Gastvrij Armenië aast nu op toeristen

Het gros van de bevolking is lid van de Armeens-Orthodoxe Kerk. Het land biedt ook gastvrijheid aan gevluchte jezidi’s, van wie velen zich tot het christendom hebben bekeerd. De jezidi’s zijn de veehouders van Armenië. Een andere christelijke minderheidsgroep bestaat uit Russen, van wie de voorouders in de negentiende eeuw naar Armenië gestuurd zijn. Het land stond toen onder Russisch gezag. Net als de jezidi’s wonen ze in aparte dorpen en spreken ze hun eigen taal. Ze hebben een eigen parlementslid.
De berg Ararat, sinds een eeuw Turks grondgebied – een cadeautje van de Russen – speelt in de belevingswereld van de Armenen een grote rol. Het is het nationale symbool. Je kunt de ruim 5 km hoge berg net over de grens met Turkije niet missen. Met dat land worden net als met buurland Azerbeidzjan geen contacten onderhouden. De grenzen zijn gesloten. Armenië is alleen via Georgië te bereiken. Anders dan vroeger. Eens liep de Zijderoute door het land. Van de grensovergang met Iran maken Iraniërs graag gebruik om even te ontsnappen aan hun eigen rigide regime en om handel te drijven.
Armenië was ooit veel groter dan nu. Aan de genocide tijdens de Eerste Wereldoorlog – er zijn meer pogroms geweest – is een stil makend complex in de hoofdstad Erevan gewijd. Een monument met eeuwige vlam, kijkt uit op de voor de Armenen heilige berg Ararat. In Erevan is een museum gewijd aan het Armeense schrift. Daar bevindt zich de eerste gedrukte Armeense bijbel. Saillant detail: deze is in Amsterdam gedrukt. In een ander museum is de punt van de speer te zien, waarmee Jezus aan het kruis doorstoken zou zijn. ■










