Luister naar

‘Het komt aan op overgave’

Nieuws
Het begin van zijn geloof in God lag in de liefde die hij heeft ervaren, zegt Stephan Sanders. ‘Van mijn man, van mijn moeder.
Wim Houtman
zaterdag 31 december 2016 om 03:00
Sanders hecht aan de transsubstantiatie, dat brood de aanwezigheid van Christus wordt.
Sanders hecht aan de transsubstantiatie, dat brood de aanwezigheid van Christus wordt. Rufus de Vries

Stephan Sanders (55), columnist van de Volkskrant, redacteur bij De Groene Amsterdammer, schrijver en presentator, gaat sinds een jaar naar de kerk. Zijn omgeving begrijpt er weinig van, vindt het eigenlijk niks voor hem. Het is ook voor hemzelf een verrassing. Het grootste deel van zijn leven geloofde hij (in) niets. Tot er, een jaar of acht geleden, iets begon te gebeuren. ‘Ik heb geen openbaring gehad; ik kan geen moment noemen. Maar ik was er steeds minder zeker van dat ik niet gelovig was.’

Het kwam door de liefde, zegt hij.

Op het Twentse platteland waar hij opgroeide, was hij zowat het enige kind met een kleurtje. Hij is geadopteerd, van half Zuid-Afrikaanse afkomst. Hij groeide op in een rooms-katholiek gezin, maar na zijn elfde kwam hij – zonder dat dat thuis ophef gaf – niet meer in de kerk. Behalve om fluit te spelen, waarvoor hij door allerlei kerken in de regio werd ingehuurd.

Op de Universiteit van Amsterdam, een marxistisch bolwerk in de jaren zeventig-tachtig van de vorige eeuw, was hij zowat de enige rechtse student (politicologie en filosofie, hij stemde D66). Nu is hij in zijn milieu zowat de enige die naar de kerk gaat. Hij vertelt er graag over, aan de eettafel in zijn Amsterdamse appartement, met uitzicht op de Amstel, waar hij met zijn man woont. Vóór zijn studententijd ontmoette Sanders nog weleens iemand die gelovig was, vertelt hij: ‘Wij kwamen soms bij een vriendin van mijn moeder in Apeldoorn. Aan de overkant woonde een gezin waar in verkiezingstijd een groot GPV-biljet voor het raam hing. Ik ging als jongen van een jaar of vijftien met die mensen praten. Zulke overtuigde gelovigen vond ik exotisch.’

antireligieus

Tot omstreeks zijn 45e jaar was hij antireligieus. ‘Religie vond ik vermoeiend en oncontroleerbaar. Met gelovigen kon je niet praten, dat had geen zin.’ Maar langzaamaan voelde hij dat zijn zekerheden op losse schroeven kwamen te staan. ‘Eerst ga je je dan ‘agnost’ noemen. En op een gegeven moment hoor je jezelf zeggen: “Misschien ben ik wel gelovig.’’’

‘Als kind schreef ik elke avond een briefje aan mijn moeder. Als ik dan de volgende ochtend wakker werd, had ze een brief teruggeschreven. Ik had altijd de behoefte me tegen iemand te uiten. Als ik alleen ben, praat ik vaak. In mezelf, zou je zeggen, maar dat is het niet. Als kind was het tegen God. Maar ik bleef het doen toen ik niet meer gelovig was. Om mijn gedachten te ordenen, maar ik sprak ook iemand aan – of iets. Daarom dacht ik op een gegeven moment: het is God. De God zoals christenen Hem verstaan. De God die mens werd.’

‘Het begin lag in de liefde die ik heb ervaren. Van mijn man, van mijn moeder. Het onvoorwaardelijke daarin. Ik kreeg als weeskind toch een heel liefdevol leven. Wij waren een echt gezin. Ik voelde me gedragen. In die liefde zat iets wat boven de mens uitgaat. Dat kon ik niet filosofisch, niet sociologisch of psychologisch verklaren. Misschien moet ik het religieus noemen, dacht ik – onwillig eerst, maar toen ik dat idee toeliet, werd het steeds belangrijker.’

Tweeënhalf jaar geleden interviewde hij de dichter en schrijver Willem Jan Otten. Ze kenden elkaar niet goed, maar Otten zei na afloop: ‘Volgens mij ben jij allang gelovig.’ ‘Hij had stukken van mij gelezen, waarin ik het voor hem opnam toen hij katholiek was geworden. Ik ben nooit een getuigende atheïst geweest. Dat seculiere fundamentalisme, dat hem buitensloot, alsof hij tot een vorm van razernij was vervallen, vond ik bizar.’

Daarna was het met zijn schoonmoeder in Paramaribo, dat Sanders weer voet over de drempel van een kerk zette. ‘Ik heb een heel lieve schoonmoeder. Zij is op een heel vanzelfsprekende manier gelovig en gaat altijd naar de kerk. Ik vond het sneu om haar alleen te laten gaan, dus ik ging een keer mee toen we daar waren. Dat deed mij veel. Het was de eerste keer na dertig, veertig jaar dat ik weer een mis bijwoonde.’

proefgeloven

Voor hem is ‘de kerk’ nu de Sint-Nicolaasbasiliek, tegenover het Centraal Station. Een collega-journalist die ook ‘op zoek is’, had hem meegevraagd. Zij zegde op de avond tevoren af, maar hij ging toch. ‘Toen de voorbeden werden gedaan, dacht ik: “Die stem ken ik!’’ Het was Willem Jan Otten, die daar ook naar de kerk gaat. En hij bad onder andere voor mensen die op de drempel van het geloof stonden.’

Sanders besloot te gaan ‘proefgeloven’. ‘Zo’n zoektocht kan een eindeloos narcistisch spiegelgevecht worden: ben ik gelovig, of niet? Of voor hoeveel procent? En wat en hoe precies? Naar de kerk gaan is iets wat je dóét, en dat heeft me van veel getalm verlost. Door te gaan, door mee te bidden en de communie te ontvangen, word ik geloviger. Zoals je ook beter maar gewoon kunt gaan sporten, in plaats van eindeloos denken dat je dat eigenlijk zou moeten.

Je zoekt een kerk niet uit zoals je een politieke partij kiest. Met een bucketlist waaraan die moet voldoen. Het geloof zoekt jou uit. Het gaat erom of jij met God in contact kunt komen. Dat is iets groters dan jij. Het gaat eerder minder om jou.

De Rooms-Katholieke Kerk is het dan voor mij, met haar muziek, haar rites. Ik hecht ook aan de transsubstantiatie: het brood wordt de aanwezigheid van Christus, door de handelingen van de priester, en doordat wij dat ‘waarkijken’, we kijken Hem aanwezig. Dat is niet te vatten; het komt aan op overgave. Als intellectueel – zo durf ik mezelf wel te noemen – ben je algauw vooral met teksten bezig, en wie de slimste en mooiste exegese heeft. Dat moet ik niet gaan doen. Ik moet knielen. Me klein maken, om iets groters te ontvangen. Dat vond ik de eerste keer ontzettend moeilijk. Nu doe ik het heel geroutineerd.’

De pastoor in de Nicolaas, Jim Schilder, vind ik een heel prettige spreker. Hij galmt en beiert niet: een beschaafd sprekende man. Ik heb met de diaken een gesprek gehad. Dat verliep ook heel prettig. Het is een veelkleurige kerk; ik zag er veel zwarten, latino’s en latina’s. En ik was al katholiek gedoopt, door de nonnen in het weeshuis waar ik mijn eerste jaar verbleef. Dus dat is wel mooi. Je zou het bijna voorzienigheid noemen.’

graat in mijn keel

‘Het homostandpunt van de kerk is wel een graat in mijn keel. Als ik zie op welke Bijbelteksten dat wordt gefundeerd, wordt er op heel dun ijs geschaatst. Maar daar kan ik deze pastoor of de parochie niet op aankijken. Het ligt aan tweeduizend jaar christendom. De Rooms-Katholieke Kerk ziet zich als hoeder van die traditie. En ik snap wel dat het moeilijk is om daar één steentje uit te halen. Dan dondert alles in elkaar. Als ik daardoor de communie niet zou mogen ontvangen, dan zou het een probleem worden. Maar daar heb ik nooit iets van gemerkt. Aan de diaken vertelde ik wel over mijn man; hij vroeg er niet op door. Hij vroeg wel: “Word je door te geloven een beter mens?’’ Dat vond ik een geweldige vraag. Dus daar zijn ze in de kerk mee bezig, dacht ik.’

‘Mijn biologische vader weet niet dat ik besta. Mijn biologische moeder heb ik één keer gezien. In de katholieke traditie maak ik toch deel uit van een groter verband. In het geloof word je als kind aangenomen – die termen zijn mij vertrouwd. Je hebt nog een andere Vader, en in de Katholieke Kerk ook nog een moeder. Ik heb nooit anders gehoord.’ ?

Welke grens hebt u verlegd in 2016?

‘Wekelijks naar de kerk.’

Welke grens zou u willen verleggen in 2017?

‘Meer liefde, minder sigaret.’

Aan welk gedrag van mensen zou u graag een grens stellen?

‘Al het zeer luide.’

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Julia schrijft nummers over eenzaamheid, met een randje spiritualiteit. ‘Het is een herkenbaar gevoel’

Julia Rosenhart-Dinkelman (25) uit Velsen laat zien wat er in haar telefoon staat. ‘Het maken van nieuwe nummers is als het maken van een puzzel van muziek én tekst. Dat proces evolueert over verschillende weken.’

Afbeelding

Hoe communiceer je krachtig als leider? Vier tips van een communicatiecoach

De Amerikaanse spreker, schrijver en communicatiecoach Carmine Gallo onderzocht wat het geheim is van krachtige zakelijke communicatie en analyseerde hoe topleiders communiceren. Hij geeft vier technieken die goed werken.

Afbeelding

Mieke van Schie: ‘Je kunt veel betekenen voor cliënten door middel van tuinieren’

Mieke van Schie (62) uit Pijnacker. Zij bestiert een moestuin in ’s-Gravenzande waar mensen met psychische problemen tot rust komen door er met hun handen te werken.

Afbeelding

Vier winnaars van Heel Holland Bakt geven tips: wat kan ik bakken rond Sinterklaas?

Het is smullen deze weken: kruidnoten, speculaas en banketletters. De Heel Holland Bakt-winnaars gaan deze maand helemaal los: ‘Ik kan nog altijd kinderlijk blij worden van dit feest.’

Afbeelding

Hoe verbouw je natuur die je moet beschermen? Boswachter Jacob de Bruin: ‘Je wilt dit liever niet’

In het Fochteloërveen wordt ruim vijftig kilometer dijk aangelegd, om zeldzaam hoogveen te beschermen. Maar hoe verbouw je een natuurgebied dat zo fragiel is? ‘Als de kraanmachinist een slang ziet, moet hij me bellen.’

Afbeelding

Koninklijke vrouwen verenigen zich op paleis