Tear al voedselhulp geeft via vijftien lokale kerken.

Het gezin in het appartement in het Jordaanse Irbid wil naar Europa, zegt vader Mohammed. Veel gezinnen in het gebouw zijn al vertrokken. Van hen hoor ik dat ze in Duitsland en Zweden meer waardigheid hebben, omdat ze zichzelf beter kunnen redden. Hier is er niets. Tot overmaat van ramp komt hij deze maand tien euro tekort voor de huur. Zoontje Ewhen is op de stoel geklommen waar zijn vader zit, en geeft hem een kusje op de wang. Mohammed glimlacht, heel even.


genereus Jordanië zucht

Jordanië is een genereus land in de opvang van vluchtelingen, zegt Paul van den IJssel, de Nederlandse ambassadeur in het land. Er worden nu 600.000 mensen opgevangen, dat is meer dan tien procent van de eigen bevolking. Dit terwijl Jordanië al eigen problemen heeft. De economie is lastig, en de veiligheid rondom het land ook. En toch blijven de grenzen open.

Dat is tegelijk een groeiend probleem voor de overheid van Jordanië, stelt Van den IJssel. De druk op de zorg, het onderwijs, de watervoorziening en de vuilnisverwerking wordt steeds groter. Zowel de vluchtelingen als de Jordaniërs zelf lijden daaronder. Niemand had gedacht dat het conflict in Syrië zo lang zou duren.

Het wordt voor Jordanië en Libanon steeds lastiger om die opvang te blijven bieden, én de eigen bevolking een redelijk bestaan te garanderen. Van den IJssel doelt op de problemen in landen als de Centraal-Afrikaanse Republiek en Zuid-Sudan, waar ook een deel van het hulpgeld nodig is. Als de taart niet groeit, wordt lastig om hetzelfde deel te houden. We hopen allemaal dat er een oplossing komt, en dat de mensen terug kunnen naar Syrië.


vluchten grootste bedreiging

Het vertrek van Syrische christenen naar het buitenland is nu de grootste bedreiging voor de kerk in het land. Er zijn kerken verbrand, en de islamitische opstandelingen radicaliseren. Maar het grootste probleem is de immigratie, zegt Mofid Karajili, voorganger van de presbyteriaanse kerk in Homs, Syrië. Van de Armeniërs is de helft vertrokken, stelt predikant Haroutune Selimian van de Armeens-evangelische gemeente in Aleppo. Er woonden hier meer dan 100.000 gelovigen, nu zijn dat er nog 30.000.

Beide predikanten zien de vluchtelingen met lede ogen vertrekken. Zij hebben vrede gevonden. Ze leren een nieuwe taal en ze hebben werk. Er is geen enkele garantie dat zij ooit terugkomen als de oorlog voorbij is. Karajili en Selimian zijn daarom kritisch op Europese landen als Zweden, Duitsland en Nederland, die Syriërs uitnodigen zich in Europa te vestigen.

Een Syrië zonder christenen is voor beiden ondenkbaar. Zij brachten de beschaving naar deze regio, zegt Selimian. Denk maar niet dat er dan bijvoorbeeld nog culturele evenementen zullen zijn, als christenen verdwijnen.

Toch zijn er ook lichtpuntjes. Eerst had ik tweehonderd mensen in de kerkdienst, nu zijn het er vierhonderd. De oorlog brengt de mensen dichter bij de kerk, zegt Karajili, wiens ouders naar Zweden verhuisden. Elke week krijg ik telefoontjes van vrienden en familie, die me proberen te overtuigen ook te vertrekken. Ik peins er niet over. Dat God me in Homs heeft geplaatst in deze moeilijke tijd, heeft een reden. Dat kun je niet negeren.

Bijlagen

Fotoserie, 7 foto's
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?