Wandelen door het Berlijn van Dietrich Bonhoeffer

Op de zolder van het huidige Bonhoeffer-haus had Dietrich een eigen kamer. Daar staat het originele bureau waaraan hij delen van zijn Ethik schreef. Boeken
Op de zolder van het huidige Bonhoeffer-haus had Dietrich een eigen kamer. Daar staat het originele bureau waaraan hij delen van zijn Ethik schreef.
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Berlijn. Overal is de geschiedenis van nazisme en communisme tastbaar. Tussendoor loopt het kleine spoor van een moedig theoloog: Dietrich Bonhoeffer.

Drie hoog boven de voormalige winkel van bakker Heide in Berlijn-Noord is de kamer van Dietrich Bonhoeffer nog duidelijk te zien. In deze wijk, die om zijn chaos en armoede bekendstond, woonde de net aangestelde predikant slechts enkele maanden: van januari tot maart 1932. In december 1931 was Bonhoeffer gevraagd de ernstig zieke dominee Müller van de nabijgelegen Zionskirche te vervangen, vooral om de vijftig jongeren die in maart geloofsbelijdenis zouden doen, te begeleiden. Omdat hij van alle jongeren de ouders wilde ontmoeten en graag midden in hun leven wilde staan, verruilde Bonhoeffer de grote statige woning van zijn ouders in de villawijk Grunewald voor de kamer aan de Oderbergerstrasse 61.

Het tekent de jonge pastor, die zowel in de Zionskirche als aan de Oderbergerstrasse herinnerd wordt. Hij mocht dan uit de gegoede burgerij komen – zijn vader was psychiater en directeur van het later naar hem vernoemde psychiatrisch ziekenhuis waarnaar nog steeds een Berlijns metrostation is genoemd - Dietrich maakte gemakkelijk contact met mensen uit andere mileus. Aanvankelijk had de inmiddels gepromoveerde theoloog nog wat ordeproblemen, maar algauw wist hij de jongeren door oprechte belangstelling voor zich te winnen. De jongens, van wie velen in armoede leefden, mochten op zijn kamer komen, ook als hij er niet was en hij leerde hen tussendoor Engels en schaken. Op 6 maart 1932 zouden 47 van de vijftig jongeren belijdenis doen, waarna Dietrich met een kleine groep van acht nog op vakantie ging in het vakantiehuis van de familie Bonhoeffer in de Harz. Dietrich, die ook theologie aan de universiteit doceerde, verscheen altijd op tijd op college, behalve één keer. ‘Een van mijn jongens ligt op sterven en ik wilde nog één maal met hem praten. Dat moest’, zo verontschuldigde hij zich bij de studenten. Theologie was bij Bonhoeffer belangrijk, maar dit stond nooit los van een relatie met mensen en met God.

villawijk

De anekdote over een van ‘zijn‘ jongens op diens sterfbed is opgetekend in het handzame boekje Wandelen door Bonhoeffers gedachtegoed van Arthur Alderliesten. Het neemt de lezer in twaalf hoofdstukken mee naar plekken in Berlijn die belangrijk zijn geweest in het leven van een van de bekendste theologen uit de twintigste eeuw. En dat maakt indruk. Niet alleen omdat Alderliesten en passant veel over Bonhoeffer vertelt, maar vooral omdat de kleine geschiedenis van Bonhoeffer de grote geschiedenis van Berlijn, die verweven is met nazisme en communisme, indringend tot leven brengt.

Het boekje begint met de villawijk waar de ouders van Bonhoeffer twee woningen hebben gehad. In 1916, toen Dietrich tien jaar oud was, verruilde de familie het Duitse Breslau (het huidige Wroclaw in Polen) voor Berlijn, waar ze algauw de monumentale villa aan de Wangenheimstrasse betrok. Voor het gezin met zijn acht kinderen was het een paradijs, waar de kinderen in hechte band met elkaar, hun ouders en grootouders, opgroeiden. Een band die gedurende heel het leven van Dietrich intens zou blijven, tot zijn arrestatie in 1943 door de Gestapo en zijn brute dood door ophanging in concentratiekamp Flossenbürg op 9 april 1945.

Het huis aan de Wangenheimstrasse 14, waar de familie tot 1935 woonde, maakt vooral indruk door zijn monumentale karakter, maar is niet te bezoeken. De verhalen over de zaterdagavonden waarop de familie in de woonkamer musiceerde en over moeder Paula die de jonge kinderen thuis godsdienstonderwijs gaf, moeten hun werk doen. De gigantische villa’s in de omgeving laten zien tot welk milieu de familie behoorde. Even verderop bevindt zich het gerenommeerde gymnasium waar de jonge Dietrich in de klassieken onderwezen werd. De buitenkant van het gebouw heeft in de loop der tijd wel zijn statige karakter verloren. Het Grunewald-gymnasium heeft inmiddels de naam ‘Walter Rathenau School’ gekregen, naar minister van Buitenlandse Zaken Walter Rathenau die als zoon van een Joodse vader in 1924 door rechts-extremisten in de buurt van het gymnasium werd doodgeschoten. Dietrich heeft in het gymnasium de schoten gehoord en besefte toen al dat dit een aankondiging was voor de verschrikkelijke tijd die zou volgen.

uitgehouwen schaduwen

Die verschrikkingen worden invoelbaar op het nabijgelegen station Grunewald. Het is een pittoreske plaats. Maar het mooie stationsgebouw, de Biergarten op het pleintje in de zon en een bakker met heerlijke taart verhullen niet de gruwelijke geschiedenis die hier heeft plaatsgevonden. Vanaf 18 oktober 1941 werden vanuit deze plek duizenden Joden naar doorgangskampen als Theresienstadt of vernietigingskampen als Auschwitz gedeporteerd. Nog is de helling zichtbaar waar ze in drommen stonden opgesteld, indrukwekkend afgebeeld via een kunstwerk van uitgehouwen schaduwen in een betonnen wand. Nog intenser wordt het als je op spoor 17 de stalen platen ziet, waarop met precieze aantallen staat aangegeven hoeveel Joden er op één specifieke dag vanuit station Grunewald op transport werden gezet.

Dit transport vond plaats in de buurt van het huis van de familie Bonhoeffer en het is niet voor niets dat Dietrich al in oktober 1941 samen met de jurist Friedrich Justus Perels een document opstelt met informatie over de deportaties. Via zijn zwager Hans van Dohnányi geeft Dietrich dit stuk aan hoge officieren die bij het verzet tegen Hitler betrokken zijn. Het document is te vinden in de informatieve ‘Gedenkplaats van het Duitse Verzet’, die vreemd genoeg – andere dichtbijgelegen plekken worden wel genoemd – niet in het boekje van Alderliesten te vinden is. Deze gedenkplaats aan de Stauffenbergstrasse bevindt zich in een gebouw van de voormalige Abwehr, waar de Buitenland en Contraspionage gehuisvest was en waarvoor Bonhoeffer ook werkte. Van hieruit zijn diverse moordaanslagen op Hitler beraamd, waaronder de aan het licht gekomen aanslag door graaf Claus von Stauffenberg in juli 1944. Zichtbaar is de plek waar veel betrokkenen bij de coupepoging zijn geëxecuteerd.

Dietrich Bonhoeffer is, zeker onder christenen, bekend geworden omdat hij niet alleen bij het verzet betrokken raakte, maar ook een gedreven theoloog was bij wie woorden en daden samenvielen. Het is ontzagwekkend hoeveel er van en over hem bewaard gebleven is, waardoor zijn leven en werk goed na te volgen zijn en vandaag nog velen inspireren. Een bezoek aan Berlijn verdiept deze kennis en geeft de mogelijkheid de Matthäuskirche te bezoeken waar hij als predikant bevestigd is en waar in een kleine tentoonstelling het originele gymnasiumrapport uit 1921 ligt, en ook zijn bekende gedicht ‘Wie ben ik?’ dat hij in de gevangenis geschreven heeft. Maar je kunt ook langs het pand van de voormalige Rijkskrijgsraad gaan, waar Bonhoeffer direct na zijn arrestatie in 1943 verhoord werd, of de gedenksteen op de begraafplaats zien, waar hij te midden van andere Berlijners wordt herdacht.

zolderkamer

Een van de hoogtepunten in het Berlijn van Bonhoeffer is een bezoek aan wat nu het Bonhoeffer-huis heet: de woning aan de Marienburger Allee die zijn ouders in 1935 betrokken. Hier werden tussen de muziekavonden door gesprekken gevoerd over het verzet en in spanning afgewacht of de aanslagen op Hitler zouden slagen. De voetstappen van de Gestapo-medewerkers, die Dietrich op 5 april 1943 ophalen om hem voorgoed zijn vrijheid op aarde te ontnemen, zijn hier als het ware nog te horen. En hier is de zolderkamer te bezoeken, waar het bureau nog staat waaraan Dietrich zijn Ethik geschreven heeft.

Toch zou Bonhoeffer het niet op prijs gesteld hebben als hij had geweten dat mensen zeventig jaar na zijn dood hem als een soort held zouden zien. ‘De laatste vraag is niet: hoe verlaat ik als held het toneel, maar hoe zal de volgende generatie verder leven?’, schrijft hij bij de jaarwisseling van 1942 en 1943. Het Bonhoeffer-huis is dan ook geen museum, benadrukt Gottfried Brezger, voorzitter van de raad van toezicht van het huis, maar een huis van herinnering, bezinning en ontmoeting. Brezger wijst erop dat aan de gevel niet alleen naar Dietrich verwezen wordt maar ook naar diens broer Klaus, die net als hun zwagers Hans van Dohnányi en Rüdiger Schleicher, vlak voor het einde van de oorlog zijn geëxecuteerd.

Dietrich Bonhoeffer heeft voor de goede zaak gekozen en daarvan kunnen we vandaag alleen maar diep onder de indruk zijn. Maar hij stond niet alleen. Met name in de ‘Gedenkplaats van het Duitse Verzet’ aan de Stauffenbergstrasse besef je pas goed dat ook in Duitsland veel mensen zich hebben verweerd en dit meestal met de dood moesten bekopen. Onder hen Klaus Bonhoeffer, die vijf jaar ouder was dan Dietrich en met wie hij in 1924 een reis naar Italië en Tunesië maakte. Van Klaus is een lange en bewonderingswaardige afscheidsbrief te lezen die hij aan zijn kinderen schreef vlak voor hij op 23 april 1945 werd geëxecuteerd. ‘De heerlijkheid van de mens is als een bloem in het gras’, schrijft hij en hij geeft zijn kinderen allerlei levenswijsheid mee om te eindigen met: ‘moge God jullie beschermen’.

Naast de beide broers Bonhoeffer en hun twee zwagers zijn er velen die zich verzetten, maar minder bekendheid kregen. Protestanten en katholieken, kunstenaars en communisten, homoseksuelen en jehova’s getuigen, arbeiders en conservatieven, ze kregen kracht om, zoals Bonhoeffer het zei, niet alleen hen die onder de wielen van het nazisme vernield werden te verzorgen, maar om ook een stok tussen de spaken te steken.

reisgids

Wandelen door Bonhoeffers gedachtegoed; routes door Berlijn

Arthur Alderliesten. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam, 2015 120 blz. € 13,50

Bijlagen

Fotoserie, 4 foto's
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?