Luister naar

Interview met Wim Dekker: Al ben je de laatste die gelooft, raak niet in paniek

Nieuws
Veel Nederlanders hebben niets meer met geloven. Wat maakt het christelijk geloof zo belangrijk dat je mensen er toch mee blijft lastigvallen? ‘Net als ik denk: we hebben hier niks meer te zoeken, zie ik aan de randen van de secularisatie weer de vraag naar God opduiken.’
Dick Schinkelshoek
donderdag 14 juni 2018 om 09:47
Dominee Wim Dekker: ‘Ik zie onder gereformeerden – van welke vorm en snit ook – een trend van minimalisering van het geloof.’
Dominee Wim Dekker: ‘Ik zie onder gereformeerden – van welke vorm en snit ook – een trend van minimalisering van het geloof.’ Dick Vos

Van God dienen wordt iedereen beter. Daarvan is theoloog Wim Dekker (1950) overtuigd. Maar wat als geloven – en de overtuiging dat dat het belangrijkste is in het leven – nu alleen iets is van een bepaalde subcultuur? Bijvoorbeeld van de subcultuur waaruit hij zelf afkomstig is: bevindelijk-gereformeerd, Veluwe, kleinburgerlijk. Die vraag bekroop Dekker al toen hij nog maar een schooljongen was – als eenvoudige boerenjongen tussen de zonen van advocaten en directeuren die met God nauwelijks iets hadden. En die vraag komt nog steeds bij hem boven. ‘Als geloven zo belangrijk is, hoe kunnen andere mensen dan zo gemakkelijk zonder leven?’

Toen was daar Stephan Sanders (1961). De Amsterdamse schrijver en presentator ging geloven – aanvankelijk ‘op de proef’, later met hart en ziel. Sanders werd van ‘niets’ rooms-katholiek. Sinds februari 2016 doet hij verslag van zijn zoektocht in dagblad Trouw. Dekker: ‘Dat vind ik dus zo bijzonder. Hier kwam ik iemand tegen uit het midden van de cultuur, uit de Amsterdamse grachtengordel, waar geloven met argwaan wordt bekeken – en die waagt de stap. Die ontdekt dat hij niet zonder Christus kan leven.’

In zijn boek Verbonden en vervreemd, dat deze week verscheen, schrijft ­Dekker: ‘De toewending van Sanders naar het christelijk geloof – “de scherpste breuk in mijn leven in jaren” – houdt mij als doorgewinterde orthodox-­ protestantse gelovige een spiegel voor. Opeens is er een buitenstaander die de weg opnieuw vindt, de rijkdom van de leer van de kerk ontdekt. Het raakt me extra, omdat ik zie dat in allerlei tot nu toe orthodox-protestantse gemeenten – op de Veluwe, op de Biblebelt – waar die traditie hoog wordt gehouden, gemeenteleden langzaam wegglijden, bij dit geloof vandaan.’

In zijn nieuwe boek gaat Dekker na, aan de hand van Paulus’ rede in Athene op de Areopagus (Handelingen 17), wat er zo cruciaal is aan het christelijk geloof ‘dat we er anderen blijvend of opnieuw mee lastig willen vallen’.

Bij de bekering van Stephan Sanders denkt u: zie je wel, het werkt dus toch?

‘Ja, het christelijk geloof werkt! En het werkt ook nog steeds op de klassieke manier. Ik heb Sanders een tijdje terug persoonlijk ontmoet. Hij komt uit een heel ander milieu dan ik, maar het was net alsof ik hem al jaren kende. Ik hoorde hem vertellen hoe hij geraakt werd door Gods genade en wat hij daaronder verstaat, en ik dacht: blijkbaar is wat ik met de paplepel kreeg ingegoten toch universeel. Werkt God universeel, en ook – nog steeds – in het hart van onze geseculariseerde cultuur.’

Waarom zet u dat zo sterk af tegen het geloof van de orthodox-gereformeerde kerkganger?

‘Omdat ik onder gereformeerden – van allerlei vorm en snit – juist een trend zie van minimalisering van het geloof. Wie vroeger twee keer naar de kerk ging, vraagt zich af: is één keer niet ook genoeg? En wie vroeger trouw één keer ging, denkt: ik kan wel een zondag overslaan … In plaats van dat we leven uit de vreugde over de dood en de opstanding van Christus! De geloofsbeleving is minimaal aan het worden, en ook ik-gericht: wat kan ik ermee? De preken waarop ik de meest positieve reacties krijg, zijn de praktische preken: wat moeten we doen? Preken waarin het over onszelf gaat. Gaat het over het wonder van Gods liefde, dan kijken mensen vaak van ‘dat weten we wel’. De verwondering is er niet meer. Terwijl je in de kerk dat levende water krijgt.’

Moet dat dan altijd in de kerk? Veel mensen zeggen juist dat ze geloofsverdieping eerder op andere plekken vinden dan in een – saaie – kerkdienst.

‘Daar heb je weer zo’n postmoderne vraag: heb ik die kerk ook nodig? We moeten opnieuw leren dat je veel meer gezegend wordt als je leeft vanuit de traditie van de kerk. Niet omdat je daar een boeiend religieus verhaal hoort, of een mooi ritueel meemaakt. Een ander beleeft dat weer als een boel poppenkast of een saaie preek. Maar omdat je daar Christus, de Heer van jouw leven, tegenkomt. In Woord en sacrament, in de gemeenschap van zijn

lichaam. In de kerk deelt Christus zichzelf uit. Ik zeg niet: zorg dat iedere zinzoeker zo snel mogelijk in de kerkbank terechtkomt, anders is het waardeloos. Maar ik wantrouw wel al die verhalen dat je geloof niet van de zondagse kerkdienst afhangt, of dat de eerste christenen op zondag ook gewoon moesten werken. Precies: ze móésten werken. Dus kwamen ze op de dag van de Heer ’s avonds bij elkaar en ’s morgens voor dag en dauw, om het brood te breken, de eucharistie te vieren, Christus in hun midden te ervaren. Ze wilden geen zondag – liefst zelfs geen dag – zonder hun Heer. Vervorm dat soort historische gegevens niet om jouw minimale geloof te rechtvaardigen.’

Van dat enthousiasme is in veel kerken ­weinig te merken. In de kerk moet je in de ervaring van veel mensen vooral iets: komen opdagen, vrijwilligerswerk doen ...

‘Ik herken die moeheid wel, maar in de kerk moet je helemaal niks. Er is een bron van liefde, licht en leven die daar stroomt, en je mag daaruit drinken. De levende verkondiging van de levende Christus. Als we dat niet meer snappen, en de kerk een bedrijf vol activiteiten wordt dat om zijn eigen as draait, dan moeten we met al die andere dingen stoppen. Na de Tweede Wereldoorlog hebben we dat hele kerkelijke leven opgetuigd. Misschien moeten we ons in de kerk nu weer gaan beperken tot de zondagse eredienst. Hooguit in twee varianten, eentje met de kinderen erbij en eentje met meer verstilling – en laat mensen kiezen. Maar zeg niet: u zou eigenlijk dan óók moeten komen, u zou eigenlijk dit of dat óók moeten doen. Dat werkt niet. Vraag je liever af wat mensen meenemen als ze de kerk uitkomen. Hebben ze de levende Christus ontmoet of draaide het om de zoveelste les bijbelkennis of een praatje dat ze zelf ook wel hadden kunnen bedenken? In dat laatste geval doe je dus iets niet goed als kerk. Natuurlijk, leren over het geloof is belangrijk. En elkaar ontmoeten ook. Maar dat staat wel op de tweede plaats. Het belangrijkste is: toegang tot dat Geheim, de Bron, Christus die zelf in ons midden is. De zondagse dienst moet, gemiddeld genomen, echt spiritueler, dieper. Het ‘God-gehalte’ moet omhoog.’

Wat betekent dat voor de vorm van de kerkdienst?

‘Of je nou conservatief bent of allemaal nieuwe vormen wilt, je moet je afvragen welke vormen helpen om dat Geheim in de gemeente te bemiddelen. Ik denk dat er in de gereformeerde kerkdienst op het vlak van de beleving bijvoorbeeld best wat te winnen valt. Daarmee bedoel ik dan wel gezamenlijke en geen individuele beleving. Dat laatste wordt al snel psychologie. Maar waaróm voer je een vernieuwing door? Stel, je wilt het ministrygebed invoeren, zoals in steeds meer gemeenten gebeurt. Die persoonlijke voorbede kan helpen, iets toevoegen. Het kan ook zijn dat er maar een paar mensen gebruik van maken, die bovendien gaan klagen dat de anderen niet meedoen. Zoals weer anderen in de kerk klagen dat het kerkbezoek tijdens de tweede dienst terugloopt. Dan moeten er ineens veranderingen ingevoerd worden. Zinloos – wat op een andere plek werkt of wat vroeger werkte, hoeft in jouw specifieke gemeente nog niet te werken.’

Hoe moet een gemiddelde kerk dat aan­pakken?

‘Ik praat veel met kerkenraden over beleidsplannen en zo. Dan vraag ik: wat is jullie gemeente? En dan krijg je labels als ‘open en gastvrij’, ‘confessioneel’ en weet ik wat nog meer. Maar zelden komt iemand ermee dat wij kerk van Christus zijn, de plek waar God mensen wil ontmoeten. Als ik dat inbreng, hoor ik vaak: natúúrlijk is dat ook zo. Maar als je ‘natuurlijk’ zegt, dan heb je er niks van begrepen. Het besef dat wij verloren zijn als Christus niet gekomen was! Als je dat niet meer ziet, als het daarom niet meer draait, dan komt er aan de reeks vernieuwingen en de reeks discussies in de kerk dus geen einde. Vernieuw wat je wilt – voer getuigenissen in of wat ook – of houd aan het oude vast zoveel je wilt. Maar wat leidt af en wat brengt je dichter bij het Geheim? Daar moet je het over hebben.’

Wat brengt uzelf dichter bij dat Geheim?

‘Ik heb zelf gemerkt dat knielen bij het gebed daaraan dienstbaar kan zijn. Voor anderen is dat misschien het opheffen van de handen. Ik vind ook dat de paaswake, in de nacht van Stille Zaterdag op de paasmorgen, zeer ­behulpzaam kan zijn bij het ervaren van het wonder van wat ik ‘Kruispasen’ noem. De paaswake is in het protestantisme in een elitaire hoek beland waar we haar uit moeten halen. Ervaar hoe het licht weer gaat schijnen in het donker, ga met je handen door het doopwater en besef opnieuw dat je gedoopt bent …’

We hebben het nu over de kerk en gelovigen. Intussen lijkt een groeiende groep ­Nederlanders prima zonder enige reli­gieuze behoefte te kunnen leven.

‘Dat is waar. Wie de moeite neemt om de dubbelheid van het leven en de problemen van het mens-zijn op zich te laten inwerken, die ontdekt dat het christelijk geloof daar ­bevrijdende antwoorden op geeft. Maar een heleboel mensen denken niet door. Dat heeft ook met onze welvaart te maken. Als ik kijk naar al die machtige theologische modellen van de twintigste eeuw, en wat daarin aan tijd en energie is ge­ïnvesteerd – boeken vol! – dan kan ik daar somber van worden. ­Allemaal hadden ze voor ogen om aan de westerse mens duidelijk te maken dat het evangelie ook met zijn leven te maken heeft. En dat is niet gelukt. De Europese mens leeft zo overtuigd zonder God dat een theoloog als Bram van de Beek roept: “We ­hebben hier niks meer te zoeken!” En net als ik denk: je hebt gelijk, dan zie ik hoe in iemand als ­Stephan Sanders aan de randen van de secularisatie toch weer de vraag naar God opduikt.’

Dat vindt u bevrijdend?

‘Ja. Het zijn enkelingen. Dat het evangelie zo massaal gehoord en geloofd zou worden als ooit in West-Europa was misschien al nooit iets waarop je kon rekenen. Het zijn stemmen aan de rand. Lees je de Bijbel, dan zie je dat de boodschap niet breed ingang vindt, maar wel gehoord wordt door mensen van wie je het niet verwacht. We kunnen onder de ­secularisatie lijden, maar we hoeven er niet van in paniek te raken. Of denken: als we al die mensen niet weten te overtuigen, dan moeten we dus beter ons best doen. De kerk is nu even een klein groepje. Dat is dan maar zo.’

Tegelijk schrijft u dat alle mensen er wel bij zouden varen als ze God zouden kennen.

‘Omdat alleen wie God kent het goede leven vindt. Er is zo veel goeds en moois in de wereld, en er is zo veel wat dat kapotmaakt. En het allergrootste probleem ben je zelf. Alleen in Christus vind je daarvan verlossing. Ons ­eeuwige getob over onszelf is van ons afge­nomen! De oude wereld is gestorven, de nieuwe wereld is aangebroken. Daardoor krijg je ook een geweldige impuls om het goede te doen. Lang niet iedereen omarmt dat. Dat is erg. Het oordeel daarover laat ik aan God. Maar als gelovige hoef je daarvan niet onzeker te worden. Wees dankbaar als een kind dat God jou dat geschenk van het geloof geeft. En blijf zo dankbaar, zelfs als jij de laatste zou zijn die gelooft.’ ¦

Wim Dekker

Wim Dekker (68) werkte van 1998 tot zijn emeritaat in 2015 als predikant voor de IZB, een centrum binnen de Protestantse Kerk voor missionair werk en toerusting. Daarvoor was hij jarenlang docent en gemeentepredikant. Zijn boek Verbonden en vervreemd is het slotdeel van een trilogie die begon met Marginaal en missionair, een analyse van de missionaire context van de kerk vandaag. Het tweede boek Tegendraads en bij de tijd ging over de zeggingskracht vandaag van Dietrich Bonhoeffer. Alle drie de boeken tellen 208 bladzijden. ‘Mijn tweede boek was precies even lang als het eerste. Puur toeval. Bij dit derde boek heb ik maar net zo lang geschrapt en geschoven totdat ik ook 208 pagina’s had.’

Wim Dekker is getrouwd en heeft vijf kinderen. Hij is de vader van theoloog Willem-Maarten Dekker.

naar aanleiding van

Verbonden en vervreemd

Wim Dekker. Uitg. Boeken­centrum, Utrecht 2018, 208 blz. € 18,99

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Wie komt er alle jaren? Deze pastoor kan het verklaren

Hoor, wie klopt daar, kinderen? Op die vraag kan Marcus Vankan antwoord geven. Hij weet veel - zo niet alles - over Nikolaas, de bisschop van Myra uit de derde eeuw. ‘Ik kan me ergeren als er over Sinterklaas onzin wordt verteld.

Afbeelding

Een bijbel die de evolutietheorie accepteert, hoe werkt dat?

De ‘wetenschapsbijbel’ is een gloednieuwe doelgroepbijbel voor wie niet met de rug naar de wetenschap wil staan. Zestig wetenschappers werkten eraan mee. Als je van heldere standpunten houdt, kun je beter verder kijken.

Afbeelding

Expliciet christelijke jas zit de VU te krap. ‘Jammer dat een beroep op Gods naam niet meer mogelijk is’

Op het besluit dat het citeren van bijbelwoorden bij promoties en oraties op de Vrije Universiteit (VU) verdwijnt, klinkt kritiek en begrip. ‘De expliciet christelijke jas is te krap voor wie wij zijn als universiteit.’

Afbeelding

Orgelkids wint innovatieprijs: er zijn nu 150 Doe-orgels in twintig landen

Een Nederlands project dat kinderen liefde voor orgels wil bijbrengen, heeft een internationale prijs gewonnen voor behoud van religieus erfgoed.

Afbeelding

Hitserie The Chosen over het leven van Jezus straks ook in Nederland te zien

De populaire serie over het leven van Jezus, The Chosen, is vanaf deze maand ook in Nederland te zien. In Amerika is de serie een hit. The New York Times noemt het veelbekeken programma een ‘crowdfunded miracle’.

Afbeelding

Hoe kerken Sinterklaas een handje helpen: ‘Sneu als arme kinderen geen cadeau krijgen’

Kinderen die geen cadeaus voor Sinterklaas krijgen, omdat hun ouders het niet kunnen betalen? Kerken dwars door Nederland steken de Sint deze weken een helpende hand toe. Bijvoorbeeld in Assen.