De psychiater die hoopte op een chique moord

Theodore Dalrymple Boeken
Theodore Dalrymple | beeld anp / Roel Visser
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
‘Moord, het is de ergste misdaad die er is, natuurlijk, maar moordenaars zijn niet per se de ergste misdadigers. Je raakt van je à propos als je merkt dat je in staat bent sympathie op te vatten voor iemand die een mens met zijn blote handen heeft gewurgd, maar dat is me in mijn loopbaan als psychiater en gevangenisarts vaak overkomen. De meeste mensen zijn meer dan het ergste wat ze in hun leven gedaan hebben, ofschoon het misschien wel hun enige publieke daad van betekenis was – ze hebben altijd ook andere kanten.’
Theodore Dalrymple (pseudoniem van Anthony M. Daniels, 1949), inmiddels met pensioen, opent zijn boek Het mes ging erin met een mild en veelbelovend begin. Op de volgende bladzijde verandert dat reeds: ‘Maar er zijn moordenaars voor wie je van nature geen enkele sympathie kunt opbrengen. Ik herinner me een man die twaalf jaar voordat ik hem ontmoette drie kinderen op wie hij paste aan ijzeren spijlen had gespietst omdat ze te veel lawaai maakten terwijl hij tv wilde kijken. Zijn verbeelding was zo beperkt dat hij ook na al die jaren in de gevangenis niet kon inzien dat hij iets verkeerds had g …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?