In het kamp kreeg Jannes een engeltje

Op 30 september 1944 pleegde een verzetsgroep in Putten een aanslag op een auto met Duitse militairen. In de dagen na de aanslag namen de Duitsers wraak. Putten werd ingesloten, 660 mannen werden weggevoerd naar kamp Amersfoort, meer dan honderd huizen werden in brand gestoken. Een aantal van de weggevoerde mannen kwam in Amersfoort vrij, de rest ging op transport naar Duitse concentratiekampen. Van deze mannen kwamen er na de oorlog 49 terug. Een van hen was Jannes Priem. Voorzover hij weet, is hij de enige die de gebeurtenissen nog kan en wil navertellen.
'Ik kom uit een arbeidersgezin van elf kinderen. Wij hadden een fijne jeugd, we konden thuis goed met elkaar opschieten. M'n ouders waren Nederlands-hervormd. Elke zondag moesten we naar de kerk en de zondagsschool, alle elf gingen we naar kinderkoor de Herfstklokjes. De opvoeding was streng, maar duidelijk. Na de lagere school moest ik gaan werken; ik was de derde en er moest geld op tafel komen. Ik begon bij een bezembinderij en daarna ging ik naar een eendenfokkerij. Mijn vader was landbouwer. Na het werk hielp ik mijn vader op het land. We teelden zelf groenten en aardappelen en elk ja …
Dit is 3% van het artikel.
Paywall
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?