Turkse oud-president Demirel overleden

(Novum/AP) - De Turkse oud-president Suleyman Demirel is woensdag op 90-jarige leeftijd overleden. Dat heeft het Guven-ziekenhuis in Ankara bekendgemaakt. Demirel was een van de belangrijkste figuren in de Turkse politiek in de afgelopen vijftig jaar. Hij overleed in het ziekenhuis aan hartfalen en een luchtweginfectie, aldus de artsen.

Demirel was van 1993 tot 2000 president, de kroon op een carrière van meer dan veertig jaar waarin hij zeven keer premier was en waarbij zijn regering twee keer werd afgezet door het leger. Demirel meent dat zijn regering in de jaren zestig en zeventig de aanjager was van een enorme transformatie van de Turkse economie en de Turkse samenleving. Een grotendeels agrarische samenleving veranderde in een stedelijke en industriële samenleving, waardoor voor veel Turken de levensstandaard steeg. Critici menen echter dat Demirel symbool staat voor een cultuur waarin macht boven principes gaat en waarbij vriendjespolitiek en omkoping stevig voet aan de grond kregen. Ze wijzen bijvoorbeeld op een beruchte 'familiefoto' waarop Demirel te zien is, omringd door zakenlieden en familieleden. Sommige personen op de foto zijn later veroordeeld voor corruptie.

"Onze geliefde president, die onuitwisbare sporen heeft achtergelaten in het water dat we drinken, de elektriciteit die we gebruiken, de scholen waar we onderwijs krijgen, de ziekenhuizen, de dammen en de luchthavens, is overleden", zei Aylin Cesur, de lijfarts van de oud-president.

Demirel begon zijn carrière in de politiek na de machtsgreep van het leger in 1960, waarbij de regering van Adnan Menderes werd afgezet. Menderes en twee leden van het kabinet werden geëxecuteerd en veel partijleden werden verbannen uit de politiek, waardoor er een machtsvacuüm ontstond. Dat gat werd opgevuld door de tot dan toe onbekende Demirel. Hij was opgeleid als bouwkundige en gaf leiding aan de bouw van een dam toen Menderes nog aan de macht was.

Op 40-jarige leeftijd, wat in de Turkse politiek erg jong is, werd Demirel verrassend gekozen als leider van de net opgerichte Gerechtigheidspartij, de centrumrechtse opvolger van de partij van Menderes. Demirel won de verkiezingen met zijn partij in 1965 glansrijk en werd bekend om zijn populistische stijl. Hij kreeg als bijnaam Sulu de herder en maakte gretig gebruik van allerlei symbolen uit de islam. Dit leverde hem veel steun op van het conservatieve Turkse platteland, waar de meeste Turken toen woonden. De regering van Demirel zag zich voor de uitdaging gesteld om de eisen van de agrarische achterban in evenwicht te brengen met de noodzaak tot industrialisatie van Turkije. Die evenwichtsoefening leek in de jaren zestig te werken. De economie groeide jaarlijks met zo'n zes procent en grote delen van Turkije werden voorzien van elektriciteit en fatsoenlijke wegen.

Aan het begin van de jaren zeventig kreeg Turkije steeds meer te maken met politiek radicalisme, met sociale onrust tot gevolg. Aan de linkerkant van het politieke spectrum stonden studenten en arbeiders die radicale hervormingen eisten, terwijl Demirel op rechts werd ingehaald door nieuwe nationalistische en islamitische partijen. Toen dit ideologische conflict in geweld ontaardde, greep het machtige Turkse leger in. Generaals stelden Demirel een ultimatum, waardoor hij in 1971 moest vertrekken als premier.

Opeenvolgende regeringen, eerst geleid door technocraten met steun van het leger en later door Demirels grote rivaal Bülent Ecevit, wisten het geweld niet onder controle te krijgen. Dat geweld nam in de jaren zeventig alleen maar toe, zeker omdat de Turkse economie forse klappen kreeg door de oliecrisis.

Demirel keerde in 1975 terug aan de macht, maar de onwillige coalitie waar hij mee moest regeren - onder andere bestaande uit islamisten en nationalisten - zorgde ervoor dat Turkije verder afgleed in chaos. Velen beschuldigden Demirel ervan dat hij een oogje toekneep als zijn nationalistische coalitiepartners opriepen tot geweld. Het onvermijdelijke gebeurde en in 1980 greep het leger opnieuw de macht.

Volgens voormalig journalist Mehmet Ali Birand was Demirel op het moment van de machtsgreep aan de telefoon met zijn minister van binnenlandse zaken toen de telefoonverbinding plots wegviel. Toen hij uit het raam van zijn ambtswoning keek zag hij dat zijn lijfwachten vervangen waren door militairen. "Het is jammer voor het vaderland, het is jammer voor ons allemaal", zei Demirel, voordat hij zijn spullen pakte en in de gevangenis verdween.

Demirel werd uit de politiek verbannen, maar eind jaren tachtig werd dit teruggedraaid. Hij werd in 1991 opnieuw premier en in 1993, na het overlijden van Turgut Özal, zelfs president. Als president knoopte Demirel betrekkingen aan met de voormalige Sovjet-Unie en wist hij in 1997 zonder geweld een islamistische regering tot aftreden te dwingen, terwijl gevreesd voor een nieuwe machtsgreep door het leger. Later werd wel gesproken van een 'postmoderne coup'.

De lijfspreuk van Demirel, die vaak werd gebruikt om critici de mond te snoeren, wordt geregeld aangehaald door Turken als wordt gesproken over de sterke en zwakke punten van de pragmatische leider. "Gisteren was gisteren en vandaag is vandaag", zei Demirel vaak.

Demirel was getrouwd met Nazmiye. Zij overleed in 2013. Het huwelijk tussen de twee heeft geen kinderen voortgebracht.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?