*

De 'Schande van de Schelde'

In de aanloop naar de Olympische Spelen van 1920, die in Antwerpen gehouden werden, deed zich rond het Nederlands Elftal een bijzondere situatie voor. De spelers van het voetbalelftal waren ondergebracht op een krakkemikkige boot genaamd Hollandia op de Schelde. Volgens Het Vaderland was de Hollandia een 'akelig, somber krot, waarin men geen gevangene opbergt'. De bondsofficials van Oranje bivakkeerden echter in luxueuze hotels in de stad.
Op 31 mei 1920 barstte de bom en begon het spelersprotest, toen sterspeler Jan de Natris actie ondernam. Van de Belgische ambassadeur had het Nederlandse team bij aankomst diverse grammofoonplaten gekregen. De Natris en zijn teamgenoten besloten deze in te smeren met jam en in de Schelde te smijten.
Maar de 'Schande van de Schelde' werd nog groter. Rond de wedstrijden trok het Oranje-elftal het Antwerpse nachtleven in en laafde zich daar aan champagne drinken 'met ladies, wier deugdopvatting van bedenkelijke breedte is'.
Vier spelers kregen een directe schorsing. Maar omdat het team zich solidair verklaarde met de geschorste spelers, mochten ze de strijd om de derde plek alsnog aangaan. Omdat een van de toernooideelnemers, namelijk Tsjecho-Slowakije, gediskwalificeerd werd, won het Nederlands Elftal net als in 1908 en 1912 een olympische bronzen plak.

Leven

meer ‘Leven’