Literatuur: Albert Verwey geloofde wél

|beeld AUP Boeken
|beeld AUP

Zelfs de kinderen van de dichter Albert Verwey (1865-1937) dachten dat hun vader antikerkelijk was, en antireligieus, om niet te zeggen atheïst. Zijn kleinzoon Gerlof Verwey betoogt nu dat wie de gedichten van zijn grootvader wil begrijpen, ze moet begrijpen in hun vroomheid.

Mijn slaapkamer was op zolder. De voorzolder was de donkerste hoek van het huis: daar stonden boekenkasten. In dat donker vond ik op een dag een gedichtenbundel van Albert Verwey. Voorop de magere, vorsende kop van de dichter: borstelige wenkbrauwen, achterovergekamd haar, snor en knevel. En toen de gedichten. Verwey bleek niet vies te zijn van grootse en meeslepende zinnen en die puber op die zolder liet zich gretig meeslepen. Over een heldenvogel bijvoorbeeld. Die vogel moest vooral niet vergeten dat bewondering een teugel kan zijn, een manier om je te temmen: Mochten met huislijk …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?