Luister naar

Nicky Gumbel schreef de Alpha-cursus: ‘Wij hebben de waarheid niet, ik heb de waarheid niet, maar Jezus is de waarheid’

Interview
Nicky Gumbel heeft ongelijk gekregen. Hij dacht dat zijn Alpha-cursus niet online kon. Maar het werkt juist beter dan de originele versie met maaltijd vooraf en een groepsproces in een zaaltje. ‘Online durven mensen opener en kwetsbaarder te zijn.’ Hij wil maar zeggen: corona is een kans voor de kerk.
Wim Houtman
zaterdag 6 maart 2021 om 02:00
Nicky Gumbel
Nicky Gumbel beeld htb

Nicky Gumbel (1955) staat bekend als de geestelijke vader van de Alpha-cursus. Maar hij is zelf de eerste om dat tegen te spreken. Hij heeft zelfs de naam niet bedacht. Die komt van Tricia Marnham; zij is getrouwd met een vroegere voorganger van de Holy Trinity-kerk in de Londense wijk Brompton, Charles Marnham. Die begon in 1977 met een basiscursus over het christelijk geloof voor nieuwkomers in de kerk.

Ook de vorm - tien avonden, beginnend met een maaltijd, plus een weekend speciaal over de Heilige Geest - bestond al toen Nicky Gumbel in 1990 coördinator van de Alpha-cursus werd. ‘Wat ik vooral gedaan heb, is de cursus iets aanpassen zodat hij niet zozeer gericht was op mensen die het geloof al hebben gevonden, maar juist op mensen geen christen zijn. Want er zijn in Engeland veel meer mensen buiten de kerk dan er binnen.’

Nicky Gumbel

Nicky Gumbel werd in Londen geboren op 28 april 1955. Hij groeide op als atheïst. Zijn vader, Walter Gumbel, was een seculiere Jood, die in maart 1940 uit nazi-Duitsland naar Engeland vluchtte, nadat zijn bevoegdheid als advocaat was ingetrokken. Zijn moeder, ook advocaat, was een Schotse anglicaan die niet meer naar de kerk ging. Gumbel studeerde rechten in Cambridge. Tijdens zijn studie kwam hij tot geloof, via een vriend die christen was geworden en door het lezen van de Bijbel. Na een korte carrière als advocaat ging hij in 1983 theologie studeren aan Wycliffe Hall in Oxford. Na zijn priesterwijding (1987) werd hij hulpprediker in de Holy Trinity-kerk in de Londense wijk Brompton. In 1990 werd hij coördinator van de Alpha-cursus, die tot dan toe bedoeld was voor nieuwkomers in de kerk; hij vormde Alpha om tot een cursus voor buitenkerkelijke zoekers. Sinds 2006 is hij de hoofdvoorganger van Holy Trinity.

Donderdagavond 11 maart organiseert Alpha Nederland een Zoom-conferentie met Nicky Gumbel, over kansen voor de kerk tijdens corona en daarna. De sessie duurt even lang als een online cursusavond, anderhalf uur, van 20.00 tot 21.30 uur. Opgeven kan via alphanederland.org

‘Bij een online training voor teams zei iemand in de chat: Er is geen afwas!’

Iemand heeft in de afgelopen dertig jaar wel eens gesuggereerd om de Alpha-cursus ook online aan te bieden. Maar daar wilde Gumbel niet van horen. ‘Ik ben een oude man - technologie zit niet in mijn hoofd. Als ik naar mijn kleinkinderen kijk: swipen is het eerste wat ze doen. Ze kunnen al online iets bestellen voordat ze kunnen praten. Technologie is hun tweede taal. Voor mij is het echt een vreemde taal. Online zou Alpha niet werken, dacht ik; ik kon het me niet voorstellen. Maar ik heb ongelijk gekregen.’

Vanaf maart vorig jaar sloeg het virus COVID-19 ook in Engeland toe; fysieke bijeenkomsten werden verboden. Toen móést de Alpha-cursus wel online. ‘Dat heeft zeker nadelen’, zegt Gumbel, ‘maar tot mijn verbazing blijkt Alpha online per saldo béter te werken dan fysiek. Er doen veel meer mensen aan mee. Ze hoeven niet met de auto of met openbaar vervoer. Het kost hun veel minder tijd. Ook voor de leiders is online een stuk makkelijker. Bij een online training voor teams zei iemand in de chat: Er is geen afwas! Als je na de cursusavond de computer uitdoet, ben je ook klaar.’

De maaltijd gold toch juist als hét sterke punt van de Alpha-cursus. Waar is die gebleven?

‘Samen eten vooraf is mooi; wat er dan gebeurt, is dat je mensen leert kennen en vrienden maakt. Dat valt weg, maar het wordt méér dan gecompenseerd. Mensen durven online opener en kwetsbaarder te zijn; dat is vreemd, want dat zou je juist niet verwachten. Ik weet nog steeds niet goed hoe dat werkt.

Er waren ook veel meer cursisten dan in een normaal jaar en wat me vooral verbaasd heeft: daar zijn veel mensen bij die anders nooit naar een Alpha-cursus zouden gaan. Mijn vrouw en ik leiden nu voor de 92e keer een kleine Alpha-groep. De negentigste was vorig jaar de eerste die we online deden. Op één na zeiden alle deelnemers toen dat ze alleen meededen omdat het online was of omdat ze door COVID meer tijd hadden. Er was een jonge moeder, die zei: ik had nooit tien avonden oppas kunnen krijgen. We hebben een groep gehad waar twee moslims in zaten; voor hen zou het heel moeilijk zijn om aan een Alpha-cursus mee te doen die in een kerk gegeven wordt. Je hoeft geen kerk of een vreemd huis binnen te stappen. Het is maar anderhalf uur, van zeven tot half negen, en als je wilt kun je elk moment in Zoom de ‘leave’-knop indrukken en weggaan.

De coronacrisis is voor de kerk een unieke kans om te evangeliseren. Mensen gaan vragen stellen, dat merken we. En ze zijn thuis en hebben alle tijd. Ze willen verbinding, ze willen mensen ontmoeten. Er is zo veel honger en eenzaamheid. Dit is het moment om kerk te zijn, te doen wat Jezus deed: bij de armen zijn, de hongerigen voedsel geven.’

Hoe ziet u de kerk uit de COVID-crisis komen?

‘Als ik voor Holy Trinity Brompton spreek: we zullen zeker doorgaan met onze onlinedienst HTB at Home. Maar we willen elkaar ook weer heel graag zien in de kerk; ik denk dat de meeste gemeenteleden - en hopelijk veel nieuwe mensen - weer komen als de deuren weer open gaan. Alpha en de Marriage Course zullen zeker ook online doorgaan. Ik hoop verder dat we hieruit zullen komen als een veel zorgzamer gemeenschap. Tijdens de lockdown hebben we een maaltijdproject opgezet. Inmiddels verzorgen we elke maand meer dan een miljoen maaltijden voor mensen in de armste wijken.’

U bent nu dertig jaar het gezicht van de Alpha-cursus. Wat zijn in uw ervaring de grootste drempels voor mensen om te geloven? Om hun antwoorden op levensvragen niet in de kerk te zoeken?

‘Dat zijn dezelfde redenen als waarom ik vroeger niet naar de kerk ging. Ik vond de kerk saai, ouderwets en niet relevant voor mijn leven. Ik kon me niet voorstellen dat je iets had aan wat iemand tweeduizend jaar geleden, drieduizend kilometer ver weg had gezegd. En het christelijk geloof was gewoon niet waar, dacht ik, het was ingehaald door de moderne wetenschap. Wat dat betreft is er niet zo veel veranderd.’

Miljoenen mensen hebben wereldwijd de Alpha-cursus gevolgd, maar wat kunt u zeggen over hoeveel er bij de kerk blijven?

‘Dat is heel moeilijk te onderzoeken. Alleen al de vraag of iemand vooraf christen was. Zes van de tien Britten zullen zeggen dat ze christen zijn. En als ze de cursus hebben gedaan, hoe meet je dan zoiets als ‘‘kerkelijke betrokkenheid’’? Vaak worden cursisten vrijwilliger bij een volgende cursus. Dat is een goede manier om betrokken te blijven. En er zijn allerlei vervolgcursussen. Maar het belangrijkste is, zo heb ik de laatste jaren ontdekt, dat mensen de Bijbel blijven lezen. Ik las pas een interview met de theoloog Tom Wright, die zei: als ik kijk naar leeftijdgenoten die ik van vroeger ken, wie er nu nog gelovig zijn, dan zijn dat degenen die een persoonlijke band met God hebben en regelmatig Bijbel lezen. Dus het is de moeite waard om te proberen die gewoonte erin te krijgen. In onze kerk hebben we daarvoor het programma ‘‘De Bijbel in een jaar’’.’ 

Toen u theologie ging studeren en voorganger werd, eind jaren tachtig, wat voor idealen had u toen?

‘Ik wilde iets betekenen voor mensen zoals ikzelf, omdat ik het geloof had ontdekt. Als je ergens op vakantie bent geweest waar het fantastisch was, wil je daar ook anderen over vertellen. Des temeer wanneer je leven zo veranderd is doordat je Jezus hebt ontdekt, die zegt: Ik ben gekomen om jullie het leven te geven in al zijn volheid. Bij Hem ontdek je dat het leven zin heeft, dat je geliefd bent, en je vindt een gemeenschap waar je bij mag horen. Betekenis, liefde en verbinding, daar zijn alle mensen naar op zoek.

Ik heb het op verschillende manieren geprobeerd. Ik ging de straat op met een soort enquête. Eerste vraag: wat hebt u vanmorgen als ontbijt gehad? Laatste vraag: zou u Jezus in uw leven willen vragen? Dat was niet erg effectief. Min of meer bij toeval kwam ik in aanraking met de Alpha-cursus en dat werkte. Maar het gaat mij niet om Alpha. Als iemand iets beters weet dat mensen helpt om het geloof te vinden, laat ik Alpha zo vallen.’

Heeft de Alpha-cursus zwakke plekken?

‘Zeker. Het is een menselijk product, dus is het niet volmaakt. Wij hebben de waarheid niet, ik heb de waarheid niet, maar Jezus is de waarheid. En iedereen heeft daarbij weer een andere invalshoek. Daarom zijn we blij dat de Alpha-cursus zo breed wordt gebruikt. We hebben veel geleerd van andere kerken en uit andere delen van de wereld. Ik had bijvoorbeeld geschreven dat de kerk ‘‘wereldwijd’’ is. Rooms-katholieken zeiden: de kerk is ook van alle tijden, eeuwen terug in de geschiedenis. Dat had ik gemist. Dat zijn kleine dingen, maar als je honderd of duizend kleinigheden verandert, heb je een veel beter resultaat.’

Wat kunt u zeggen over de toestand van de kerk in Engeland? Het lijkt nog steeds een en al neergang.

‘In aantallen, ja, maar het is geen rechte lijn. In 1750 zaten er op paasmorgen zes mensen in St. Paul’s Cathedral. De Anglicaanse Kerk was zo goed als dood. Toen kwamen de opwekkingen en de sociale beweging en de zondagsscholen. In 1910 gingen er vijfenhalf miljoen kinderen naar de zondagsschool.

‘Meer geduld, zou in mijn geval zeker nodig zijn. Ik ben een onvoltooid product.’

Wat je wel kunt zeggen is dat de anglicaanse staatskerk niet langer dominant is. Veel pinksterkerken groeien. In Londen groeit de kerk, vooral door immigratie - een zegen is dat voor de kerk. Ik vergelijk het met een veld, dat er helemaal verdord uitziet. Maar als je van dichterbij kijkt, zie je dat er her en der ook groene scheuten opkomen.’

Is uw eigen geloof in de loop der jaren veranderd?

‘Het is gerijpt, hoop ik. Met het ouder worden mag je hopen dat je wijzer wordt, en dat de vrucht van de Geest meer gaat groeien: dat je meer liefde, vrede en goedheid hebt. Meer geduld, zou in mijn geval zeker nodig zijn. Ik ben een onvoltooid product.’

Waarin bent u ongeduldig?

‘Ongeveer op alle terreinen van het leven. Het is ook wat mij drijft, want ik wil dingen zien gebeuren. Maar ik wil dan het liefst die groene scheuten uit de grond omhoog trekken, in plaats van ze water te geven en te wachten.’

Het duurt nog even - ruim vier jaar - voordat u met pensioen gaat. Maar als u alvast terugkijkt, waar bent u dan het meest dankbaar voor en waarvan hebt u spijt?

‘Het meest dankbaar ben ik, afgezien van mijn relatie met Jezus, voor mijn vrouw en mijn gezin. Ik heb drie kinderen en negen kleinkinderen. We zijn enorm gezegend. En nu we de tijd ervoor hebben, doen mijn vrouw en ik ook in het werk alles samen. Dat is geweldig.

Ik heb geen spijt in de zin dat ik dingen over zou willen doen. Wel dat ik me te veel zorgen heb gemaakt. Er is een film van Richard Curtis, About Time, waarin een man en zijn vader kunnen tijdreizen en gebeurtenissen uit hun leven overdoen. Dat proberen ze een aantal keren, maar uiteindelijk beseffen ze dat dat niet werkt, want als ze iets ergs proberen te voorkomen, dan missen ze ook de goede dingen. En uiteindelijk komen ze erachter dat ze hun leven weer hetzelfde zouden willen doen, maar zonder zich al die zorgen te maken. Zo zou ik wel willen leren leven, in compleet vertrouwen.’

Waar maakte u zich zorgen over?

‘Veel over mijn gezondheid. Vroeger had ik nooit geduld met mensen die daarover in zaten, ik kon me daar gewoon niets bij voorstellen. Maar in 1996 was ik aan het squashen met een van mijn allerbeste vrienden en hij valt zo dood neer op de baan: een hartaanval. Zijn vrouw bleef met zes kinderen achter. Het eerste jaar hebben we heel veel voor dat gezin gedaan en miste ik mijn vriend enorm. Maar na dat jaar kreeg ik paniekaanvallen. Het was blijkbaar een traumatische ervaring, waarvoor ik een tijdje cognitieve gedragstherapie heb gehad. Kort geleden heb ik weer een paar sessies gedaan. Sinds ik dat heb meegemaakt, kan ik me wel veel beter inleven in anderen. Ik ben empathischer geworden.’

Was er een aanleiding om die therapie nu weer op te pakken?

‘Door de lockdown had ik tijd om na te denken. Het heeft met het verlies van mijn vader en mijn familie te maken. Mijn vader was een vluchteling uit nazi-Duitsland, die zich volledig had afgesneden van zijn verleden. Toen ik veertien was, ging mijn moeder een eind wandelen met mijn zus en mij, en ze zei: ‘‘Jullie vader is Duits en Joods en jullie mogen daar nooit met hem over praten.’’ Dus dat heb ik nooit gedaan. En hij kon dat ook niet, dat begreep ik. Hij overleed in 1981; ik was 26 jaar. Wat nu in die therapie naar boven kwam, was dat ik nooit over zijn dood gepraat heb, zelfs niet met mijn vrouw. Ik kon het niet. En hij was zelf zo’n gesloten persoon. 

De laatste tijd ontdek ik steeds meer over mijn familieleden: in welke concentratiekampen ze zijn gestorven, waaraan ze zijn gestorven en hoe prominent ze waren in het verzet tegen Hitler. Daar weten we nog weinig van: Bonhoeffer is heel bekend, maar er is veel minder onderzoek gedaan naar het Joodse verzet tegen Hitler, in de tijd vóór de concentratiekampen, toen ze de Jodenvervolging zagen aankomen. Een neef van mijn vader, Emil Gumbel, was een goede vriend van Albert Einstein; samen waren ze bij de 32 namen op de allereerste lijst van mensen die Hitler dood wilde hebben. Hij is al in 1933 naar Frankrijk gevlucht, hij zag het aankomen. Een ander familielid, Siegfried Gumbel, een advocaat en pacifist, kwam in 1942 om in Dachau. Zo ontdek ik nog steeds meer bijzonderheden over mijn familie.

De Holocaust is nog niet zo lang geleden; het verleden van mijn vader heeft absoluut invloed gehad op mijn jeugd en waarschijnlijk ook weer op hoe ik mijn kinderen heb opgevoed.’ 

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

‘Je bent zondig, daarom genees je niet’, zeiden mensen tegen Talitha: ‘Ik ben nogal een vechter’

‘Gelukkig kan ik nog best veel dingen doen, maar wel altijd met rugpijn.’ Talitha Hoddenbagh (31) werd elf jaar geleden op de fiets door een auto geschept. Door de val brak ze haar rug. Nu leeft ze met chronische pijn.

Afbeelding

Evangelische leiders uit Europa ontmoeten elkaar op congres. Waar gaan ze het over hebben?

‘Hoop voor Europa’ is de titel van de driejaarlijkse bijeenkomst van de Europese Evangelische Alliantie. De organisatie maakt zich al jaren zorgen over de secularisatie in Europa. 280 evangelische leiders gaan met elkaar in gesprek.

Afbeelding

Youp van ‘t Hek wordt soms bloednerveus van christenen. ‘Het is een gok om wel of niet in de hemel te geloven’

‘Waartoe zijn we op aarde? Wij zijn op aarde om God te dienen en om hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn. Goed geschreven hoor, maar of er echt een hiernamaals is, weet je pas als je dood bent.’

Afbeelding

Hulpfonds voor mensen met geldnood: ‘Ouderlingen gevraagd alert te zijn op armoede’

Kerken in Ede proberen mensen met financiële zorgen te helpen, onder meer door een ‘energiefonds’ op te richten. Intussen wordt ook nagedacht over klusteams die minima helpen hun huis te isoleren.

Afbeelding

Dierendag: als er paarden langskomen in de Bijbel, is er eigenlijk altijd ellende

De Bijbel praat ‘ontzettend negatief’ over paarden. Maar waarom eigenlijk? Voor Dierendag zocht theoloog en ND-redacteur Dick Schinkelshoek dit uit. ‘Een paard is macht, een paard is: denken dat je wat bent.’

Afbeelding

Evangelisch Nederland over InSalvation-ophef: ‘Er zijn alleen maar verliezers’

De ophef rondom de christelijke band InSalvation maakt veel los. Toch benadrukken kopstukken uit evangelische kringen tegen het Nederlands Dagblad dat er in de kerk verschillend gedacht mag worden over seksualiteit.