Luister naar

Elbert Smelt (Trinity): 'Ik blijf een rusteloze pelgrim'

Nieuws
Een overvolle agenda en een worsteling met zijn geloof brachten Trinityleadzanger Elbert Smelt op de rand van een burn-out. Een reis naar Indonesië en optredens met Elly & Rikkert brachten ontspanning. Sindsdien is God geen grote Bekende meer. Hij is een mysterie en het geloof een zoektocht.
Gerald Bruins
zaterdag 8 december 2018 om 03:00
Elbert Smelt (Trinity): 'Ik blijf een rusteloze pelgrim'
Elbert Smelt (Trinity): 'Ik blijf een rusteloze pelgrim' Dick Vos

De smalle trap in het halletje, waar het ruikt naar kippenmest, leidt naar een bescheiden ruimte die vol staat met muziekinstrumenten. Het is de zolder van een schuur op zorgboerderij Het Paradijs in het buitengebied van Barneveld, al jaren de vaste oefenplaats van de christelijke popband Trinity. De bandleden zijn druk bezig een medley bij elkaar te spelen voor hun kersttour deze maand. Bert Bos plukt rustig aan de snaren van zijn basgitaar. Niek Smelt slaat gedreven met zijn stokken op een drumstel. Johan Smelt tokkelt geconcentreerd op zijn gitaar. ‘Praise the Lord, I saw the light’, zingt Elbert Smelt (35) een aantal keren luid, met zijn mond dicht bij de microfoon. Later gevolgd door ‘Glory, glory halleluja’ en een andere christelijke kraker: ‘Go tell it on the mountains’.

De leadzanger van Trinity is de meest expressieve van het stel muzikanten. Hij geeft aanwijzingen, springt, danst, spreidt zijn armen wijd, en grijpt afwisselend naar een fluit of saxofoon. Hij speelt er enthousiast op, z’n hele lijf beweegt mee.

De drie mannen met dezelfde achternaam zijn de zonen van Leo en Jannet Smelt. Hun ouders zijn inmiddels lang en breed neergestreken in Voorthuizen. In de jaren tachtig groeiden de kinderen Smelt op in de Peruaanse hoofdstad Lima, waar moeder als arts en vader als protestants dominee werkten namens zendingsorganisatie GZB. Deze roots beïnvloeden hun muziek, die zich het beste laat omschrijven als ‘worldbeat’ met Zuid-Amerikaanse klanken, Afrikaanse ritmes en Keltische invloeden. Hun optredens op inmiddels duizenden christelijke podia in binnen- en buitenland swingen altijd en laten dansende en klappende bezoekers zien, opgestuwd door een aanstekelijk ritme. De broers Smelt richtten Trinity op in 2003, samen met Bert Bos, met wie een levenslange vriendschap ontstond op de middelbare school in Ede, de plaats waar pa Smelt destijds predikant was.

vol overgave

Of het nu om een oefening gaat, of een concert, hij en zijn bandleden spelen altijd vol overgave, bevestigt Elbert Smelt een dag later, tijdens een gesprek in Hattem. Met Kerst voor de boeg gaat de band een drukke periode tegemoet. In januari wachten drie optredens op de rooms-katholieke Wereldjongerendagen in Panama. Afgelopen zomer toerden ‘The Smelt Brothers’ langs christelijke radiostations in de Verenigde Staten ter promotie van hun nieuwste cd The In Between, waarop een trendbreuk te horen is: slechts één Spaanstalig nummer, de rest Engelse songs.

In het huis waar hij woont met zijn gezin zijn de tekenen van een creatieve geest zichtbaar. Elbert zet koffie met een filterhouder van keramiek. Zelf gemaakt, evenals vele bloempotten in de huiskamer. De grote, groene planten erin, worden door hem verzorgd – nog een hobby. Hij kan ook goed klussen en koken en verstelt zijn eigen kleren. Zoals veel creatievelingen, vertelt hij zijn levensverhaal boeiend, een tikje chaotisch.

onbegrepen

Elbert Smelt is een kind van zendingswerkers, net als zijn vrouw, en dat drukt een stempel op zijn leven waarin een zoektocht zichtbaar is naar muziek, geloof en een eigen plek onder de zon. ‘Ik voel me nergens echt thuis, niet in Peru, niet in Nederland. Dat maakt dat ik me vaak onbegrepen voel, het gevoel heb een outsider te zijn. Thuis is waar mijn vrouw en kinderen zijn. Ik blijf een rusteloze pelgrim.’

Een optreden van Trinity heeft iets weg van een eredienst. Smelt schrikt eerst even van de vergelijking. ‘We pretenderen niet een kerk te zijn … Andersom, wat wij tijdens onze concerten doen, zou in meer kerkdiensten moeten gebeuren: een moment de hemel op aarde brengen met vreugde, liefde, acceptatie en genade. Mensen uittillen boven zichzelf en hun aardse beslommeringen.’ De muziek, biecht hij op, is de reden dat hij en zijn broers gelovig zijn gebleven, in tegenstelling tot andere kinderen van dominees en evangelisten die kerk en geloof de rug toekeerden. ‘Daarin konden we onszelf volledig uiten.’

Echte muziek, zegt de Trinityfrontman, is per definitie spiritueel en transcendent. ‘Dat klinkt misschien vaag, maar ik bedoel dat in onze muziek de levensvragen aan de orde komen: waarom zijn we hier, wat is de bedoeling van dit leven en waarom is er zo veel lijden en ellende?’ Hij wijst op het logo van de band: drie in elkaar gevlochten ringen, in het midden een kruis. ‘Tijdens een optreden willen we een verbinding leggen met het hogere én tussen mensen, zoals Jezus dat zou doen.’

Hij is opgegroeid in de Gereformeerde Bond binnen nu de Protestantse Kerk in Nederland en gaat met zijn gezin naar de Nederlands Gereformeerde Kerk in Hattem. ‘Zonder de kerk kom je er ook niet in je geloof. Het instituut is soms irritant, maar biedt een tegenwicht aan onze agenda van zelfbeschikking. In de kerk kom je, naast gelijkgestemden ook de kakkers, de losers en al die anderen tegen met wie je normaal gesproken niet zo gauw zou optrekken.’ Hij ontsnapt trouwens graag aan de eigen subcultuur door leentjebuur te spelen bij de katholieken en andere christelijke stromingen.

betoverend groen

Smelts ogen. Ze zijn betoverend groen en staan in een olijk en open gezicht dat als een magneet mensen weet te trekken. ‘Poppenspeler Aad Peters zei eens tegen mij, toen ik een stuk jonger was: “Jij bent een gevaarlijk mannetje, jij kunt mensen bezweren”’, grinnikt de muzikant. ‘Hij heeft gelijk, met als verschil dat ik mijn gave ten goede gebruik.’ Hij bladert in een album en laat een foto zien waarop de jonge gebroeders Smelt in ponchootjes staan met Peruaanse muziekinstrumenten. Ze vormden al jong een bandje. ‘Kijk eens hoe ik als enige met mijn ogen in de lens kijk. In Peru heeft iedereen bruine ogen. Ik heb al jong ontdekt dat ik aandacht kon vangen. Dat zit in me. Ik hou ervan in de schijnwerpers te staan. Ik ben best een podiumdier en een inspirator die mensen in beweging krijgt en meeneemt in een verhaal.’

Elbert Smelt is een optimist, iemand die veel kansen ziet, en een idealist, iemand die hogere levensdoelen najaagt. De combinatie maakt hem, zoals hij het zelf zegt, soms ‘depri’. ‘Op het podium ben ik hoopvol en vrolijk. Ik leef op als ik met mensen spreek. Maar ik heb de binnenkamer, de natuur en de stilte nodig om niet van mijn sokken geblazen te worden. Dan trek ik me terug om mij te laten raken door een goede preek, een column of een boek. Soms moet je je door de shit heen voeden om te blijven geloven. Ik geloof niet in de Jezus-saus van het-komt-allemaal-goed die je in sommige christelijke kringen tegenkomt. Die gaat voorbij aan het échte leven, waarvan het lijden onderdeel uitmaakt. Zo’n welvaartsgeloof gaat niet diep genoeg, want God is ook een lijdende God.’

Zijn opmerking raakt een diepere laag, die bij een vrolijke ogende man als Smelt gemakkelijk verborgen blijft. Twee jaar geleden raakte hij overwerkt. Hij was druk, gejaagd, ergerde zich aan kleine dingen en vond zelfs muziek maken niet meer leuk. Een tijdlang ging hij niet naar de kerk. Bidden lukte niet langer. ‘Alles liep door elkaar. Het was soep die overkookte.’ De vele optredens met Trinity – zo’n tachtig per jaar – waren hem te veel geworden. Een stressfactor was een mislukte poging om vanaf 2014 door te breken in de seculiere muziekwereld. De band wilde die verbinden met de christelijke muziekscene, een brug vormen. Trinity bracht twee cd’s uit – Mundo en Desert Rain – waarop het christelijk geloof impliciet in de teksten doorklinkt. Ondanks het aantrekken van een ongelovige producer, Gordon Groothedde, verwierven ze in ‘de wereld’ geen grote bekendheid. ‘Hij scoort hit na hit, maar met Trinity lukte dat niet. Dat lag niet aan onze songs. De media wilden onze muziek niet draaien. Als ze googelden op onze naam, zagen ze dat we hadden gespeeld op de EO-Jongerendag. Ons imago schrikte hen af.’

Smelt knapte ook af op reacties van ‘christelijke broers en zussen’ die zich afzetten tegen hun keuze om salonfähig te worden in de seculiere popwereld. ‘Alsof wij geen christelijke band meer waren. Ik was boos over al die labeltjes en verwachtingen.’

Hij balanceerde op het randje van een burn-out. Voordat leegte en lusteloosheid toesloegen, ging hij op reis door Indonesië, drie maanden lang. Zijn batterij raakte weer opgeladen door de lege agenda, de tijd met zijn gezin en de prachtige natuur. Het hielp dat zijn mobiele telefoon kapot ging. Bij de eerste duik in zee zat die nog in zijn zak, lacht hij. ‘Ik stond mezelf ook toe te twijfelen aan God en ontdekte dat zoiets oké is.’

Heilzaam was een tournee met Elly & Rikkert, de troubadours van het Nederlandse christelijke lied. ‘Op een volwassen manier leven zij uit hun geloof als kinderen.’ Een sleutelmoment kwam toen hij met zijn vader en zijn broers op retraite was in een klooster, wat de familie Smelt vaker doet. ‘Hij liet mij zien dat het een groot gevaar is om cynisch te blijven doen over de kerk en alle geloofsstromingen. En om dat als argument tegen God te gebruiken. Toen werd mij duidelijk dat al die diverse meningen over geloof en kerk alleen maar betekenen dat ieder mens zijn eigen vorm van mystiek heeft en zijn eigen weg in geloof gaat.’ Hij zegde ook zijn baan voor een dag in de week als arts-assistent in de gevangenis op. Zo kreeg hij ruimte in zijn agenda en in zijn hoofd.

Smelt schrijft de liedteksten van Trinity. De ontwikkeling van de band loopt daardoor min of meer parallel met zijn persoonlijk geloofsleven. Vroeger was Trinity bezig te laten zien dat het geloof kerkmuren overstijgt. ‘Jezus is de kern van het geloof, de rest is cultuur. We speelden overal: bij traditionele hervormden maar ook in charismatische gemeenten.’ Zijn geloof toen noemt hij ‘nogal gestructureerd’. ‘Ik geloofde in ellende, verlossing en dankbaarheid en dat de genade ook voor mij was.’ Die geloofszekerheden zijn voor hem nog steeds waar, maar bijgeslepen door het leven. Hij gelooft nog steeds, maar God is geen grote Bekende meer. Op de nieuwste cd zingt hij: ‘Lost in your mystery is where I am found …’

‘Nu zie ik God als een mysterie en het geloof als een zoektocht. Vragen en tasten is prima, dat is deel van geloven. God vinden is voor mij niet meer een heilige graal. Het geloof is een reis. Wij hebben God niet in onze broekzak, maar geloven wel in liefde en genade. We zijn zoekers geworden.’

De titel van de cd, The In Between, is een belijdenis van zijn hervonden geloof: er zijn tussen de mensen, zoals Jezus en Hem daarin volgen. ‘En dat Jezus opduikt op plekken of in mensen waar ik Hem niet verwacht.’ In het klooster gaf zijn vader hem een opdracht mee, die als een zegen uitwerkte: ‘Hij zei: “Durf te springen, in geloof, en blijf niet aan de kant staan”.’

Ondanks de kritiek op hun seculiere periode heeft de Trinityleadzanger geen moeite te spelen voor een overwegend christelijk publiek. ‘Met ons nieuwe elan en onze nieuwe inzichten voelen we juist veel ruimte. We spelen wat wij oké vinden. Wie zich thuisvoelt bij onze muziek is welkom bij onze optredens.’ Het gekke is, zegt hij peinzend, dat ze nu voor het eerst horen dat niet-christenen hun muziek geweldig vinden. Ze kunnen zich zelfs vinden in de teksten. De Trinityleadzanger noemt dat een mysterie. ‘Voor ons gevoel zijn onze teksten christelijker dan ooit. Misschien komt dat doordat we eerlijk zingen over onze zoektocht en laten doorklinken dat we de waarheid niet in pacht hebben.’

stormen

De stormen in zijn leven zijn niet gaan liggen. Vader Smelt, die de ziekte van Parkinson heeft, werd op een kwade dag in de lente getroffen door het syndroom van Guillain-Barré, een ziekte die zorgt voor plotselinge spierverzwakking en -verlamming. ‘Van een volledig zelfstandige man, die nog drie keer op een zondag preekte, werd hij opeens bedlegerig en afhankelijk van ons. Dat heeft een paar weken geduurd. Ik ging ’s nachts bij mijn ouders slapen zodat we hem konden verzorgen. Hij belandde op de intensive care van het ziekenhuis waarna hij maandenlang moest revalideren. Dat was heftig. Ik sliep met een babyfoon op de logeerkamer, terwijl mijn vader beneden in een ziekenhuisbed lag te kermen.’

Hoe ingrijpend ook, het was ook een intieme tijd, zegt hij terugblikkend. ‘Meningsverschillen en randzaken vielen weg. We ervoeren opnieuw de familieband en spraken met elkaar over wat wezenlijk is: het geloof en onze relatie met elkaar. We merkten weer hoeveel we van elkaar houden.’ Pa Smelt krabbelde weer op. Zijn lichaam herstelde. ‘Maar hij wordt nooit meer de oude. Hij loopt op wolkjes, zoals hij het zegt. Hij heeft het gevoel dat zijn voeten doof zijn.’

Wat de toekomst brengt? De Trinityvoorman heeft dromen genoeg. Hij sluit niet uit dat hij en zijn vrouw nog eens naar het buitenland gaan.

‘In Nederland zou ik met mijn gezin best in een groot studentenhuis in Wageningen willen wonen met allemaal internationale studenten. Dan kan ik onze kinderen laten zien dat de wereld groter is dan Nederland en ze tóch goed laten wortelen.’

tekstschrijver, zanger, arts
Met zijn broers Johan en Niek en boezemvriend Bert Bos vormt Elbert Smelt (1983) de christelijke popformatie Trinity. Hij is leadzanger en schrijft de liedteksten. Hun ouders, dominee Leo Smelt en zijn vrouw Jannet, werden in de jaren tachtig als zendingswerkers uitgezonden naar Peru. Daar groeiden de gebroeders Smelt op. Het gezin keerde terug naar Nederland toen Elbert acht jaar oud was.
Trinity werd opgericht in 2003 en stond op talloze christelijke podia, onder meer de EO-Jongerendag, in cafés en theaters. De band maakte acht cd’s. Elbert Smelt verdient zijn kost als muzikant. Hij is opgeleid tot arts. In januari gaat hij, na tien jaar in de verslavingszorg en de psychiatrie te hebben gewerkt, aan de slag op de spoedeisende hulp. Smelt presenteert samen met Rachel Rosier het programma Topdoks op NPO Zapp. Zijn vrouw Linda Smelt-van der Velde is huisarts in Zwolle en in een asielzoekerscentrum in Hardenberg. Zij hebben twee kinderen: Roan (5) en Evita (3).
Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

'Heb het leven lief': de Zwolse Oosterkerk viert dat met een Toon Hermans-dienst

'Mijn vader was ook predikant. Mijn moeder en hij konden smakelijk lachen om Toon Hermans en ook meevoelen met zijn serieuze teksten. Maar een kerkdienst met zijn werk erin, nee, dat zou niet denkbaar zijn geweest.'

Afbeelding

Tienden geven: Joris en Annemarie doen het. Hoe Bijbels is dat en is het nog van deze tijd?

Tien procent van je salaris weggeven. Joris is niet christelijk, maar doet dat toch. Annemarie is wél christen, maar kiest ervoor vooral haar tijd te ‘doneren’. Hoe letterlijk is de Bijbelse opdracht om tienden te geven?

Afbeelding

Van bed en breakfast tot boulderhal: steeds meer kerkgebouwen krijgen een andere functie

Steeds meer kerkgebouwen verliezen hun religieuze doel en krijgen een andere bestemming: 1849 kerken hebben inmiddels een andere bestemming, of krijgen deze binnenkort. ‘Een bordeel in de kerk kunnen we niet goedkeuren.’

Afbeelding

'Homokwestie' lijkt niet uit te draaien op schisma bij methodisten in Verenigde Staten

Het is nog maar de vraag of uiteenlopende standpunten over homoseksuele relaties leiden tot een schisma binnen de United Methodist Church in de Verenigde Staten.

Afbeelding

Religieuze wanen komen vaker voor op de Biblebelt. 'Bevindelijk-gereformeerden behandelen is lastiger'

Denken dat je engelenvleugels hebt en kunt vliegen. Of doodsbang zijn dat de duivel je meeneemt. Bevindelijk gereformeerden hebben meer last van religieuze wanen. Maar professionele hulp zullen ze niet gauw inroepen.

Afbeelding

Evelyn Noltus is predikant van de Protestantse Johanneskerk in Leersum en speelt toneel

Evelyn Noltus (61) is predikant van de Protestantse Johanneskerk in Leersum en speelt toneel. ‘Het helpt mij in mijn rol als predikant om dingen te doen die spannend zijn.’