Het eindeloze lied van verlangen

Boeken
beeld pixabay
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Waarom worden sommige mensen nooit meer gelukkig, nadat hun iets vreselijks is overkomen? Van een zorgeloze jonge man of vrouw verandert hij of zij in een persoon die nog net genoeg fut bezit om door te gaan met leven. En wat maakt nu dat je schaamteloos en onverdroten verder buffelt, zonder een centje pijn. Is dat een gave of misschien een voorbeeld van genade, of toch enkel een kwestie van biologie, aanleg, genetica?

In de kunstig opgebouwde roman Vaak ben ik gelukkig van de Deense schrijver Jens Christian Grøndahl (1959) stelt de hoofdpersoon Ellinor (1945) talloze vragen, maar de vraag waarom ze zichzelf heeft genesteld in een rol die ze misschien maar beter aan zich voorbij had kunnen laten gaan, blijft achterwege. Net als in een Griekse tragedie heeft het grote leed zich overigens al afgespeeld vóór haar geboorte. Maar dat lezen we pas tegen het eind van deze schrijnende psychologische roman.

Ellinor is zeventig en richt zich met haar relaas tot haar beste vriendin Anna, die al meer dan veertig jaar …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?