Luister naar

Sigaren halen bij de kampcommandant

Recensie
Bij ons in Auschwitz. Getuigenissen
Herman Veenhof
vrijdag 24 januari 2020 om 03:00 aangepast 08:55
Lex van Weren in 1980.
Lex van Weren in 1980. beeld anefo wikimedia / Fernando Pereira

Arnon Grunberg. Uitg. Querido, Amsterdam 2020. 496 blz. € 24,99

De trompettist van Auschwitz. Herinneringen van Lex van Weren

Dick Walda. Uitg. Balans, Amsterdam 2020. 176 blz. € 16,99

27/01/1945 Auschwitz Bevrijd

Frederic Crahay. Uitg. Sterck & De Vreese, Antwerpen 2020. 192 blz.
€ 22,99

Veel overlevenden van concentratiekampen wachtten lang met het vertellen of laten optekenen van hun verhaal. ‘Waarom eigenlijk?’, vroeg Dick Walda aan Lex van Weren. ‘Omdat er nooit naar werd gevraagd.’

Lex van Weren (1920-1996) werd geboren in Den Haag, maar groeide op in Amsterdam. Zijn vader Sal was er koopman, zijn moeder Rosetta was huisvrouw, zijn broer Louis vertegenwoordiger in Rotterdam. De levendige jongen aardde nooit op school, maar speelde al vroeg geweldig trompet. Lex had al vroeg verkering met Tilly.

Ook de oorlog was aanvankelijk geen spelbreker. Als Joodse jongen kon hij terecht in het uitdijende Joodse Symfonie Orkest totdat dat in juli 1942 werd opgeheven. Met werk bij de Joodse Raad, waarbij hij kinderen uit de Hollandsche Schouwburg smokkelde tijdens wandelingetjes, kon hij zijn eigen wegvoering uitstellen. Totdat op 29 september 1943 ook voor hem een trein naar Westerbork gereed stond. Hij kon daar weer aan de bak. ‘De trompet maakte me een geval apart. Ik was niet langer een nummer. Ik was Musiker.’

Medio november gaat de trein naar Auschwitz. Daar verliest hij zijn instrument en wordt hij tewerkgesteld in de kolenmijn van Jasnina, een van de vele buitenkampen. Een lotgenoot geeft hem een kapotte kornet. In Auschwitz moet hij vrolijke muziekjes spelen tijdens executies, of de lievelingsliederen van mevrouw Höss, echtgenote van de kampchef. Hij belandt in oktober 1944 nog net in het Joodse kamporkest.

Thuis in Nederland pakt hij de draad gewoon weer op. Hij trouwt met Tilly, woont in de Lepelstraat en speelt bij de laatste bioscooporkesten die Nederland kent. Hij begeleidt tal van artiesten, doet veel werk voor goede doelen en wint prijzen. Dan besluit hij eind jaren zeventig toch zijn verhaal te vertellen aan journalist Dick Walda. Dat boek is een recht voor zijn raapverhaal. Van Weren is beurtelings stoer, kwetsbaar en erkent dat ’s nachts wachttorens, prikkeldraad en folteringen door zijn hoofd spoken. In een televisie-interview met Wim Bosboom in 1990, te zien via YouTube, blijkt dat heel ontroerend.

lefgozer

Maar hij houdt iets van de lefgozer, Hagenees en Mokumer tegelijk. Daarom gaat hij na de oorlog vaak terug, naar Duitsland. Gewoon, om te kijken hoe ‘die mensen’ nu zijn. Dick Walda heeft in 1974 Albert Gemmeker gesproken, de baas van Westerbork. Die heeft nu een tabakszaak in Düsseldorf.

Van Weren rijdt erheen, gaat voor de toonbank staan en zegt: ‘Een doosje Hofnar alstublieft, Obersturmführer!’ Hij weet dat de voormalige SS-luitenant dat Hollandse merk sigaren niet heeft. Gemmeker vertrekt geen spier en zal het doosje voor hem bestellen. Twee weken later rijdt hij terug en laat zijn kampcommandant het netjes voor hem inpakken, in feestpapier. Walda is nu bijna tachtig. Hij vertelt dit verhaal nieuw en plaatst er zijn eigen interview bij met Gemmeker. Daar is een hoop heibel over geweest vanwege de vermeende eis van de kampcommandant van Westerbork dat het pas na zijn dood mocht worden gepubliceerd. Dat gebeurt op 30 januari 1983, vier maanden na de dood van Gemmeker. Van Weren is laaiend, heeft die SS’er toch nog gewonnen. Walda geeft ook een impressie van de uitvaart van Van Weren en die schrijnt nog meer. Veel oudere sprekers en zangers wensen Tilly sterkte, terwijl die al zes jaar dood is.

mensenwerk

Elk voorjaar verschijnen er de nodige werken over de Tweede Wereldoorlog. ‘Auschwitz 75’ zorgt dit jaar voor een dubbele dosis oorlogsboeken. Het meest beruchte nazi-Duitse concentratiekamp in Polen werd op 27 januari bevrijd. De twee boeken die terecht ook in deze krant aparte aandacht krijgen, zijn Eindstation Auschwitz van Eddy de Wind en Mijn naam is Selma, het nieuwe relaas van de 97-jarige Selma van de Perre.

Maar er is meer. De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg stelde een thematisch geordende, vuistdikke verzameling verhalen samen van overlevenden die over hun ervaringen schreven. Het zijn teksten van ‘morele getuigen’, die slachtoffer waren van de terreur. En niet zelden moesten zij dingen doen die objectief niet goed waren. Daarom wijdt Grunberg een fors deel van zijn boek aan het Sonderkommando, Joodse gevangenen die actief vergassing en crematie moesten verrichten. ‘Ons oordeel wordt niet alleen niet gevraagd, het is ook ongewenst. Overleven is geen bezigheid voor heiligen, dat blijkt uit alle getuigenissen; in Auschwitz werden mensen niet alleen fysiek, maar ook moreel vernietigd.’

Grunberg is 48, maar zijn betrokkenheid is duidelijk, als kind van Joodse Duitsers. Zijn moeder Hannelore Grünberg-Klein (1927-2015) overleefde Auschwitz en schreef niet lang voor haar dood Zolang er nog tranen zijn (een fragment ervan staat in dit boek), zijn vader Hermann Grünberg zat ondergedoken. Naast de verhalen is zijn woord vooraf van belang.

‘De kerkvaders gebruikten het woord ‘holocaustum’ vooral om offers van de Joden mee aan te duiden en ‘shoa’ wordt in Jesaja 10:3 genoemd als verwoesting, catastrofe, de dag van vergelding. In het ene geval is het dus een offer aan God, in het andere een straf van God; beide woorden lijken bedoeld om het feit dat we hier met mensenwerk te maken hebben aan het zicht te onttrekken.’

Een derde boek richt zich op de fysieke toestand van Auschwitz en de bewoners van dat KZ vlak voor en na de bevrijding. De Russen troffen achtduizend onbeschrijfelijk verzwakte mensen aan, de SS’ers waren met hun gevangenen gevlucht. Op initiatief van een Vlaams Auschwitz Comité verzamelt dit boek onderzoek naar die eerste fase, waarin Poolse medici helpen, de Russen de baas zijn en de doodsfabriek in twee jaar wordt omgebouwd tot antifascistisch museum, waarin het woord Jood nog maar sporadisch klinkt.

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Blijf in je eigen blikveld

Plotseling ging op een stille zondag de bel. Terwijl ik naar de deur liep, zag ik een politieagent op de stoep staan. Er verliep misschien maar anderhalve seconde tussen die waarneming en het moment waarop hij zei: ‘Schrik niet meneer, we zijn bezig met een buurtonderzoek in ve..

Afbeelding

Beeldend kunstenaar Marc de Klijn woont en werkt in Israël, samen met zijn vrouw die gedichten schrijft. Wekelijks volgt hij het leesrooster van de synagoge waar een gedeelte uit de Thora, de eerste vijf boeken van Mozes, wordt gelezen.

Afbeelding

Abraham had twee zonen, Izak en Ismaël. Izak is de vader van Jakob, Israël. Ismaël is de vader van … de islamieten. Althans, zo wordt het beweerd, en volgens de schrijver van dit cahier, voorheen gemeentepredikant en studentenpastor in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, zo wo..

Afbeelding

De naam van Rochus Zuurmond (1930-2020) zal bij de wat oudere theologen en predikanten herinneren aan een hoogleraar bijbelse theologie van de Universiteit van Amsterdam.

Afbeelding

Schrijver John Irving is vader van een trans dochter: ‘Juist voor outsiders voel ik empathie’

John Irving (80) schreef al over transgender personen toen die term nog niet eens bestond in De wereld volgens Garp (1978). Toen wist hij ook nog niet dat hij vader zou worden van een trans dochter.

Afbeelding

Kan het moderne humanisme zonder zijn christelijke wortels?

Een notie als erfzonde maakt ons volgens de Nederlands-gereformeerde predikant Jan van Helden alert op het gegeven dat het kwaad altijd weer de kop zal opsteken.