De Witkijker: Genezing van oogziekte in Rwanda

In de wachtruimte van het oogziekenhuis in Kabgayi is het druk. Piet Noë helpt de patiënten. ‘Lege banken in een wachtruimte bij een ziekenhuis, geven mij voldoening.’ Buitenland
In de wachtruimte van het oogziekenhuis in Kabgayi is het druk. Piet Noë helpt de patiënten. ‘Lege banken in een wachtruimte bij een ziekenhuis, geven mij voldoening.’ | beeld nd
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Nee, zwartkijkers, niet alles gaat maar slechter. De Witkijker leest en denkt in deze donkere maanden na over het nieuws en signaleert verhalen die hoopvolle ontwikkelingen laten zien, als tegenwicht voor de dagelijkse stroom onheil. Vandaag: meer kans op genezing van oogziekte in Rwanda.

Ruim elf jaar werkt Piet Noë als oogarts, op het platteland van Rwanda. Hij heeft nog twee jaar voor de boeg in een klein ziekenhuis in Kabgayi, dan zit zijn taak erop. Niet dat er te weinig werk is, integendeel: ‘De nood is hoog. In Rwanda zijn tien keer zoveel blinden als in Europa. Het aantal oogartsen is gering: vijftien op een totaal van twaalf miljoen Rwandezen. In België hebben we maar liefst duizend oogartsen voor hetzelfde aantal inwoners.’

Toch is Noë niet van plan Afrika te verlaten. Al tijdens zijn studie aan Belgische en Nederlandse universiteiten stond voor hem als een paal boven water om in een ontwikkelingsland aan de slag te gaan. ‘Je kunt in de oogheelkunde met weinig middelen veel bereiken’, legt hij uit. ‘Bovendien is het heel dankbaar werk. De staaroperatie is de meest succesvolle operatie die je kunt bedenken en ook een van de meest schone: geen stank, geen bloed, geen hechtingen.’

Op één dag kan Noë maximaal zestig staaroperaties verrichten. Het is bijna lopendebandwerk, stemt hij lachend toe, maar voegt er meteen aan toe dat er genoeg andere uitdagingen zijn. ‘Veel kinderen lijden aan oogkanker. In Europa is de kans op genezing 98 procent, in Rwanda was de diagnose tot voor kort een doodvonnis. Nu kunnen we bijna de helft van de kinderlevens redden – al moeten ze vaak een oog missen. Bij de andere helft kunnen we de pijn verzachten. Daar ben ik heel blij mee’, zegt Noë.

Hij vertelt dat in Rwanda een stigma rust op gehandicapte mensen. ‘Blinden vinden vaak moeilijk een baantje. Slechts 1 procent van de blinde kinderen gaat naar school. De rest blijft thuis. Bedenk eens wat voor toekomst zo’n kind heeft, als er geen hulp komt.’

Dankzij de steun van Light for the World, een internationale organisatie die blinden en slechtzienden in derdewereldlanden helpt, kan de Belgische arts al veel meer doen dan toen hij in 2008 in Kabgayi kwam. ‘Met die ondersteuning kunnen we opleidingen verzorgen en de uitrusting verbeteren. Bijzonder gelukkig ben ik met de mogelijkheid om netvlies­chirurgie, een moeilijke en hoogtechnologische operatie, te kunnen uitvoeren. Hopelijk zijn er voor ik hier weer vertrek ook Rwandese artsen, die dat soort operaties aandurven. Want aan opererende oogartsen is hier nu nog een schreeuwend tekort. In België werken nota bene vier Rwandese oogartsen.’

Toch wil Noë niet klagen. ‘Natuurlijk, soms is het best een eenzaam bestaan hier. Ik ben een westerling. Hier heb je geen culturele uitstapjes, weinig vrije tijd – ik mis het naar een concert gaan. Aan de andere kant: in Europa is ook eenzaamheid, zij het van een ander karakter. Maar ik voel mij gelukkig als mensen genezen, weer kunnen zien. Lege banken in een wachtruimte bij een ziekenhuis, geven mij voldoening.’ <

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief