*

Elf spionkoppen en een groepsportret

In driekwart eeuw versleten de Nederlandse veiligheidsdiensten elf directeuren. Die varieerden van cowboys, zeker net na de oorlog toen de sfeer nog ruig was en het communisme de nieuwe vijand, tot brave Dorknopers. Meestal waren het mensen die met beperkte middelen en mandaten moesten werken, in een omgeving die zeer Nederlands was. In de polderende democratie konden maar weinig hoofden van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en zijn opvolger, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) uitgroeien tot James Bonds. Het was al heel wat als de eigen machinerie op orde kwam of bleef. In het boek Spionkoppen worden de geheime, veiligheids- en inlichtingendiensten beschreven vanuit hun bazen. Dat is niet ten onrechte, omdat zeker in de beginjaren de directeuren een stempel drukten op de stijl van de bedrijfsvoering. De werkelijkheid van de binnenlandse spionage was minder speelfilmachtig dan Le Carré of Fleming beschreven. Aan de andere kant waren de BVD en AIVD minder amateuristisch dan vaak werd aangenomen. Successen waren er wel degelijk, bloopers ook.

beeld

Boeken

meer ‘Boeken’

advertentie