De laatste stuiptrekking van de Romeinse godsdienst

Edward A. Armitage, ‘Julianus de Afvallige zit een vergadering van sectariërs voor’ (1875). Boeken
Edward A. Armitage, ‘Julianus de Afvallige zit een vergadering van sectariërs voor’ (1875). | beeld wikipedia
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Na Julianus ‘de Afvallige’ was het gedaan met de Grieks-Romeinse godsdienst. ‘De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars’, zei Winston Churchill in 1930. Het is daarom niet voor niets dat Julianus, de laatste heidense keizer van het Romeinse Rijk, als ‘Julianus de Afvallige’ de historie is ingegaan.
Vóór hem had Constantijn de Grote, oom van Julianus, zich in 313 na Christus tot het christendom bekeerd en ook diens zoon Constantius was christen. Maar Julianus (331-363), zelf christelijk opgevoed, moest weinig van de nieuwe godsdienst hebben en deed verwoede pogingen de Romeinse religie in ere te herstellen. Het bleek een van de laatste stuiptrekkingen van het officiële heidendom, want na hem waren alle keizers christen en kon het christendom zijn stempel op de geschiedenis drukken. Waar Julianus zich als ‘bekeerling’ zag, typeerden de christenen hem als ‘apostaat’ ofwel: ‘Julianus de Afva …
Dit is 8% van het artikel.

Meer lezen?

24 uur nd.nl voor maar € 2,-

Of lees via
Paywall
PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief