Vers 5: Alleen het zichtbare

Het gedicht hieronder opent het laatste drieluik dat Rutger Kopland (1934-2012) bij zijn leven liet verschijnen. Het is een programmatisch drieluik. Hiermee sluit hij zijn dichterschap af. Dat blijkt ook uit het tweede gedicht. Hij herinnert zich de psalm uit je jeugd met de weiden / de waatren het vee ja dit is het grensland. Koplandliefhebbers, en dat zijn er nogal wat, horen onmiddellijk de echo van de woorden waarmee Koplands dichterschap in 1966 begon: De grazige weiden de rustige wateren op het behang van mijn kamer ik heb geloofd als een bang kind in behang Gerege …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?