Het certificaat, in de volksmond ook al bekend als vaccinatiepaspoort en coronapas, bewijst dat de drager tegen COVID-19 is ingeënt, recent negatief is getest of voldoende antistoffen in het lichaam heeft. De Europese Commissie stelt voor het certificaat ook in IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland te gebruiken. Zij laat het aan de Europese landen zelf om te beslissen of ze mensen toelaten die zijn ingeënt met niet door de EU goedgekeurde vaccins, zoals het Russische Spoetnik of Chinese vaccins.