*

schaken

In 1831 werd op het eiland Lewis (Hebriden) een uitzonderlijke vondst gedaan: 93 kunstwerken uit de twaalfde eeuw, waaronder 78 prachtige schaakstukken, gemaakt van walrus­ivoor en walvistanden, sindsdien bekend als de Lewis Chessmen. Het zijn buitengewoon fraai gesneden figuren, ongeveer 9/10 centimeter hoog en vooral de Bishops (lopers) trokken mijn aandacht, al zal iedereen een eigen voorkeur hebben. De National Museums Scotland in Edinburgh, waar elf van deze stukken te zien zijn (de rest in het British Museum in Londen) zijn nu verantwoordelijk voor een schitterend boek waarin twintig auteurs onder leiding van de heren Caldwell en Hall hun licht laten schijnen over alle aspecten die met de Lewis Chessmen te maken hebben: de vondst, de komst van het schaken naar Scandinavië, de Hebriden stonden onder Noors gezag, het schaken in de twaalfde eeuw, enzovoort. (isbn 978-1-905267-85-9). De stukken zijn de moeite van het bekijken meer dan waard – op dus naar Edinburgh – maar roepen ook wetenschappelijke en zelfs politieke emoties op. Noorse en IJslandse geleerden strijden over de vraag waar ze vandaan komen (voorlopig heeft Trondheim de beste papieren) en de Scottish National Party wil dat de stukken terugkeren naar Lewis of anders naar Edinburgh. Hoe dan ook, het is een boek is van hoog wetenschappelijk niveau en een genot in de kast van elke schaakliefhebber. Afgezien van de boekhandel kan men zich voor aanschaf wenden tot www.nms.ac.uk/books (de site van het museum is sowieso interessant). En nu we toch in het United Kingdom zijn: daar hoort nog steeds Gibraltar bij en daar is ieder jaar een Chess Festival, dit keer gewonnen door wereldtopper Nakamura. Maar jong en oud, vrouw en man, lage of hoge ELO, iedereen is daar welkom. Uiteraard ook inwoners van Gibraltar zelf. Stephen Watley is daar een veelbelovende jeugdspeler maar was toch niet opgewassen tegen het tactisch vernuft van Alan Byron, Engelsen onder elkaar dus. Byron-Whateley: 1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd 4. Pxd4 Pc6 5. Pc3 Dc7 6. Le3 a6 7. Dd2 Pf6 8. 0-0-0 Lb4 9. f3 d5 10. a3 La5. Het is natuurlijk allemaal theorie hoewel hier vaak 10. Lxc3 volgt en dan 11. Dxc3 dxe 12. Pxe4 Dd3 enz. Nu komt: 11. Pb3 0-0 riskant want nu verovert wit het loperpaar en beter stukkenspel: 12. Pxa5 Pxa5 13. Lg5 dxe? Nu verruïneert wit de zwarte koningsstelling 14. Lxf6 gxf6 15. Kb1 In plaats van het agressieve Dh6 een profylactische zet 15. f5 al een soort wanhoopszet 16. fxe fxe? hier had toch echt De5 of desnoods Pc6 moeten volgen want nu is een witte aanval. 17. Dg5† Kh8 18. Df6† Kg8 19. Td5! verbluffend maar beslissend. (Ook Pxe4 wint natuurlijk: 19. Pc6 20. Dg5† Kh8 21. Pf6 e5 22. Ld3 e4 23. Lxe4 De5 24. Dh4 gevolgd door Td5) 19. exd5 het moet wel 20. Pxd5 Dd7 21. Pe7† Dxe7 ook dit is uiteraard gedwongen 22. Dxe7 Dame †pion tegen toren en paard, je kan het nog even proberen. 22. Pc6 23. Dxe4 f5 24. Lc4† Kg7 25. Dd3 Pe5 26. Dd4 en zwart gaf het op, het is hopeloos. Probleem 2526 is een driezet van Ralik: Wit; Ke8, Tg4, Lb5, Lg7, Pd4, Pf6, pi f2. Zwart: Kd6, Tb7, Td1, Lb8, Pa4, pi b6, c3, c7, e3, g6. En de sleutelzet van 2524:1.Ta5!

Sport

meer ‘Sport’

advertentie