Denk niet te snel: we doen het goed

Schoolkinderen in het Gambiaanse dorp Bousambala maken gebruik van een waterpomp die gerepareerd kon worden dankzij hulp vanuit Nederland. Bij hulpverlening moet gelet worden op het draagvlak voor hulpinstanties bij de plaatselijke bevolking. |beeld Novum / Fotopersburo Jan Sibon Buitenland
Schoolkinderen in het Gambiaanse dorp Bousambala maken gebruik van een waterpomp die gerepareerd kon worden dankzij hulp vanuit Nederland. Bij hulpverlening moet gelet worden op het draagvlak voor hulpinstanties bij de plaatselijke bevolking. |beeld Novum / Fotopersburo Jan Sibon

NIJMEGEN - Ingewikkelde vragen met meestal een flauw antwoord. Zo steekt de discussie over ontwikkelingssamenwerking vaak in elkaar, stemt dr. ir. Mathijs van Leeuwen toe. Zijn analyse over de hulpverlening is echter pittig. De aanpak is nog te veel nattevingerwerk.

Zijn toespraak, morgen op het jubileumsymposium van de christelijke hulporganisaties ZOA en Woord & Daad ter gelegenheid van hun 40-jarig bestaan, moet hij nog afronden. Maar Van Leeuwen, die universitair docent is bij het Centrum voor Internationaal Conflictanalyse en management (Cicam) in Nijmegen en onderzoeker bij het Afrika-Studiecentrum in Leiden, wil kritische vragen stellen over de effectiviteit van hulporganisaties in ontwikkelingslanden. Lang niet alle hulp treft doel. ZOA en Woord & Daad kunnen bogen op veertig jaar ervaring in het ontwikkelingswerk. De boodschap dat …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?