Luister naar

‘Ik wil zo graag weten van wie ik mijn trekjes heb. Ik hoop op erkenning’

Interview
Arian de Wit was 42 toen hij zijn vader verloor. Pas na de crematie ontdekte hij dat deze man niet zijn biologische vader was geweest. Arian is verwekt met donorzaad. In zijn boek God, mijn Vader beschrijft hij de gevolgen van dit familiegeheim: voor de relatie met zijn ouders, maar ook voor zijn eigen identiteitsvorming.
vrijdag 10 april 2020 om 03:05
Arian de Wit
Arian de Wit beeld uitgeverij Maranatha

Aan het begin van ons gesprek wil Arian de Wit alvast elk misverstand voor zijn: het is níet zijn bedoeling om ouders van donorkinderen te veroordelen. Als voorganger in een evangelicale gemeente kent hij Bijbelse voorbeelden die de allesoverheersende intensiteit van een kinderwens illustreren. ‘Denk maar aan Rachel, die smeekt: “Geef me kinderen of ik sterf!” Of Hanna, die in de tempel zó emotioneel bidt om een kind, dat de priester zegt: “Als je dronken bent, ga je maar naar huis”.’

Al vroeg mist het kind Arian iets in het contact met zijn vader. ‘Begrijp me goed, ik hield van hem en hij van mij. Maar het kwam nooit tot een écht vader-zoongesprek, hoewel ik daar hevig naar verlangde. Er bleef een onzichtbare muur tussen ons − die ik niet precies kan uitleggen. Ik voelde me ook altijd een buitenbeentje. Inmiddels ken ik andere volwassen donorkinderen en die zeggen: “Alsof je van een andere planeet komt.”’

Hij is twaalf als zijn ouders scheiden. Na een puberteit als feestbeest − met een stoer beleden afkeer van religie en royaal middelenmisbruik − belandt de 19-jarige Arian tot zijn eigen verbazing in een evangelische vriendengroep. Hij wordt christen, zweert drugs en drank af, trouwt, krijgt kinderen. Intussen groeit de twijfel of zijn vader wel zijn biologische vader is. Zijn moeder zal toch niet …?

Vader overlijdt in oktober 2018. Kort na de crematie besluit Arian het zijn moeder te vragen. ‘Op weg naar haar huis bad ik in de auto: “O God, laat me niet boos worden, laat mij Jezus representeren.” En zodra ze vertelde hoe ik ben verwekt, voelde ik alleen pure compassie.’

U neemt het uw ouders niet kwalijk dat ze het verzwegen?

‘Nee. Het is triest, maar wat moesten ze anders? Artsen verboden ouders om iets tegen het kind te zeggen; dat zou schadelijk zijn voor de identiteitsontwikkeling. In mijn ogen werden al die ouders gedwongen om te liegen. “Het was maar een zaadje”, je moest het vergelijken met bloeddonatie … Hoe kun je als arts zó naïef zijn en zó lichtzinnig met genetisch materiaal omgaan?

Het ziekenhuis had mijn ouders beloofd dat ze voor een tweede kind dezelfde donor zouden gebruiken. Dat gebeurde niet, mijn broer blijkt mijn halfbroer te zijn. En toen mijn dochter als peuter met hartklachten werd opgenomen, nota bene in datzelfde ziekenhuis, vroegen ze of er hartziekten in mijn familie voorkwamen.’

Hebt u eigenschappen die u niet bij uw ouders ziet?

‘Ik heb altijd wat moeite met mezelf, zeg maar een aanleg tot depressie. Als tiener onderdrukte ik dat met drugs en drank. Na mijn bekering in 1996 zat ik eerst op een soort roze wolk, maar ja: je neemt jezelf toch overal mee naartoe. Ook als christen. Ik kreeg diepe schuldgevoelens, meende dat ik tegenover God en iedereen tekortschoot. Dankzij een psychotherapie kan ik daar nu mee omgaan. Maar ik vraag me af of ik die aanleg soms van mijn donorvader heb.’

Donorkinderen horen vaak: ‘Maar je was toch gewenst?’ of ‘Wees blij dat je leeft!’

‘Maar je kunt én blij zijn dat je leeft én het oneens zijn met je ontstaanswijze. Het klinkt cru, maar in bijvoorbeeld Rwanda lopen jonge mensen rond die in oorlogstijd uit een verkrachting zijn geboren. Toch hebben veel moeders die kinderen met liefde grootgebracht, dus misschien zijn die nu best blij dat ze leven. Maar dat houdt niet in dat ze verkrachting goedkeuren. Het feit dat je gewenst was, verplicht je niet tot dankbaarheid voor de manier waarop je bent verwekt. Overigens vind ik het prima dat je als echtpaar van medische technieken gebruik maakt om een kind te krijgen. Alleen: zodra daar een derde bij nodig is, dus een donor, zou ik persoonlijk liever adoptie overwegen.’

U schrijft: ‘Het voelt vreemd dat ik zo veel moeite moet doen om erachter te komen wie mijn biologische vader is’.

‘In onze maatschappij praten we voortdurend over gelijke rechten voor iedereen, maar blijkbaar geldt dat niet voor donorkinderen. Ik heb informatie over de donor opgevraagd bij het Ministerie van Volksgezondheid. Het antwoord: volgens het ziekenhuis zelf zouden die gegevens allang zijn vernietigd. En dat wordt je dan heel onpersoonlijk meegedeeld, in een ambtelijke brief. Alsof het om een kleinigheid gaat.’

Toch blijft u zoeken. U staat ingeschreven bij meerdere DNA-databanken. Wat verwacht u daarvan?

‘Ik zoek geen vaderfiguur. Ik heb een vader gehad en ik heb mijn hemelse Vader. Maar ik zou zo graag weten van wie ik bepaalde trekjes heb. In mijn eigen vader, de man die me heeft opgevoed, zag ik bijna niets van mezelf terug. Dus ik hoop vooral op herkenning. Maar ik was al 42 toen ik hoorde dat ik een donorkind was, dus wie zegt dat hij nog leeft?

Wat ik ook leuk zou vinden: halfbroers en -zussen! Ik heb in 2018 contact gezocht met Stichting Donorkind, een belangenorganisatie voor donorkinderen. Ik ontmoette lotgenoten en zit in een besloten Facebookgroep. De meesten hebben via DNA-tests al naaste familie gevonden, maar ik nog niet. Daarin voel ik me soms een beetje eenzaam. Tegelijk put ik weer kracht uit het besef dat God mijn situatie wil gebruiken. Ik vermoed namelijk dat ook in christelijke kringen meer donorkinderen rondlopen dan je zou denken. Hen wil ik graag bereiken met mijn verhaal.’

Uw eigen vader is altijd blijven zwijgen ...

‘Ik heb hem meermalen ronduit gevraagd: “Pa, ben je mijn biologische vader?” Zelfs in zijn laatste levensjaar, toen hij met longkanker worstelde. En hij zei: “Ja jongen.” Zweeg hij uit liefde of uit schaamte? In dít leven zal ik het nooit weten. Mijn moeder was enorm opgelucht toen ze eindelijk de waarheid had verteld. Die opluchting had ik hem ook gegund. Al hadden we het aan zijn sterfbed maar even kunnen benoemen. Misschien had ik hem kunnen troosten – zeggen dat ik van hem hield, dat hij welkom was bij Jezus – zodat hij iets geruster had kunnen heengaan.’

Met een brok in de keel: ‘Want ik hield van die man. En misschien nu nog wel meer dan toen ik niet wist dat ik een donorkind was. Omdat ik nu pas begrijp hoe moeilijk ook hij het ermee had.’

God, mijn Vader.
Het aangrijpende verhaal
van een donorkind

Arian de Wit. Uitg. Maranatha, 2020. € 14,95

Meer info: www.ariandewit.nl
en Stichting Donorkind:
www.donorkind.nl


beeld

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Een van de bekendste feiten uit de vaderlandse geschiedenis klopt niet, zegt deze historicus

Generaties onderwijzers vertelden over het ‘bloedbad van Zutphen’ in 1572, vaak zo indringend, dat hun leerlingen het nooit meer vergaten. Het historische beeld van het bloedbad lijkt uit steen gehouwen.

Afbeelding

Thrillerschrijvers Faber en Pedersen: ‘Spannende boeken moeten meer bieden dan alleen misdaad’

De spannende boeken van het Deense echtpaar Faber en Pedersen draaien niet alleen om moord en doodslag, ook de privélevens van hun personages spelen een rol. Ze schrijven over hun motieven.

Afbeelding

Fwd: romanrecensies Het hoedenatelier

In 1830 runt de twintigjarige, vaderloze Elise Rosen samen met moeder Charlotte en oma Anna een hoedenatelier in Kassel, Westfalen. Op een goede dag maakt ze kennis met de adellijke Sybilla von Schönhoff en er ontwikkelt zich een fijne vriendschap tussen de jonge vrouwen, ondan..

Afbeelding

Fwd: romanrecensies Bidden tussen het onkruid

De slachtingen tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog komen dichtbij in Bidden tussen het onkruid, de nieuwe roman van Tara Johnson. In april 1861 ontvlucht Cassandra Kendrick het dorp Howell in Michigan (VS) en daarmee haar gewelddadige vader.

Afbeelding

De Nederlandse geschiedenis bestaat bij de gratie van het buitenland. Dat bewijst dit boek

Het besef is doorgedrongen dat de Nederlandse geschiedenis nauw verweven is met gebeurtenissen en ontwikkelingen in het buitenland. Hoe kan het anders met een land dat in de delta van de grote Europese rivieren ligt?

Afbeelding

De (mis)vormende jaren van Donald Trump

Boeken over het fenomeen Trump zijn er in overvloed, maar dit is een bijzonder exemplaar. Het accent ligt op de jonge Donald en de auteur is de Witte Huis-specialist van The New York Times.