Luister naar

Kerken willen helpen Syrië weer op te bouwen

Nieuws
Leden van de protestantse kerken in Aleppo en Homs willen Syrië weer hoop bieden. ‘Ze zijn zeer gemotiveerd om in Syrië te blijven en wat van hun leven te maken.’
Henrique Staal
zaterdag 15 december 2018 om 03:00
Vrijwilligster Merry Simo.
Vrijwilligster Merry Simo. Jaco Klamer

Aleppo – Homs

‘Ik wil graag groot zijn zodat ik op reis kan om mijn vader te zoeken’, vertrouwde de vierjarige Miral haar begeleidster Merry Simo toe tijdens de kinderclub in de protestantse kerk van Aleppo. Vier jaar geleden ontvluchtte het meisje midden in de nacht halsoverkop het belegerde Idlib, samen met haar moeder, broer Michael (9) en zus Laresa (7). De kinderen praten nog nauwelijks over hun traumatische ervaringen. ‘Miral huilde constant, en deed niet mee tijdens de kinderclub. Ik nam haar op schoot en vroeg haar wat er was’, herinnert Merry zich. ‘Na lang aandringen vertelde ze dat haar vader op reis was om aan de oorlog te ontsnappen. Het meisje is bang en heeft hulp nodig om haar oorlogservaringen te verwerken. Miral wil haar vader dolgraag weerzien.’

kinderwerk

Elke zaterdag gaan Miral, Laresa en Michael naar een kinderclub, net als zo’n tweehonderd andere kinderen uit verschillende kerken in Aleppo. Ze gaan met bussen naar de protestantse kerk, waar enthousiaste vrijwilligers – met steun van de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) uit Nederland – de kinderclub ‘De kinderen van Logos’ organiseren. ‘Ik doe sinds drie jaar kinderwerk omdat ik God wil eren’, zegt de 17-jarige scholier Eleonor Niseir. ‘Ik vind het fijn als ik een lach zie doorbreken op het gezicht van een kind.’

‘Het was lastig om tijdens de oorlog een kinderclub te draaien, want het kostte de kinderen moeite de club te bereiken en het was ook niet ongevaarlijk’, vertelt vrijwilligster Eleonor. ‘Kinderen reageerden in die jaren amper op wat we deden of zeiden. We merken dat veel kinderen getraumatiseerd zijn door de oorlog’, zegt ze. ‘Kinderen schrikken nog wel van het geluid dat uit onze geluidsboxen komt als we muziek draaien.’

Ook bij het afsluitende eten bespeurt Eleonor de gevolgen van de oorlog, en werd haar duidelijk dat de kinderen door armoede vaak voedselgebrek lijden. ‘De kinderen krijgen de gevulde pannenkoek vaak nauwelijks op, omdat ze niet meer gewend zijn aan voldoende eten. En als we vlees eten, is dat een zeer bijzondere traktatie.’

Eleonor vertelt dat ze het liefst psychiatrie gaat studeren om de jongeren bij te staan voor wie vaak geen hulp voorhanden is. ‘Kinderen en jongeren hebben veel last van de oorlog. Ze hebben hulp nodig bij het verwerken van de verschrikkingen die ze hebben meegemaakt.’

gemotiveerd

‘Ons huis in Aleppo werd tweemaal geraakt tijdens hevige gevechten’, vertelt een 20-jarige Syrische christin die Syrië ontvluchtte en nu in Libanon studeert. ‘Een raket raakte mijn slaapkamer, en ik overleefde de inslag omdat ik me juist aan de goede kant van mijn kamer bevond. Het is een wonder dat ik overleefde.’ Ze wil niet terug naar haar geboortestad, waar haar ouders achterbleven uit liefde voor de mensen en voor de kerk. ‘Mijn vader is dominee’, verklaart ze. ‘Het leven in Syrië wordt nooit meer wat het was.’ De jonge vrouw ziet een belangrijke taak voor de gekrompen kerkgemeenschap in haar geboortestad. ‘Gemeenteleden kunnen hulp bieden aan mensen in nood zonder te letten op hun religieuze achtergrond. De achtergebleven christenen zijn absoluut geen lauwe christenen’, weet ze. ‘Ze zijn zeer gemotiveerd om in Syrië te blijven en wat van hun leven te maken.’

volgepakte auto

De broertjes George (10) en Iad (9) Bittar komen in Aleppo elke zaterdag naar de kinderclub van de kerk. De jongens werden geboren in Idlib, maar wonen er al 3,5 jaar niet meer. ‘Opstandelingen kwamen steeds dichter bij ons huis en ontvreemdden de auto van onze vader’, vertellen ze. ‘We gingen al een paar maanden niet meer naar school omdat dat te gevaarlijk was.’

Niet lang daarna ontvluchten de jongens de stad, in een volgepakte auto van een vriend. ‘We reden met wel 150 auto’s vol christenen de stad uit, alleen stokoude mensen bleven achter’, vertellen George en Iad. ‘We mochten eerst niet vertrekken van de jihadisten. Er klonk geschreeuw, we waren heel bang.’ Op hun vlucht zien de jongens dat er veel mensen zijn vermoord, onder anderen tientallen onthoofde soldaten. ‘Al die dode mensen vond ik het engst’, zegt Iad.

De jongens wonen nu in Aleppo, waar ze een huis huren, met steun van de protestantse kerk. ‘We zijn heel blij, want er zijn veel kerkelijke activiteiten in Aleppo’, zeggen ze. ‘In Idlib konden we al een tijd niet meer naar de kerk.’

De jongens wonen graag in Aleppo, hoewel George, als het kan, nog wel een keer in Idlib wil rondkijken. Iad geniet van zijn vrienden, met wie hij wil spelen, en van de zaterdagse kinderclub van de kerk, waar hij meer wil leren over Jezus. George gaat graag naar de scouting, maar nog liever naar de zaterdagse kinderclub van de kerk. De broertjes hebben ook al plannen voor de toekomst: Iad wil architect worden en George astronaut of piloot.

‘Als kind vond ik het heel bijzonder om naar de kinderclub van de kerk te gaan’, vertelt de 22-jarige vrijwilligster Merry Simo die techniek studeert. ‘Ik werd er geraakt door de Armeense Tamar Dawod die me leerde groeien in geloof. Na mijn positieve ervaringen wil ik zelf ook een lach tevoorschijn zien komen op de gezichten van de kinderen.’

verdriet

Merry vertelt dat de kerk haar tweede thuis is waarin het hele gezin actief is. ‘Ik werk het liefst met kinderen, omdat ze openstaan voor nieuwe zaken en tegelijkertijd begeleiding nodig hebben in de weg die ze gaan.’

Merry herinnert zich nog goed dat ze drie jaar geleden een zomerkamp organiseerden, terwijl de oorlog nog in volle gang was. ‘Het kinderkamp was nog maar nauwelijks gestart toen er in de buurt een bomaanslag plaatsvond’, vertelt ze. ‘En op de tweede dag ontkwam de bus met kinderen, op weg naar het kamp, ternauwernood aan een bomaanslag. We leefden die dagen in grote spanning maar we konden het kamp gelukkig laten doorgaan. Het gebed hielp ons door deze stressvolle tijd.’

Merry is blij dat ze van betekenis kan zijn voor de getraumatiseerde kinderen van Aleppo. ‘Ik hoorde van de moeder van Miral dat het meisje het fijn vindt op de kinderclub. Haar moeder vertelde ook dat haar oudere broer Michael ’s nachts moest huilen en van verdriet de slaap niet kon vatten. Miral troostte haar broer: ‘Ga maar even spelen, God is met ons.’ Het ontroerde mij dat Miral juist met de woorden waarmee ik haar had getroost, nu haar broer bemoedigde.’ <

van Homs weer een hoopvollere plek maken

In 2012 komen vier actieve en betrokken jongeren bijeen bij een ouderling van de presbyteriaanse kerk in Homs. De kerk is verwoest en de oorlog heeft hen uiteengedreven, maar ze besluiten, met steun van dominee, ouderlingen en professionals, te groeien in geloof en activiteiten te ontwikkelen waarmee ze hun geloof, in woord en daad, kunnen tonen aan anderen.

‘Wij zien het als onze christelijke taak om in Syrië te blijven, hoewel geen enkel zinnig argument daarvoor pleit want het ging miserabel, het gaat ellendig, en het zal in de toekomst niet beter gaan’, zeggen de jongeren van de presbyteriaanse kerk in Homs. ‘Jongeren vertrekken massaal omdat ze geen baan krijgen. Toch vertrekken wij niet want Jezus geeft ons hoop en zekerheid dat we in Syrië toekomst hebben.’

In 2014 brainstormt een twintigtal actieve, christelijke jongeren opnieuw omdat ze erop uit willen trekken en de liefde van God willen uitdelen aan anderen. Ze starten het project ‘Space of hope’, omdat er weinig hoop te vinden is in de Syrische samenleving. De enthousiaste jongeren organiseren een zomerkamp voor driehonderd kinderen en jongeren die zo tien dagen, verspreid over vijf weken, éven kunnen ontsnappen aan de ellende van de oorlog.

Voor het gamekamp schrijven zich in 2015 vijfhonderd belangstellende jongeren in. In 2016 worden de activiteiten uitgebreid met een basketbal- en voetbalkamp, gegeven door professionele trainers.

In overleg met de kerkenraad van de presbyteriaanse kerk en met steun van de Nederlandse GZB, bezoeken de jongeren ouderen, richten ze een muziekband op, zorgen ze voor mensen die hun huis hebben verloren en nodigen mensen uit voor een iftar.

De hulp wordt steeds professioneler: ze organiseren workshops voor getraumatiseerde vrouwen en voor mensen die in de oorlog gehandicapt raakten, en ze willen zich in de toekomst graag richten op psychologische hulp, verbetering van het onderwijs en werkgelegenheidsprojecten voor jongeren. Nermeen Al Faves (31) van Space of Hope is enthousiast: ‘Zo wordt Homs, door de inzet van deze christelijke jongeren, weer een hoopvollere plek om te leven.’

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

'Heb het leven lief': de Zwolse Oosterkerk viert dat met een Toon Hermans-dienst

'Mijn vader was ook predikant. Mijn moeder en hij konden smakelijk lachen om Toon Hermans en ook meevoelen met zijn serieuze teksten. Maar een kerkdienst met zijn werk erin, nee, dat zou niet denkbaar zijn geweest.'

Afbeelding

Tienden geven: Joris en Annemarie doen het. Hoe Bijbels is dat en is het nog van deze tijd?

Tien procent van je salaris weggeven. Joris is niet christelijk, maar doet dat toch. Annemarie is wél christen, maar kiest ervoor vooral haar tijd te ‘doneren’. Hoe letterlijk is de Bijbelse opdracht om tienden te geven?

Afbeelding

Van bed en breakfast tot boulderhal: steeds meer kerkgebouwen krijgen een andere functie

Steeds meer kerkgebouwen verliezen hun religieuze doel en krijgen een andere bestemming: 1849 kerken hebben inmiddels een andere bestemming, of krijgen deze binnenkort. ‘Een bordeel in de kerk kunnen we niet goedkeuren.’

Afbeelding

'Homokwestie' lijkt niet uit te draaien op schisma bij methodisten in Verenigde Staten

Het is nog maar de vraag of uiteenlopende standpunten over homoseksuele relaties leiden tot een schisma binnen de United Methodist Church in de Verenigde Staten.

Afbeelding

Religieuze wanen komen vaker voor op de Biblebelt. 'Bevindelijk-gereformeerden behandelen is lastiger'

Denken dat je engelenvleugels hebt en kunt vliegen. Of doodsbang zijn dat de duivel je meeneemt. Bevindelijk gereformeerden hebben meer last van religieuze wanen. Maar professionele hulp zullen ze niet gauw inroepen.

Afbeelding

Evelyn Noltus is predikant van de Protestantse Johanneskerk in Leersum en speelt toneel

Evelyn Noltus (61) is predikant van de Protestantse Johanneskerk in Leersum en speelt toneel. ‘Het helpt mij in mijn rol als predikant om dingen te doen die spannend zijn.’