Luister naar

Kerkvrijwilligers speelden grote rol bij integratie van eerste generatie arbeidsmigranten

Nieuws
De tentoonstelling ‘50 jaar arbeidsmigratie in Nederland’ legt de verhalen van de migrantenpioniers vast. Het waren vooral vrijwilligers uit kerken die voor hun belangen opkwamen en hen wegwijs maakten in Nederland.
Sophia Geuze • redacteur
zaterdag 2 november 2019 om 01:00
Spaanse arbeidsmigranten komen aan op het station in Eindhoven.
Spaanse arbeidsmigranten komen aan op het station in Eindhoven. atlas cultureel centrum

Rotterdam

De eerste taallessen voor gastarbeiders werden ontwikkeld door vrijwilligers uit kerken, vertelt Sahin Yildirim. Yildirim is initiatiefnemer van Atlas Cultureel Centrum – een centrum dat zich inzet om het erfgoed van migranten te bewaren – en van de tentoonstelling 50 jaar arbeidsmigratie in Nederland. De expositie wordt maandagavond in cultureel centrum ‘t Klooster in Rotterdam geopend door burgemeester Ahmed Aboutaleb. Yildirim: ‘We hebben het nu in Nederland over een vierde generatie. Dat zijn mensen die hier geboren en getogen zijn. Mensen die vrijwilligerswerk doen of lid zijn van een politieke partij. Ze doen mee in de samenleving, maar voor de eerste generatie is weinig aandacht, terwijl zij de pioniers waren. Wij willen met dit project de verhalen van de pioniers vastleggen en overdragen aan nieuwe generaties.’

verhalen

Voor de expositie zijn vijftig mensen gefotografeerd. De helft is (gast)arbeider uit Italië, Spanje, Griekenland, Turkije en Marokko en de andere helft wordt gevormd door hun autochtone Nederlandse collega’s, werkgevers, buren, tolken, docenten en vrijwilligers van de kerken. Hun portretten zijn te zien en hun verhalen zijn te horen. Yildirim: ‘We hebben een verbinding gelegd van verleden naar heden. Daarnaast zijn er persoonlijke spullen te zien.’ Oude koffers, werkschoenen, contracten, werkkleding en paspoorten.

In de jaren vijftig en zestig ging het goed met de Nederlandse economie en waren er arbeidskrachten te weinig. De eerste gastarbeiders kwamen uit Italië, Spanje, Griekenland, Joegoslavië en Turkije. Eind jaren zestig kwam de stroom arbeiders uit Marokko op gang. ‘Het was in eerste instantie de bedoeling dat ze een of twee jaar zouden blijven.’ Ze gingen aan de slag bij de Philipsfabriek, Fordfabriek, Melkunie, blikfabriek Thomassen & Drijver en de scheepsindustrie in Rotterdam. De eerste gastarbeiders gingen terug, maar bedrijven vonden het lastig steeds weer mensen te zoeken en in te werken. In overleg met het ministerie van Sociale Zaken werd het mogelijk contracten van vijf jaar af te sluiten.

Uit de verhalen blijkt dat het zwaar was voor de eerste generatie. Er werd niet in hen geïnvesteerd, ze maakten lange werkdagen, woonden met veel mensen bij elkaar en de arbeidsomstandigheden lieten vaak te wensen over. ‘Sommige ouderen merken dat nu aan hun gezondheid’, vertelt Yildirim. ‘De eerste gastarbeiders hebben meer ziekten dan hun Nederlandse leeftijdsgenoten.’

Het waren de kerken die zich het lot van de gastarbeiders aantrokken en voor hun rechten opkwamen. De Duifkerk en de Mozes en Aäronkerk in Amsterdam bijvoorbeeld en een interkerkelijke werkgroep in Den Haag. ‘De kerken hadden als eerste oog voor het belang van integratie zodat mensen zich in Nederland geen vreemden zouden blijven voelen.’

open armen

Een mooi verhaal op de tentoonstelling vindt Yildirim dat van Jan Handgraaf, personeelschef van Lips N.V. in Brabant, die vertelt hoe belangrijk de bijdrage van gastarbeiders aan de Nederlandse economie was. ‘En dat hij graag mensen van Turkse afkomst in dienst nam omdat ze hard werken en omdat hun normen en waarden aansloten bij die van de Nederlanders.’ Aangrijpend vindt Yildirim de bijdrage van Abdel Lagili uit Marokko. Lagili vertelt dat hij met open armen ontvangen werd in een tolerant land. En dat hij nu ziet dat zijn kleinkinderen moeilijker een baan vinden dan hun leeftijdsgenoten met Hollandse namen. ‘Terwijl zij hier geboren en getogen zijn en een goede opleiding hebben gevolgd.’ Yildirim hoopt dat er acceptatie komt voor de rol die de gastarbeiders, hun kinderen, klein- en achterkleinkinderen spelen. ‘We hebben inmiddels een gedeelde geschiedenis. De identiteit, taal en de cultuur van Nederland wordt door ons samen gevormd.’

De jongste generatie identificeert zich meer met de stad waar ze wonen dan met het land van hun opa’s en oma’s, merkt hij. ‘Je ziet ook steeds meer een mengeling van culturen in kledingstijlen, taalgebruik en relaties. Yildirim heeft Turkse en Koerdische wortels. Zijn droom is dat Nederlanders, met welke achtergrond dan ook, elkaar accepteren, met elkaar in gesprek gaan en met elkaar eventuele problemen gezamenlijk zullen oppakken.

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.