Couperus: Fel levend ten onder gaan

De zoveelste herdruk van Couperus’ Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan is niet slechts een herdruk, maar een hertaling. Tante Floor zit niet meer ‘op de mail’ naar Indië, maar op de postboot.
‘Van oude mensen…’ Je hoeft het maar te zeggen of je wordt door een ander aangevuld met: ‘de dingen die voorbijgaan’. Louis Couperus is de auteur van deze titel, de eerste druk is van 1906. De televisieserie naar het boek met een oersterke rolbezetting gonsde in de jaren zeventig door het land. De oude oma Ottilie, prachtig breekbaar en alsmaar angstig in haar stoel voor het raam. Meneer Takma, traag mompelend in gesprek met zijn stokoude geliefde over het gruwelijk geheim. De jonge Lot, bang om te trouwen, om oud te worden.
In de Boekenweek van 1974, ruim vijftig jaar na Couperus’ dood, citeerde ik hem in deze krant: ‘Neen, er worden geen romans meer gelezen.’ De man had recht van spreken. Na het succes van zijn Eline Vere stond de verkoop van zijn volgende romans stil. De kritiek op zijn hopeloze en volgens hem onvermijdelijke defaitisme was vrij algemeen. Van de eerste druk (2500 exemplaren) van Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan werd bijvoorbeeld pas in 1944, na 38 jaar, het laatste exemplaar verkocht. In de jaren zestig werd Couperus herontdekt door het tragisch-romantische levensgevoel, de tijd van oma-fietsen, occultisme, drugs en lege handen. De grote romans van Couperus raken daaraan. Ze gaan over rijke, chique leeglopers die fel willen leven, maar die aan het noodlot ten onder gaan.
fatalisme
113 jaar na de eerste druk verscheen dit jaar de zoveelste herdruk van Van oude mensen… Ik heb het herlezen en gemerkt hoe de verhaallijn me opnieuw pakte, hoe de angst van de oude mensen me onder spanning zette. Ik wist natuurlijk hoe het afliep, maar Couperus verstaat de kunst zijn figuren te laden met energie, de energie van het levende noodlot. Met meesterhand wisselt hij de taferelen: van Den Haag naar Indië, van de oude mensen naar de jongere, van Parijs naar Nice, van overspel naar angst en ondergang. De calvinistische cultuurcriticus C. Rijnsdorp vroeg zich in de jaren zestig verbaasd af waarom Couperus nooit was voorgedragen voor de Nobelprijs. Juist door dat meesterschap laat de levensbeschouwing van Couperus mij niet alleen bewonderend, maar ook ontheemd door zijn romans zwerven. Ik geniet van zijn stijl, ik word droefgeestig van zijn fatalisme. Maar literatuur lezen betekent altijd ook: meeleven met levens van anderen en een waardeoordeel hechten aan hun visie op het bestaan.
Deze roman leent zich zeker voor een herdruk. Maar geldt dit ook de langademige zinnen en ouderwetse woorden van Couperus? Marita Mathijsen, hoogleraar Nederlandse letteren, schreef: ‘Hertalen en inkorten is de enige manier om literaire pareltjes van de vergetelheid te redden.’ De lerares Nederlands Michelle van Dijk werd enthousiast van die uitspraak en begon Van oude menschen… te hertalen tot Van oude mensen. Ze beperkte zich niet tot de spelling. Ik ben het met haar werkwijze en met de mening van Mathijsen eens. Een boek verandert niet wezenlijk wanneer je woorden en zinnen aanpast aan een nieuwe tijd.
Michelle van Dijk liet geen stukken weg, zoals Gisbert van Es wel deed bij zijn hertaling van Max Havelaar van Multatuli. Ze paste de afwijkende woordvolgorde van Couperus aan onze tijd aan. Het is te raden hoe ‘Zij voelde knikken hare knieën’ eruitziet in haar hertaling. Ze vertaalde veel van zijn archaïsmen, neologismen en gallicismen. Dat ze daarbij een lezer uit havo 4 in gedachten had, lijkt me onjuist. Volgens mijn ervaring is onder zulke scholieren nauwelijks belangstelling voor lange Couperusromans, ook niet in hertaling. Maar haar bewerking is zeker geschikt voor het enorme bestand aan eigentijdse, volwassen, intelligente lezers die het veston en de rez-de-chaussee van Couperus niet meer snappen. Tante Floor lijkt op een mandarijn. Couperus bedoelt: een Chinees. Van Dijk maakt het woord dus los van de fruitmand. Couperus schrijft dat tante Floor weer ‘op de mail’ naar Indië zit. Om haar niets digitaals toe te schrijven, hertaalt Van Dijk het tot: de postboot. Dat allemaal levert wel wat sfeerverlies op, maar daar merken moderne lezers niets van. ■

