Luister naar

‘ADHD is niet de oorzaak van ADHD-gedrag’

Nieuws
Ritalin wordt veel te vaak voorgeschreven bij kinderen, zegt psycholoog Laura Batstra. ADHD is geen afwijking in de hersenen, stelt psycholoog Laura Batstra. Instandhouding van die ‘mythe’ gaat volgens haar ten koste van kinderen.
Aaldert van Soest
dinsdag 28 november 2017 om 11:16
Laura Batstra
Laura Batstra istock, nd

Laura Batstra verzet zich al jaren tegen het heersende beeld over ADHD. Als universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen doet ze veel onderzoek naar kinderen met druk gedrag en concentratieproblemen.

De diagnose ADHD wordt te makkelijk gesteld, kinderen krijgen te snel medicijnen en ten onrechte wordt de oorzaak gezocht in de hersenen, vindt ze. ‘Hoe beter het hersenonderzoek wordt, hoe kleiner de verschillen die we zien tussen kinderen met ADHD-gedrag en zonder ADHD-gedrag.’

Het zijn volgens haar belanghebbende partijen die de ‘hersenmythe’ in stand houden. ‘De farmaceutische industrie is heel actief in haar voorlichting. Daarnaast moet je de wetenschap niet onderschatten. Wij worden afgerekend op publicaties. Als een hersenonderzoeker geen verschil vindt, is de kans veel kleiner dat hij daarover een artikel gepubliceerd krijgt. Onbewust ga je dan toch bevooroordeeld interpreteren.’ Haar nieuwste boek kreeg daarom de titel ADHD: macht en misverstanden.

In het boek bent u kritisch op veelvuldig gebruik van Ritalin en andere medicijnen. Vindt u dat deze helemaal niet meer voorgeschreven moeten worden?

‘Nee, dat gaat te ver. Voor bepaalde kinderen ben ik blij dat deze medicijnen er zijn. Zij zouden het anders niet redden. Maar het wordt op veel te grote schaal gebruikt. Over de gevolgen ervan op lange termijn weten we nog niet genoeg. Daarom zou ik er heel voorzichtig mee zijn en eerst andere dingen proberen. Met medicijnen geef je bovendien aan kinderen de boodschap af: jij moet deze pillen slikken, want het ligt aan jou. Natuurlijk speelt het temperament van kinderen een rol, maar we zien dan over het hoofd dat er nog allerlei andere factoren zijn die ADHD-gedrag beïnvloeden.’

Voor ouders kan het toch een opluchting zijn als het moeilijke gedrag van hun kind wordt verklaard vanuit de diagnose ADHD?

‘Dat kan ik goed begrijpen. Toch ligt er een denkfout aan ten grondslag. Je hebt met de diagnose het gedrag niet verklaard, het heeft alleen een naam gekregen. ADHD is niet de oorzaak van ADHD-gedrag. De werkelijke oorzaken zou ik eerder ergens anders zoeken. Denk aan onrust op school, in het gezin, of prestatiedruk vanuit de samenleving. Het is in onze tijd niet makkelijk een kind op te voeden. Soms zijn ouders aan het eind van hun latijn. Dan kan ik me goed voorstellen dat je tijdelijk medicatie voorschrijft, zodat die ouders tot rust kunnen komen. Misschien dat ze een half jaar later dan weer genoeg energie hebben om het op een andere manier te proberen. Maar geef in ieder geval eerlijke voorlichting: die medicijnen zijn bedoeld om rust te creëren, niet om een chronische hersenafwijking bij een kind te corrigeren.’

Ouders kunnen zich schuldig gaan voelen bij dit verhaal. Ligt ADHD aan hen?

‘Dat vind ik een belangrijk punt. Er is een groep ouders die zich al jarenlang boos maakt om mijn stellingnames. Maar als ik zeg dat ADHD geen hersenziekte is, betekent dat niet dat ik de schuld bij hen leg. Het ligt veel meer op het niveau van de maatschappij. We hebben te maken met overvolle klassen met dertig leerlingen, waar één leerkracht voor staat.

Of denk aan de ‘leukdwang’ die we elkaar opleggen met alle gezellige gezinskiekjes op Facebook. Er is bijna geen ruimte meer voor het feit dat opvoeden worstelen is.

Mijn kinderen vertonen ook regelmatig lastig gedrag. Dat hoort erbij, ik heb ze niet aan een touwtje. De omgeving heeft dan al snel een keihard oordeel klaar. In die sfeer kan het een opluchting zijn als we ADHD zien als hersenprobleem waarvoor pilletjes beschikbaar zijn. Maar dan leiden we de aandacht af van de werkelijke problemen en leggen we de rekening neer bij de kinderen. We proberen hen met pillen in te passen in de systemen van onze samenleving.’

Die systemen in de samenleving kun je niet zomaar aanpassen.

‘Dat klopt, dat vereist een lange adem. Met mijn onderzoeksgroep in Groningen doe ik een aantal proeven in gemeenten. We investeren in leerkrachten op scholen. Zij krijgen cursussen in de omgang met drukke of dromerige kinderen in de klas.

Daarnaast geven we voorlichting aan ouders over bijvoorbeeld de prestatiedwang vanuit de samenleving en geven we hun mee dat opvoedstress normaal is. Sommige ouders hebben voldoende aan wat ondersteuning en handvatten en hoeven dan niet het psychiatrische traject in.’

U zegt in uw boek dat ouders met ADHD-kinderen beter weg kunnen blijven uit de psychiatrie. Waarom?

‘Je kunt niet in zijn algemeenheid zeggen dat je daar niet terecht moet komen. Maar uit onderzoek van mijn collega Frederike Jörg is gebleken dat kinderen die psychiatrische zorg hadden gekregen er op lange termijn slechter aan toe waren dan degenen die net uit die zorg zijn weggebleven. Het is moeilijk daaruit harde conclusies te trekken, maar het geeft wel te denken.’

U bent heel kritisch over de farmaceutische industrie. Aan welke knoppen draait die?

‘De farmaceutische industrie is op heel veel niveaus actief. Er zit veel geld, en geld is macht. Ze sponsoren onderzoek, maar ook veel informatie op biomedische websites is van hen afkomstig.’

Als ik op internet zoek naar ADHD of een andere aandoening, hoe groot is dan de kans dat die informatie afkomstig is van de farmaceutische industrie?

‘Er zitten websites tussen je zoekresultaten van de industrie zelf. Maar er zijn ook sites die worden gesponsord door farmaceuten, bijvoorbeeld van patiëntenverenigingen. Die krijgen geld om voorlichting te geven. Farmaceut Janssen-Cilag stelde ooit zelfs spreekbeurten beschikbaar voor kinderen over ADHD. “Gelukkig zijn er pilletjes die de dokter je kan geven”, stond daarin. Dat is een heel creatieve manier om patiëntjes te werven.’ ¦

combinatie van genen en context

Er zijn wel degelijk aanwijzingen dat ADHD een genetische component heeft. Hoewel daarover nog veel onbekend is, zijn kinderen er niet bij gebaat dit een mythe te noemen. Dat zegt Jaap Oosterlaan, hoogleraar klinische neuropsychologie aan het AMC en de Vrije Universiteit Amsterdam, in reactie op de stellingname van Laura Batstra. ‘Op groepsniveau vinden we ook verschillen in de structuur en het functioneren van de hersenen. Die verschillen hoeven niet aangeboren te zijn, maar kunnen ook zijn ontstaan door omgevingsinvloeden. ADHD onstaat waarschijnlijk door een combinatie van genetische factoren en de context waarin een kind opgroeit. Genetisch onderzoek en hersencans helpen echter niet bij het vaststellen of iemand ADHD heeft, daarvoor moet het gedrag worden beoordeeld.’

Oosterlaan was lid van de commissie van de Gezondheidsraad die in 2014 een advies uitbracht over de toename van het aantal kinderen dat medicatie krijgt voor ADHD. Hij is het voor een belangrijk deel eens met zijn Groningse collega. ‘Te veel kinderen krijgen de diagnose ADHD’, bevestigt hij. De Gezondheidsraad concludeerde dat het aantal kinderen dat met medicijnen wordt behandeld (4,3 procent van alle 5- tot 15-jarigen) verontrustend hoog is. ‘Voor sommige kinderen is het al genoeg als ouders of leerkrachten wat handvatten krijgen om anders met hen om te gaan. Dat noemen we een mediatieprogramma. Soms volstaat een zelfhulpcursus al. Maar als dat niet genoeg is, hebben we ook medicijnen die zeer effectief zijn. Ik zou het zonde vinden als kinderen die echt klem lopen, die niet meer zouden krijgen.’

De hoogleraar wil er daarom voor waken dat het imago van medicijnen als Ritalin negatief wordt. ‘De werkzame stof daarin – methylfenidaat – is al vele jaren op de markt en over de veiligheid van het middel is in wetenschappelijke kring nauwelijks discussie. Maar uiteraard kan van geen enkel medcijn de veiligheid voor 100 procent worden gegarandeerd. We moeten het met mate voorschrijven, maar moeten ouders ook niet te lang laten doormodderen. De kunst is daar een goede middenweg in te vinden.’

ADHD: macht en misverstanden

Laura Batstra. Uitg. Lucht, Hilversum 2017. 192 blz. € 17,95

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Voor Willianne is haar huis ook een werkplek, maar 'aan het eind van de middag gaat mijn laptop de kast in'

Willianne en Maarten wonen samen met hun kinderen in een tussenwoning in het dorp Dubbeldam. Voor Willianne is haar huis ook een werkplek. 'Ik heb geleerd om meer rust te nemen. Thuis moet een plek zijn om te ontspannen.'

Afbeelding

Danita Broer is verslaafd aan kledingapp Vinted. 'Ik probeer bewuster kleding te kopen'

In deze serie geven jongeren hun - vaak dierbare - telefoon uit handen aan een journalist. Wat zegt hun telefoon over wie ze zijn en wat ze belangrijk vinden? Vandaag: Danita Broer (26) uit Nijmegen.

Afbeelding

'Mijn kleindochter zegt: 'Opa, dit smaakt heel anders dan de sla uit de supermarkt!''

Wie een moestuin wil beginnen, moet vaak geduld hebben. Een groot aantal volkstuinverenigingen kent een wachtlijst. Waarom is het de moeite waard om een moestuin te hebben? Vandaag vertelt: Palko Andriska (72) uit Veenendaal.

Afbeelding

Het weekend van Thom: 'Als er iets misgaat, moet je doen of er niks is gebeurd'

Op zaterdag is Thom Runhaar (10) vaak te vinden bij de scouting. 'Altijd lekker buiten', vindt hij. Sinds een paar maanden is Thom misdienaar op zondag. Hij vertelt over zijn weekend.

Afbeelding

Deze broers wonen en werken samen: 'Het is een soort scheiden als hij straks trouwt'

Ze groeiden samen op, wonen bij elkaar en runnen samen hun videomarketingbedrijf. Wat bindt de broers Remco en Roland Guijs? 'Het is bijna telepathisch tussen ons.'

Afbeelding

De liefde voor de bever bekoelt, maar daar is wat aan te doen. 'Nee, ik ben geen knuffelaar'

Bevers die drie van de vier bomen omknagen. Langs de Maasplassen in Limburg gebeurt dat. 'Voor de natuur is het niet zo erg. Maar wel voor het draagvlak van de bever. Pak waardevolle bomen in met gaas. Dat helpt.'