Luister naar

Het verhaal van Arjan van Essen: ‘Dubbelleven in driedelig pak’

Interview
Het casino beheerste het leven van Arjan van Essen. ‘Het goed herinneren en beschrijven van de emoties uit die periode was moeilijk: ik had mijn gevoel uitgeschakeld.’
Eymeke Verhoeven
maandag 6 april 2020 om 20:03 aangepast 10:30
Arjan van Essen: ‘Ik heb het als een uitdaging gezien in mijn schrijven geen oordeel te vellen.'
Arjan van Essen: ‘Ik heb het als een uitdaging gezien in mijn schrijven geen oordeel te vellen.' beeld Joost Hoving

Arjan van Essen debuteert vandaag met de autobiografische roman Parre. De hoofdpersoon, een Veluwse boerenzoon, raakt gokverslaafd.

‘Sinds ik begon met schrijven, gaat er geen volle maan meer voorbij zonder dat ik het opmerk. Het boek bracht me in gedachten terug bij mijn jeugd, en hoe verbonden ik was met de natuur. Ik had weinig band met de mensen om me heen, dus zocht ik het buiten. Bomen waren bijzonder voor me en ik communiceerde met een uil alsof het de normaalste zaak van de wereld was.’ Tijdens een jarenlange gokverslaving raakt Van Essen die verbinding kwijt. ‘Nu zie ik de buizerds weer door de lucht zweven.’

bijnaam

‘Ik zie het als iets van God dat ik geen verleiding meer voel te gaan gokken.’

Die jonge jaren van Arjan van Essen speelden zich af op een Veluwse boerderij. ‘Ik vertrok er op mijn twintigste en heb nooit meer omgekeken. Tot drie jaar geleden. Toen ik er voor het eerst weer was, heb ik mijn zegeningen geteld. Ik heb rondgelopen, gewogen, gevoeld. Daar is de gedachte geboren mijn verhaal op te schrijven. Tegenwoordig kom ik er regelmatig. De verbinding van mijn telefoon valt dan weg. Dat is niet gek midden in de bossen rondom Gortel, maar toch voelt het voor mij veelzeggend. En het lijkt altijd mooi weer als ik er ben – het is er veel lichter dan ik me herinnerde.’

Parre, noemden zijn gezinsleden hem. ‘Het was mijn klusje de melk naar de weg te rijden, met een kar. “Parre met de melkkarre.” Bij ons thuis had iedereen een bijnaam.’

In hoeverre is het boek autobiografisch?

‘Ergens ben ik Parre, helemaal. Het boek is gebaseerd op mijn leven. Ik heb ervoor gekozen dat zo kwetsbaar mogelijk op te schrijven; transparantie is van levensbelang geworden na mijn verslaving. Maar de mensen om mij heen hebben er niet voor gekozen in een boek te belanden. Ik wil niemand kwetsen. Dus heb ik mijn naasten geanonimiseerd. De buurjongen werd bij wijze van spreken een tante, en het nichtje een buurjongen.’

Er zijn veel romans waarin de schrijver afgeeft op zijn of haar jeugd in een bevindelijk gereformeerde milieu.

‘Ik heb het als een uitdaging gezien in mijn schrijven geen oordeel te vellen. Ik raak wel een aantal taboes aan, maar wil niet een complete geloofsgemeenschap wegzetten als fout. Dan doe ik waar ik zelf op tegen ben: mensen in een hokje zetten. Mensen doen soms met de juiste intenties onhandige of zelfs verschrikkelijke dingen. Ik beschrijf bijvoorbeeld een zogenoemde ezelsbegrafenis van een meisje dat uit het leven stapte: er werd gezwegen en er was geen preek, omdat haar zelfdoding een misdaad zou zijn.

Het maakt me verdrietig als mensen elkaar en zichzelf tekort doen, omdat regels en tradities voorrang krijgen boven de liefde. Ik denk niet dat we zo bedoeld zijn. Maar ik wil ook gezegd hebben: Parre was echt niet ongelukkig in die soms beklemmende wereld; hij had zijn eigen vrijheden.’

Bracht het schrijven over de aantrekkingskracht van gokken u opnieuw in verleiding?

‘Voor ik begon met het theaterstuk Kop of Munt – waarin ik zelfs spéél dat ik gok – heb ik de risico’s daarvan besproken met mijn gezin en goede vrienden. Soms droom ik nog over het casino, of heb ik herbelevingen. Die kwamen door het boek ook weer dichterbij. Toch heb ik, sinds ik uit de kliniek kom, geen verleiding meer gevoeld opnieuw te beginnen met gokken. Ter afsluiting van de therapie gaat iedere cliënt met zijn begeleider naar de plek van de verslaving: een alcoholist naar zijn stamkroeg, een pornoverslaafde naar een website … Ik bezocht het casino. Het was een heel ingewikkelde dag, maar ik zag voor het eerst wat een kale, koude wereld het eigenlijk is – donker. In de kliniek ben ik ook gestopt met roken. Nog steeds heb ik soms zin in een sigaretje. Dat lonkende gevoel heb ik met gokken niet. Het is in het licht gezet, en daardoor is het kwaad eruit. Ik zie dat als iets van God. Het is fijn vanuit die zekerheid te kunnen praten en schrijven over mijn gokverleden.’

Op een gegeven moment zegt Parre: ‘Ik merk dat gokken verder van mensen af staat dan drank, drugs of seks. Het heeft nu eenmaal een meer bedriegend karakter en een minder hoog aaibaarheidsgehalte.’

‘Mensen begrijpen eerder hoe bijvoorbeeld drugs je in de greep kunnen krijgen. Het is gemakkelijker het beeld van de verloren zoon te herkennen in een junkie die met gehavende kleren in de goot ligt, dan in iemand die in driedelig pak vergaderingen voorzit en ondertussen een dubbelleven leidt in het casino. Toen ik net in de afkickkliniek was, dacht ik dat anderen er veel erger aan toe waren. We hadden heroïneverslaafden en zelfs een moordenaar in de groep. Het heeft een paar weken geduurd, voordat ik besefte dat er geen enkel verschil is. Elke verslaving is destructief en leidt eindelijk tot de dood.’

Het boek eindigt in een kliniek van De Hoop. Hoe behandelden mensen u toen u daaruit kwam?

‘Dat was heel verschillend. Het is verbazingwekkend hoe snel sommige mensen opnieuw vertrouwen geven. Ze merkten mijn transparantie op. Dankzij hun goede wil kon ik mijn leven stap voor stap weer inhoud gaan geven. Maar ik heb ook gezien dat anderen verbitterd achterom blijven kijken. Ik snap dat hun beeld van mij is ingestort. Nu mijn bestaan weer op de rit is, lukt het hun blijkbaar niet om mij in een hernieuwd leven te zien. Dat vind ik naar. Wrok en bitterheid zijn als gif in je hart. Ik heb geleerd afstand te nemen van zulke mensen. Niemand hoeft goed te praten wat fout is gegaan, maar ik kan niet de rest van mijn leven met gebogen hoofd over straat. Dat zit ook niet in mijn karakter.’

Het maken van een toneelstuk over uw gokverleden kostte u uw baan als docent, omdat het Driestar College theater niet vindt passen in de reformatorische traditie. Riep het schrijven van dit boek ook negatieve reacties op?

‘Degenen die destijds moeite hadden met het theaterstuk zie ik niet meer dagelijks. Maar dat ik in Parre beschrijf wat er tijdens mijn jeugd op de Veluwe in orthodoxe kring gebeurde, maakt mensen vast bezorgd. Ze zullen zich afvragen: wat staat erin?! Ik hoop dat juist zij dit gaan lezen. Dat ze het boek beoordelen op inhoud en stijl, maar vooral dat ze iets vinden van Parre en zijn manier van leven. Ik heb nooit gezegd dat mensen geen mening mogen hebben over mijn keuze voor theater. Maar ik pleit er wel voor over meningsverschillen in gesprek te gaan en elkaar te blijven aankijken. Als iedereen zwijgt, denk ik: het is tijd dat Parre zijn mond opendoet.’ <

theater en boek

Arjan van Essen, columnist voor het Nederlands Dagblad, was vijfentwintig jaar gokverslaafd. Over die levensfase maakte hij eerder de theatervoorstelling Kop of Munt, en nu de roman Parre. ‘Hoewel het toneelstuk en het boek over hetzelfde onderwerp gaan, mijn verslaving, zijn het twee verschillende dingen. In het theater wil ik vragen oproepen; het is amusement met een lach en een traan. Het boek heeft mij antwoorden gegeven, het bracht delen van mijn leven – mijn jeugd en mijn gokperiode – terug.’

Parre. Arjan van Essen. Uitg.
KokBoekencentrum, Utrecht 2020. 304 blz. € 20,99.

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.