Ongeziene scharrelaar is er weer bovenop

Boeren zijn niet altijd blij met dassen op hun land omdat ze uitgebreide ondergrondse burchten bouwen die opeenvolgende generaties soms meer dan een eeuw gebruiken. Toch kijkt de publieke opinie met een andere blik naar dassen: het aaibaarheidsgehalte is toegenomen. Boeken
Boeren zijn niet altijd blij met dassen op hun land omdat ze uitgebreide ondergrondse burchten bouwen die opeenvolgende generaties soms meer dan een eeuw gebruiken. Toch kijkt de publieke opinie met een andere blik naar dassen: het aaibaarheidsgehalte is toegenomen. | beeld ap / Reiner Bernhardt
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Het gaat goed met de das in Nederland. De stand van deze marterachtige nachtdieren herstelt zich boven verwachting. In het midden en oosten van het land huizen in zo’n tweeduizend burchten bij elkaar zo’n vijf- tot zesduizend dieren.

De das komt overal in Nederland voor, behalve in Zeeland, Zuid-Holland en Flevoland. Op het dieptepunt in 1980 waren er in het hele land nog maar zo’n twaalfhonderd dieren. Zuid-Limburg heeft wel altijd een flinke populatie gehad. In de bundel De Das, die afgelopen week verscheen, leggen drie zoogdierdeskundigen voor een breed publiek uit hoe deze scharrelaar leeft, waarom het aantal in de vorige eeuw zo kelderde en hoe het dier er weer bovenop is gekomen.

De das is niet kieskeurig. Hij eet noten, eikels, mais en verder insecten, padden, muizen, kadavers die hij links en rechts tegenkomt en …
Dit is 11% van het artikel.

Meer lezen?

24 uur nd.nl voor maar € 2,-

Of lees via
Paywall
PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief