Luister naar

‘Poëzie is verweven in onze cultuur’

Nieuws
Nog maar weinig mensen lezen dichtbundels, maar de dichtwereld kent allerlei nieuwe initiatieven. Hoewel de wereld van ‘Poetry Slams’ en Instagramgedichten niet dezelfde is als die van Gerrit Achterberg en de VSB Poëzieprijs, is er wel overlap.
Arjan van der Linden
vrijdag 9 februari 2018 om 03:00
Poetry Slam in Hanover op 28 oktober 2017 waar Valerio Moser (r) en Manuel Diener drie minuten hebben om hun gedicht te laten horen.
Poetry Slam in Hanover op 28 oktober 2017 waar Valerio Moser (r) en Manuel Diener drie minuten hebben om hun gedicht te laten horen. apa / Peter Steffen

Is poëzie een uitstervende kunstvorm? Wie een eerste blik werpt op het rapport Gedichten en getallen van de Cultuurindex Nederland, een initiatief van de Boekmanstichting, zou het bijna gaan geloven. Speciaal voor de Poëzieweek 2018 ging die Cultuurindex op onderzoek uit naar de populariteitscijfers van poëzie in ­Nederland. Wat blijkt: slechts twee procent van de Nederlanders leest minstens eens per maand een dichtbundel, minder dan vier procent van alle verkochte boeken is poëzie en vanaf 2011 is het aantal nieuwe ‘bloemlezingen’ – verzamelbundels van de mooiste en beste poëzie – sterk gedaald.

Tegelijkertijd komt uit hetzelfde onderzoek naar voren dat maar liefst 97 procent van de Nederlanders weleens in aanraking komt met poëzie. En ook de omzet van de eerder genoemde Poëzieweek stijgt ieder jaar weer. ‘Duidelijk is dat voor de meeste volwassen ­Nederlanders poëzie vooral leeft buiten het ­papieren boek’, is dan ook de voornaamste conclusie van de Cultuurindex.

Waar komen we dan wel in aanraking met ­poëzie? Bij de Poëzieweek zat de groei hem vooral in het aantal geboekte dichtersoptredens. Waren dat er in 2014 nog 74, drie jaar ­later is dat aantal bijna verdubbeld naar 133. Een van de evenementen met optredende dichters tijdens de Poëzieweek is het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam in Utrecht.

Een Poetry Slam is een wedstrijd waarbij deelnemers zelfgeschreven poëzie voordragen. Vaak is er een vakjury, maar de mening van het publiek speelt vrijwel altijd een rol bij het bepalen van de winnaar. Deelnemers worden niet alleen beoordeeld op de kwaliteit van hun poëzie, maar ook op hun ‘performance’; lichaamstaal, intonatie en ritme zijn belangrijke elementen. Soms wordt muziek of beeld gebruikt om de gedichten kracht bij te zetten. Waarschijnlijk is de dichtvorm midden jaren tachtig ontstaan in cafés in Chicago.

In Nederland worden ongeveer sinds de ingang van het nieuwe millennium slams georganiseerd. Het NK werd in 2018 voor de zestiende keer gehouden. Deelnemers zijn de winnaars van de regionale voorrondes. Het evenement is de laatste jaren onverminderd populair. ‘In de zes jaar dat ik bij het evenement betrokken ben, zijn we elke keer uitverkocht’, zegt organisator Sophie Kroon. ‘Dat gaat per jaar ietsje sneller. Voor de volgende editie gaan we misschien op zoek naar een grotere zaal.’

zwaailicht

Aan het begin van de avond leggen presentatoren Daan Doesburg en Babs Gons de spelregels van de slam uit. Elke dichter heeft drie minuten om te laten zien wat hij in huis heeft. Als die minuten voorbij zijn, gaat er aan beide ­kanten van het podium een zwaailicht aan en klinkt er langzaam luider wordende muziek. Zodra het geluid van de muziek de dichter overstemt, is de tijd echt op en volgt het oordeel van de jury. Ook is er een heuse elektronische applausmeter, die meet voor welke ­dichter het publiek de meeste decibellen ­produceert. Beide scores worden gemiddeld, bij een gelijke stand geeft de publiekscore de doorslag. In de laatste ronde, waar de twee laatst overgebleven dichters tegenover elkaar staan, telt alleen het oordeel van het publiek.

Dat publiek is divers, maar vooral jong. Uit­zondering daarop is vijftiger Aart ­Verschuur. ‘Bij de Nacht van de Poëzie zijn we de jongsten, hier de oudsten’, zegt Verschuur. ‘Ik houd helemaal niet van geschreven poëzie, maar dit vind ik mooi. Het leeft hier echt.’

Ook studente literatuurwetenschappen Loranne Davelaar geniet. ‘Maar het strakke schema maakt dat er weinig tijd is om de gedichten op je te laten inwerken’, merkt ze op. ‘Dat is wel een groot verschil met geschreven poëzie, waarbij je alles rustig kunt herlezen en ontleden’, zegt ze. Tegelijk geeft het de avond iets toegankelijks. ‘Mensen die misschien niet zo snel een dichtbundel zullen kopen, gaan wel naar dit soort avonden.’

‘Poetry Slam is een aparte kunstvorm met een eigen circuit van dichters’, zegt hoogleraar ­Nederlandse Letteren Gillis Dorleijn. Dat slams inderdaad een vrij nieuw fenomeen zijn, betekent niet dat Poetry Slam geen oude wortels heeft, aldus Dorleijn. ‘Een ander woord voor poëzie is lyriek, wat van oudsher een gezongen kunstvorm is’, zegt hij. ‘Voorbeelden daarvan zijn de bijbelse boeken Hooglied en Psalmen. Pas met de opkomst van de boekdrukkunst werd poëzie in Europa vooral een geschreven kunstvorm.’

Dat de ‘traditionele’ poëzie en Slam Poetry ­losse kunstvormen zijn, betekent niet dat er geen interactie tussen beide is. Dorleijn: ‘Er is een hoop ‘grensverkeer’. Hagar Peeters begon eind jaren negentig als podiumdichter, maar schrijft nu bundels bij De Bezige Bij. Ook Ellen Deckwitz is begonnen op podia en is nu ook op schrift een alom gerespecteerde dichter. Het grootste verschil tussen beide vormen is dat een voorgedragen gedicht meer draait om het directe effect, het moet meteen binnenkomen bij de luisteraar.’

popmuziek

Naast voorgedragen poëzie ziet Dorleijn nog een manier waarop poëzie het grote publiek bereikt. ‘Poëzie is op allerlei manieren verweven in onze cultuur’, zegt hij. ‘Denk bijvoorbeeld aan popmuziek, waarin vaak allerlei ­lyrische teksten zitten, of dichtregels op ge­bouwen. Bewust of onbewust komen mensen zo toch in aanraking met poëzie.’

Dat blijkt ook uit het eerder genoemde rapport van de Cultuurindex; zeventig procent van de Nederlandse volwassenen komt in aanraking met poëzie via de openbare ruimte, 72 procent via de televisie en 84 procent bij gelegenheden als huwelijken en uitvaarten. Vooral dat laatste herkent Dorleijn. ‘Op bepaalde momenten in het leven kan poëzie opeens belangrijk worden voor mensen. Google maar eens op rouwgedichten.’ Dorleijn is dan ook niet bang dat poëzie helemaal zal verdwijnen, of dat geschreven poëzie langzaam vervangen zal worden door Slam Poetry. ‘Het vult elkaar aan’, zegt hij. ‘Poëzie is nooit goed verkocht, maar er is altijd een groep mensen gebleven die dichtbundels verslindt. Zolang er mensen zijn, zal poëzie blijven voortbestaan.’ ¦

hoe gaat het met de poëziebundel?

‘De absolute oplage- en verkoopcijfers van dichtbundels brengen we niet naar buiten, omdat niet alle dichters dat even leuk vinden’, zegt directeur van uitgeverij Van Oorschot Mark Pieters. ‘Vergeleken met een aantal jaar geleden verkopen we wel iets minder poëzie, maar dat zie je bij alle vormen van literatuur. Een gevestigde dichter verkoopt gemiddeld vier- à vijfhonderd exemplaren van een bundel. Er zijn een paar dichters per jaar die er duizenden verkopen. Dan spreek je over iemand als Dichteres des Vaderlands Ester Naomi Perquin.’ Lachend: ‘Wie rijk wil worden, kan dus beter een biografie over een voetballer schrijven.’

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.