Luister naar

Essay: Op zoek naar mijn Chinese identiteit

Nieuws
In Nederland word ik vaak gezien als ‘die Chinees’, en in China ben ik ‘de westerling’. Kortsluiting in mijn hoofd. Waar hoor ik nu bij?
woensdag 12 december 2018 om 03:00 aangepast 16:21
Ruth van der Kolk: ‘Door mijn zoektocht kijk ik nu anders naar adoptie. Mijn beeld ervan is nu een stuk minder rooskleurig, maar wel realistischer.’
Ruth van der Kolk: ‘Door mijn zoektocht kijk ik nu anders naar adoptie. Mijn beeld ervan is nu een stuk minder rooskleurig, maar wel realistischer.’ Dick Vos

‘Jij bent net als een banaan’, zei een vriend ­tegen mij toen ik maanden geleden bij hem op bezoek was in China, mijn geboorteland. ‘Geel van de buitenkant, maar wit van de binnenkant’, legde hij droogjes uit. ‘En ik ben een ei: blank vanbuiten en geel vanbinnen.’ Ik barstte in lachen uit om zijn simpele omschrijving van een complexe situatie. Ik realiseerde me ineens dat we precies het tegenovergestelde zijn: hij heeft Nederlandse ouders en is opgegroeid in China. Bij mij is dat, door mijn adoptie, andersom.

Al zolang ik me kan herinneren is mijn afkomst en mijn uiterlijk een terugkerend onderwerp. Mensen in binnen- en buitenland gissen vaak naar mijn identiteit. Dochter van de afhaalchinees, Japanse toerist, migrant, Afghaanse vluchteling of ‘die ene van de toko’. ‘Ze is gewoon een Nederlander, hoor’, protesteerden mijn familie en vrienden dan als zoiets werd gezegd. Zelfs als baby had ik al verschillende titels. Vondeling, wees, kind in een tehuis, asielzoeker, en aan het einde van het traject werd ik officieel kind van mijn adoptieouders, met twee nationaliteiten en een Chinese en een Nederlandse naam.

eenkindpolitiek

Voor die Chinese naam, gekregen in een kindertehuis, schaamde ik me. Wie wil er nu geassocieerd worden met zo’n ‘vreemd land met een rare taal’, dacht ik als kind. ‘Stel je voor dat je in China was gebleven. Daar had je niet de kansen gehad die je nu hebt gekregen’, werd dan ook regelmatig ­gezegd. Het klinkt immers als een lot uit de ­loterij. Ik, als achtergelaten baby in een tehuis, kreeg een nieuw stel ouders uit het Westen. Een meisje, geboren in een arm district ten tijde van de eenkindpolitiek. Oftewel alle ‘ingrediënten’ om te worden afgestaan.

Als kind en tiener probeerde ik te ­accepteren dat ik nooit zal weten wat er in de eerste acht maanden (voordat ik werd geadopteerd) precies is gebeurd, waardoor ik niet bij mijn biologische ouders kon opgroeien. Het enige wat ik wist, is dat ik in twee kindertehuizen in de Chinese provincie Guizhou heb gewoond. Maar hoe ik daar precies ben terechtgekomen, was me een raadsel.

Op mijn drie belangrijkste vragen – wie mijn moeder en vader zijn, op wie ik lijk en waarom ik ben afgestaan – kunnen mijn adoptieouders geen antwoord geven. Ik had het fantasiebeeld dat mijn biologische ouders met mijn broer of zus bij een rijstveld wonen. Geen geld om de verkregen boete voor mijn ‘verboden’ geboorte te betalen, en daarom legden ze mij maar ergens te vondeling. De politie heeft overigens (waarschijnlijk) wel naar mijn biologische ouders gezocht, zoals meestal werd gedaan bij vondelingen, maar blijkbaar zonder resultaat.

Ik fantaseerde wel vaker over China, en ik was benieuwd of mijn beeld van het land klopte. Misschien vond ik daar wel enige herkenning. Toen ik vijftien jaar was, ging ik daarom voor het eerst naar mijn geboortestreek. Maar eenmaal daar werd ik ermee geconfronteerd hoe weinig raakvlakken ik eigenlijk heb met mijn geboorteland. Chinezen wilden met mij op de foto vanwege mijn westerse uitstraling, en communiceren zonder handen en voeten was vrijwel onmogelijk. Interessant en leuk om te zien waar ik vandaan kom, maar ik ben kennelijk een ‘echte Nederlander’, concludeerde ik enigszins teleurgesteld.

geboorteakte

Die gedachte gaf mij vervolgens zo’n acht jaar lang toch enige rust. Na een tijd van schipperen tussen twee nationaliteiten, had ik duidelijkheid. Tot anderhalf jaar geleden. Toen overviel de onrust me plotseling. De aanleiding was mijn inschrijving bij een soort gemeentehuis in Paramaribo (Suriname), om er een tijdje te wonen en te werken. ‘Uw geboorteakte, alstublieft’, zei een Surinaamse ambtenaar. ‘Die heb ik niet’, antwoordde ik. Ik liet haar een rechtbankdocument zien, waarin is vastgesteld dat ik waarschijnlijk afkomstig ben uit Guizhou. ‘Hmm’, mompelde ze afkeurend. We belandden in een anderhalf uur durende discussie of ik me wel of niet mocht laten inschrijven. Toen het inschrijven toch was gelukt, zat ik alsnog boos in de bus naar huis. Ik appte gefrustreerd een vriendin in Nederland, die reageerde: ‘Dat je wordt ‘afgerekend’ op het niet hebben van een geboorteakte, raakt je in je identiteit. Dat is iets fundamenteels.’

Dat bleek zo te zijn. Normaal gesproken verdween zo’n incident uit mijn hoofd, maar dit keer niet. Ik mijmerde steeds meer over adoptie en kon niet meer stoppen met vragen stellen. Waarom is er eigenlijk zo weinig bekend over mijn achtergrond, terwijl het een recht is om te weten wie je ouders zijn? Hoe verloopt zo’n adoptieproces eigenlijk? Is adoptie wel juist? Waren mijn adoptieouders egoïstisch en naïef om mij te adopteren? Is mijn leven bepaald door de eenkindpolitiek? Denken mijn adoptieouders nog weleens aan mijn biologische ouders? Vervulde ik toen hun kinderwens?

Eenmaal terug in Nederland legde ik mijn adoptieouders, met wie ik een goede band heb, mijn vragen voor. Ook wilde ik nu alle feiten over mijn adoptie die bekend waren op een rij zetten. Mijn moeder haalde mijn dossier van zolder, dat ik vervolgens avondenlang heb gelezen. Ik bracht in kaart wanneer ik in welk tehuis terechtkwam, in welke omstandigheden en welke partijen daarbij betrokken waren.

archief

Afgelopen jaar besloot ik door China te reizen voor vakantie, en om langs drie bronnen te gaan, voor een completer beeld van wat er zich in de eerste maanden van mijn leven heeft afgespeeld. Tot mijn grote verbazing heb ik alle documenten en informatie die beschikbaar zijn, mogen inzien. Een vrouw die toentertijd voor mij heeft gezorgd, vertelde over de omstandigheden in kindertehuizen. Bij een archief in de hoofdstad kon ik een groot dossier inzien, waarvan de meeste documenten mij al bekend waren. Cruciaal was voor mij het politierapport, dat ik in een kindertehuis in mijn geboortestreek mocht bekijken. Daarin staat dat ik te vondeling ben gelegd op een treinstation. Ineens had ik het eerste tastbare bewijs in handen dat ik een vondeling was. Ik realiseerde me toen voor het eerst echt: ik ben hier, in dit land, geboren – en achtergelaten.

goedmaakpraatjes

Mijn geschiedenis in China, die voorheen altijd vaag was voor mij, kwam ineens tot leven. Daardoor zag ik steeds meer in dat mijn Chinese naam bij mij hoort. Mijn vertrouwde Nederlandse naam Ruth doet er namelijk niet echt toe in China. Ik sta daar namelijk ingeschreven met een totaal andere naam, die ik gevoelsmatig liever niet in dit verhaal zet. Niet omdat ik me er nog voor schaam, maar omdat die bij mijn leven in China hoort, niet in Nederland. Dat zijn voor mij twee verschillende werelden.

Na anderhalf jaar spitten in mijn verleden heb ik alle documenten opgeduikeld die beschikbaar zijn. Over mijn biologische familie is nog steeds niets bekend. Naar hen was en ben ik (nog) niet op zoek. De kans dat ik hen zal vinden is klein, en de zoektocht is – denk ik – een proces van intensieve jaren. Ik weet bovendien niet wat een hereniging me zal opleveren. Al zou ik ze vinden, dan is het proces niet klaar, heb ik geleerd van andere geadopteerden. Daarom is voor mij in eerste instantie de documentatie belangrijk.

Deze zoektocht, in combinatie met gesprekken met andere geadopteerden en deskundigen, heeft er ook voor gezorgd dat ik nu anders naar adoptie kijk. Mijn beeld daarvan is nu een stuk minder rooskleurig, maar wel realistischer. Adoptie is vrij complex, heb ik ontdekt. Als kind en tiener liet ik me leiden door versimpelde en romantische ideeën. Mensen zeiden dat mijn adoptie zou zijn geleid door God. Mijn adoptieouders zouden mij hebben gered uit een ‘arm en kansloos gebied’. Volgens velen moet ik daarom dankbaar zijn.

Van zulke idealistische ideeën waarbij het Westen centraal staat, doe ik nu afstand. Ik zit er niet op te wachten dat mijn geschiedenis en adoptieverhaal zonder bewijs worden ingevuld met ‘goedmaakpraatjes’. Dat ik alsnog in een liefdevol gezin kon opgroeien, zie ik als iets moois. Maar dat doet niets af aan het feit dat de wortels van mijn oorsprong zijn doorgesneden, en dat ik niet kon opgroeien bij mijn biologische ouders. Dat is nu eenmaal niet hetzelfde.

Nu ik juist probeer te accepteren dat ik ben afgestaan, zie ik in dat ik niet volledig Nederlands hoef te zijn. Dat gevoel van ontheemd zijn, dat me soms besluipt, hoort kennelijk bij die zoektocht naar wie ik ben. Misschien zit daarin wel een deel van mijn Chinese identiteit. ¦

Dit is het vierde deel van de serie over adoptie, waarin ND-redacteur Ruth van der Kolk (25), geadopteerd uit China, ontwikkelingen in de adoptiewereld onderzoekt. Ze ging in gesprek met ­andere geadop­teerden over onder meer kinderhandel en de zoektocht naar identiteit. In dit laatste deel vertelt ze haar persoonlijke verhaal.
Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

De liefde voor de bever bekoelt, maar daar is wat aan te doen. 'Nee, ik ben geen knuffelaar'

Bevers die drie van de vier bomen omknagen. Langs de Maasplassen in Limburg gebeurt dat. 'Voor de natuur is het niet zo erg. Maar wel voor het draagvlak van de bever. Pak waardevolle bomen in met gaas. Dat helpt.'

Afbeelding

Het 'Kasteeltje van Nieuwendijk' staat te koop: 'Van een afstand zag het er mooi uit'

Op huizenverkoopsites speuren we naar de meest excentrieke panden. Vandaag: Het ‘Kasteeltje van Nieuwendijk’ staat te koop. Een landhuis met de luxe van een verwarmd zwembad, een grote overdekte veranda en een tuin die grenst aan de Brabantse Biesbosch.

Afbeelding

Corry Frieling (81) had weinig met geloof, tot die ene dag: 'Vanuit de duisternis kwam ik in het licht'

Corry Frieling (81) uit Veenwouden groeide als enig kind op in een communistische omgeving. Met het geloof deed ze niet veel. Totdat haar vriendin zich bekeert. 'Ik zag een stralende vrouw, die al haar hoop en vertrouwen op God had gesteld.

Afbeelding

Worden wie je bent is een verkeerde gedachte. 'Zoals je nu bent, ben je bedoeld'

Je hoeft nog maar een paar dingen aan jezelf te veranderen, en dan zul je geliefd zijn. Schrijver en trainer Gabrielle Dik heeft een aversie tegen deze uitspraak en schreef het boek Je bent het al! – stop met worden.

Afbeelding

'Appaire' verkozen tot Woord van de Week. ND-columnist Cocky Drost: 'Ik gebruik dit woord al jaren'

Het woord appaire - geen echte affaire, maar wel één per app - is door het Instituut voor de Nederlandse taal verkozen tot Woord van de Week. ND-Columnist Cocky Drost bedacht het woord: ‘Het begint altijd onschuldig.’

Afbeelding

Amin en Esther zijn dankbaar voor hun sociale huurwoning: 'Dit huis is een teken van Gods trouw'

Amin en Esther wonen met hun kinderen in een flat van tachtig vierkante meter. Amin ontvluchtte Iran toen hij christen werd. 'Onze wens is dat we een rustig leven kunnen leiden. Of dat nu in Iran is of in Nederland.'